1990

(leeswijzer: zie de pagina “Brieven aan Nand“)

Januari 1990.

De feestdagen zijn voorbij en ik ben blij dat de artificiële drukdoenerij er omtrent verdween uit de straten en winkelramen.  De overdaad der consumptiegoederen gaven me een wrange gemoedsgesteltenis als ik de triestige beelden uit Roemenië op het scherm zag en ze vergeleek met de westerse leefwereld.

Ik leef nu zeer teruggetrokken en kom nauwelijks buiten.  Ik beantwoord de wensen die me toekwamen van de spaarzame vrienden.  Trouwe Antoon en Leo: uit de Camargue en Spanje.  Mijn schrijven was niet opbeurend en de kilte van de onverwarmde kamers doet me huiveren.  Ik ben even naar Bert geweest een paar uurtjes maar.  Zijn stem klinkt nog aarzelend en hij gaat lichtjes gebogen.  Ze nodigden me uit oudejaarsavond bij hen met een paar Marnixvrienden door te brengen.  Ik heb geweigerd.  Hoe zou ik een valse opgeruimdheid kunnen opbrengen als het in mij een poel van ellende is.  “Ik wil slapen en niet meer wakker worden” schreef ik in mijn dagboek.  Op dat ogenblik schoot de vlinder in mijn oog, eerst onnaspeurlijk dan aanhoudend heen en weer.  Zou het van het huilen zijn, dacht ik of van mijn depressieve toestand?  Misschien heb ik te onregelmatig gegeten of is het de compilatie van al die maanden opgekropte weemoed.  Ik ben naar de oogarts geweest voor een grondig onderzoek en moet een sterkere bril dragen.  Het is een financiële greep in mijn zorgvuldig bijgehouden rekeningbudget.

Uit Brussel ontving ik, goed bedoelde maar onverdragelijke, raadgevingen.  Het huis zou immers te groot zijn voor het onderhoud en de kosten en ik zou uiteindelijk toch alleen zijn als E. werkgelegenheid bekomt en ik behoevend word.  Ik replikeer dat het dan nog altijd tijd is om opgenomen te worden, mijn pensioen is behoorlijk en een volledig doosje slaapmiddelen heb ik altijd bij de hand!  Haar moeder is er 84 en nog zeer bedrijvig.

Ik trek de gordijnen dicht die me aldus het gezicht op de tuin en de hoogstammige bomen (“de lusttuin”, zei de schatter) beletten en me verplichten m’n gedachten op “Anna van Saksen” te concentreren.

Ik ben even naar Mechelen geweest.  De koopjes liggen er op hopen, het is niet veel zaaks en wat behoorlijk lijkt is niet afgeprijsd.  Een eeuwig terugkerende verdwazing en trucage.

Gke is een paar keer hier geweest met de meisjes.  Ze heeft de handen vol en overreedde me op natuurvoeding over te schakelen.  Ik doe het aarzelend en met de nodige dosis scepsis!

Gisteren ben ik weer gaan strijken in de Fontein.  Het was een flinke hoop.  Het geborduurde kersttafelkleed was een sisyfuswerk.  De manden waren gevuld en de meisjes konden alles in de kasten schikken.