1994

(leeswijzer: zie de pagina “Brieven aan Nand“)

1 januari 1994
Ik lees en herlees  Kierkegaard en vind ahw de hele levensvisie van pappie erin terug. Zoeken naar eigen subjectiviteit los van de massa, dat betekent eenzaamheid. Ik heb me deze weken afgesloten van al wat reilt en zeilt hierbuiten. De trip naar K. om vergeefs wat op te ruimen ontmoedigt geweldig. Nu ik weet, sedert het bezoek van L.S., dat het de tegenpartij is die alles kocht, wacht ik af wat hun bedoeling is. Ik reken dat ik op 1 mei
(Blz. 64)
het huis zal moeten verlaten. De afschuwelijke herinneringsmaand.
De eindejaarswensen liggen ironisch op een hoopje… words… words…
Een begrijpend schrijven van Antoon die in mijn radeloosheid nabij is ontroert me ook. R. die na zoveel jaren stilzwijgen een filosofie ontwikkelt verbaast me.
De regendagen hebben de grasmat week en zompig gemaakt en vandaag schijnt even de zon.
Toen ik gisteren uit de garage kwam zag ik de botten op de forsythia en dacht aan de woorden van K “al wat bloeit sterft en al wat sterft heeft ooit gebloeid”.
G. is zeer kordaat en berispt me voor het zelfmedelijden. Ze weet niet hoe hevig en zwaar het gevecht in me is. Het is of pappie nu opnieuw sterft en heviger dan vier jaar geleden voel ik het gemis want hij was hier nog zo bestendig aanwezig. Nu is het werkelijk afscheid nakend elke kamer elk hoekje vertrouwd en teder zal verdwijnen. Ik zou willen dat de koper het hele kompleks doet verdwijnen zodat de herinnering in de ijlte oplost nog even zal blijven hangen in de bomen, de heesters en struiken en Weerde alleen nog zal blijven in de verscheurde droom en alleen het merkteken overblijft “l’echarde dans la chair”. (nvdr: “een doorn in het vlees”)
Als ik geen slaappil neem blijft de ruwe werkelijkheid na een korte wijle van rust weer angstig toeslaan. Ik zet even de radio op en rauwe jazzklanken duwen me uit de wereld van verdwazing.
(Blz. 65)
Ik ben met de Fontein een appartement gaan bezichtigen. Het is me onwezenlijk te moede alsof er een tweede ik naast me staat. We zijn stilzwijgend terug gereden. We voelden de ontgoocheling akelig kil. Ik moest nu alleen zijn. Het regende onophoudend toen ik terug reed “naar huis” zei ik en het klonk plots vreemd: “naar huis”. Dit is mijn huis niet meer. Als ik de witte gevel vermoed durf ik er niet meer naar kijken. Ik denk als ik over een paar maanden er weg zal gaan zal het beeld van F. weer opduiken hoe hij die lentemorgen werd weggebracht zachtjes kreunend onbewust in een comatoestand waaruit hij niet meer zou ontwaken. Ik zal bewust het afscheid koesteren als het begin van de laatste herinnering. Maar de komende weken blijven me constant dreigen.
We komen overeen niet te huren maar iets aangepast aan te kopen. De tijd dringt. Het zal nog voor de lente moeten gebeuren.(Blz. 66)
6 januari 1994
We zijn gaan huizen bekijken. Wat aanstaat is te duur en voor 5 miloen is het iets meer dan een krot. In Wilsele bezoeken we een “kabouterhuisje” in vergelijking met “De Kogge”. Veel zal moeten weggaan…
Gisterenavond keek ik naar het programma van BRTN: “Boulevard”. Pappie was er weer aanwezig met het onvermijdelijke Hitlergedicht en de letterkundigen die in de tijd van toen opgang maakten. Bezoek aan Berlijn. Pips 36 jaar – gelijkend op R.- Plots was hij weer bewegend hier in de kamer. Gaf hij mij een teken?

(nvdr: zie ook de pagina “Dichterreis door Duitsland” en het filmpje daar)

7 januari
We zijn opnieuw met de makelaar naar Wilsele gereden. Het huisje leek niet meer zo klein. Er zijn schuiframen dus kunnen de zware meubels er wel binnen – opluchting – Ook de trap leek breder. Er kwam plots een grote berusting over mij toen we naar de Fontein terugkeerden.
Ik ben naar de bank gereden voor de financies te regelen. We zullen woensdag 12 de compromis tekeken of het voorschot betalen.
8 januari
Ik belde gisterenavond de bekenden op die zo met mij begaan zijn. M. was nog het meest opgelucht.
Ik heb de bloembakken schoongemaakt op het terras en ik kon zonder stekende pijn naar de bottende struiken kijken. Toen ik even bij Gy. langsging huilde ze omdat ik er vreselijk uitzie. De groeven
(Blz. 67)
hebben zich diep getekend. Ik bemerkte het reeds geruime tijd. De laatste jaren waren moordend – Kismet.
Ik zie al de meubels staan in het nieuwe huisje. Een kamer zal ik voorbehouden voor jou met het schilderij op de ezel en je penselen op het tafeltje ernaast met het kleurrijk palet. Ik zal ook je laatste grote foto op de kast zetten. Je bureau en de commode gaan naar Nje in K. De overblijvende schilderijen zal ik weer aan de muren hangen boven en onder en naast elkaar. Je zal er toeven in elke kleur en bewegen door de uitdeinende golven in grillige arabeske figuren en ik zal je verhalen hoe ik in het Hagelandse dorp – de streek van m’n oorsprong – terug ben aangeland. Het gaf me een schok toen ik op de autostrade het bordje opmerkte. Het Hageland wat we ooit in een donkere tijd hadden moeten verlaten. Met mijn vader was ik meen ik toch de enige die diep leed en moeilijk kon wennen in de smalle straat met de hoge gevels in de grootstad. Daarom was ons huwelijk een bevrijding, terug naar het land met de weiden en de bomen in de akkers die elk seizoen anders toonden. Ik weet nog toen jij 60 werd er een journalist van G.V.A. schreef: “Hier kan men nog ademen”. De straat, je hebt het nog meegemaakt, raakte stilaan volgebouwd, alleen de ruimte voor “De Kogge” wacht op verkaveling met de F.V.-straat. Misschien kom ik hier ooit nog door? of niet? Ik weet het nog niet.
(Blz.68)

foto: de nieuwe woonst van Sim, afbeelding uit 2010, aanvankelijk was de gevel rood met een Japanse kerselaar en taxusboom ervoor, zie hieronder


Mei 1994
Pappie
Tot rust gekomen: na jaren van angst en onzekerheid heb ik de uiteindelijke pleisterplaats gevonden. Ik denk dat je er ook een zekere haven zou hebben gevonden. Weerde bleef toch altijd een niet aflatende zorg en je hebt er buiten de besloten geborgenheid bij mij en de kinderen (zolang ze nog thuis waren) de onwennigheid en ontheemding niet kunnen wegwerken ver van de zee en wijde horizonten.
Nu ben je meegekomen nog iets verder het binnenland in aan de rand van het Hageland. “Welkom” staat er op een vriendelijke plaat op ooghoogte langs de snelweg Brussel-Hasselt. Ik adem de lucht van mijn Brabantse roots. Nu al je werken, de bundels handschriften en doeken hun plaats kregen leef je dichter en nauwer bij mij dan ooit. Ik heb weer zoals in die dagen van geweldige beroering vijf jaar geleden, hele dagen en nachtelijke uren doorgebracht in wat voor mij nu archief- tentoonstelling- en schrijfruimte betekent. Jij die zo graag een atelier in Weerde op zolder had gedroomd. Hier ademt je geest in alles waarmee je nauw verbonden was en werd gerangschikt, genummerd, beter dan verspreid in de te grote “Kogge”, die ik met groeiende pijn en ontreddering heb zien verkommeren. Nu lig ik bij het indoezelen als beschut onder de veruiterlijking van je visionaire geest

(Blz. 69)

selectie van schilderijen voor de permanente tentoonstelling ten huize “Antilia” door Sim (voor afbeeldingen hiervan zie de pagina “Nand Schilderijen“):

(Blz. 70)
onder de schaduw van de gerijde doeken tegen de schuine muren. De timmerlui leverden uitstekend werk want het was geen sinecure ze alle tachtig een plaats te geven. Vele werken dragen nu ook in menige ruimte bij tot je bestendige aanwezigheid. De geïnteresseerde bezoekers kan ik nu weer rondleiden in het kleine chalet dat schuilt achter een breed uitwaaiende taxusboom geflankeerd door een Japanse kerselaar waarvan de bloesems stilaan verdwenen zijn en waarvan de bloei me herinnerde aan het paasvers van G.G.

foto: Sim geeft uitleg bij enkele doeken op de zolderverdieping van het chalet, ingericht als tentoonstellingsruimte:

foto: de taxusboom voor het chalet:

Nu weet ik ook dat alle geliefden die ik zo dikwijls om hulp vroeg me hebben bijgestaan, al dacht ik wel eens: hoever reikt de draagkracht van onze beproefde geest.
Steeds zegde ik luidop de bedenking die in broers werkkamer hing: “Immer wenn man denkt es geht nicht mehr kommt von Irgendwo ein Lichtlein her…“ Het is er gekomen: warm glanzend en helder. Ik heb de lentebloemen in de bakken bezorgd, gespit en gerijfd en dankbaar voor alle blijken van begrip en medeleven.
Lieve Pips, vorige nacht was je er tastbaar aanwezig. Ik heb je het hele wedervaren kunnen mededelen in een flits de vijf jaar overspannen en ik wist dat jij ook ginds ver achter de spiraalnevels me nu een stukje van jouw Nirwana hebt meegegeven.

(nvdr: Sim is nu verhuisd naar Wilsele bij Leuven)

(Blz. 71)
31 december 1994
Pappie… ik kijk naar mijn laatste brief gedateerd op de voorbije meimaand. Denkend aan de woorden van K.v.d. Woestijnein het huis waar de dagen trager waren” en toch zie ik dat er maanden verliepen sedert het betreden van de nieuwe woonst.
Ben ik een luie schrijfster geworden? Nochtans ben jij hier meer dan in “De Kogge” aanwezig. Daar bestond het dat er dagen verliepen dat je teruggetrokken bleef in het atelier boven en dat ik niet aan je dacht maar hier ben jij bestendig aanwezig naast de nostalgie van het verwijderd zijn van het oude landhuis dat door de nieuwe eigenaars onkennelijk gerestaureerd wordt. Hele muren werden binnenin gesloopt, toegangsdeuren wisselden van bestemming en plaats. Gke is er stiekem een kijkje gaan nemen en was zeer bewogen. Ze herkende nog nauwelijks de vertrouwde plaatsen en raadde me aan m’n nieuwsgierigheid te bedwingen. Toch reed ik er langs vóór een paar weken. Het was al laat maar ik kon de vernieuwde vensters zien en de veluxramen in de moderne dakbedekking. Onwezenlijk reed ik de toegangsweg voorbij, het was of de wagen zelf automatisch vertraagde en de momenten jaren werden – hektische flitsen van wat eens was en plots verviel in een wel van vergankelijkheid, een opborrelen ergens in mij waar de verstopte ader brak, bitter en overvloedig.
(Blz. 72)
Ik weet dat het steeds zo zal zijn telkens ik het dorp zal voorbijrijden en dwangmatig het ommetje maak. Ik wil de vezels der hechting niet doorbreken – die zullen blijven groeien soms wild en onstuimig, soms haperend aan de geleide ranken van berusting. Ik denk eraan als ik de weerbarstige onkruidkopjes uittrek die in het zachte najaar vermetel groeiden tussen de kortgeknipte rozenstruiken, immer weer, immer weer. De voorbije maanden kwamen vele vrienden “Antilia” langs: het huisje in de Boomgaardstraat bij de rand van de stad. Het smeedijzeren naampje werd bevestigd onder de lantaren van de zijgevel – “Antilia” de titel van je verzenbundel, het eiland dat we droomden: de betrachting het onwezenlijke in de zee van onze verbeelding.

“het smeedijzeren naampje” en lantaren:

Veel is nu veranderd. De dagen vertonen reeds hiaten waaruit het heimwee opduikt. Geen vluchtig ontsnappen naar de buurt of de vrienden een paar straten verder. Beperkt tot de wandeling langsheen de spoorwegterpen, verlaten wegje met soms een verlaten fietser. Ik waag zelf op m’n oud vehikel de tocht naar het bosrijke Holsbeek. Ik berg dan in mijn mantelzak mijn thuisadres en G’s telefoonnummer. Je weet maar nooit als ik hijgend (geteld 60 keer) trappend de berm over de autoweg bestijg! Ik mijmer langs “der Holzweg” waarover Heidegger spreekt. De weg die nergens toe leidt…
(nvdr: “Holzwege”: wegen die door houthakkers in het bos worden gemaakt en nergens naar leiden, “ze getuigen enkel van het zoeken en van het ‘bevragen’ van een omgeving, in casu het bos” (M. Vd Voorde)
Ik bemerk de schaarse huizen aan de bosrand en de bedrijvigheid van de houthakker die de joelblokken stapelt alsof hij nog teert op de hete hondse zomerdagen, die ik hier vergeefs getracht heb
(Blz. 73)
te bedwingen, treurend om de koele kilte van het oude landhuis. De geraniums hebben nog gek gebloeid op de vensterbanken tot die éne vriesnacht stand gehouden tot de overmacht!
De kerst is gevierd met heel de familie. E. liet het afweten, triestig. Ze distantieert zich van de eigen familie. De kleinkinderen worden groot dat is dan kort alles gezegd en ook dát is bijwijlen een kommer en zorg zoals je schreef in een vers dat ik naar alle toekomende wensen wederkeer:

“Jaar dat verdwijnt
vreugde, vrees en zorge
avond, nacht en morgen
kringloop zonder eind..”

Gke kreeg nog bijkomend verlof tot 6 februari naast alle weemoed toch een dankbaar geburen dat haar ongelukkige val van 20 september gunstig zal besluiten. De halswervels geraakt en na de operatie zodanig hersteld dat de “halsband” kan verwijderd worden en ze zich voldoende kan voorbereiden op het hernemen na Lichtmis. De tijd waarop de sneeuw op “hete stenen” valt
Gisteren op bezoek geweest bij de gehospitaliseerde René en Jeanne in Sint-Pieter. Het was geen opbeurende belevenis. De herinnering aan de dagelijkse verblijven in de verschillende ziekenhuizen bij jou verhevigde intens. De storm en de scherpe regenbuien hinderden me daarna m’n voorgenomen stadstrip langs de lokkende winkelstraten te maken. Dus vlug naar de geborgenheid. De lichtjes van m’n minuskuul kerstboompje vielen uit en ik ben met het zoeken naar het defect urenlang bezig geweest.
(Blz. 72)
Straks zal ik het oudejaar bij M. “overvloedig” doorbrengen met vrienden en voorzeker wensen dat ik hier sober, sereen slapend zoals de laatste jaren de trip naar het nieuwe jaar onbewust beginnen kan.