1995

(leeswijzer: zie de pagina “Brieven aan Nand“)

Januari 1995
Het is al laat dacht ik toen ik vanmorgen opstond. Het licht schoof bleek over de schilderijen tegen de schuine wanden. Het had gesneeuwd. De eerste sneeuw in “Antilia”. De Japanse kerselaar staat verdroomd naast de taxusboom. De tuin effen, alleen de struiken zijn weerbarstig – mooi.
Vandaag zal ik mijn wandeling uitstellen.
Brussel nodigde de kinderen uit om de Kerstvakantie te besluiten. Iedereen was er behalve E. (ze was nochtans mee op trip naar Hollandse vrienden). Ik heb eens Rd opgebeld. De moeder is ook besluiteloos. “Depressief”. Ik zal de ziekte verkeerd inschatten, maar denk aan zelfde situaties met heel erge oorzaken en toch bleef een gunstige evolutie niet uit. Onverklaarbaar. Ik word er soms opstandig van. Arme B. De kinderen schijnen er niet zwaar aan te tillen.