Inleidende beschouwingen en leeswijzer

Op zondag 6 augustus 1950 “neemt Nand de pen ter hand” en schrijft Sim een eerste brief. Een belangrijke beslissing die beide levens voorgoed zal veranderen en tekenen tot aan hun dood.
Haar antwoord volgt niet veel later, maar Nand was onzeker of die eerste brief wel het juiste adres en op tijd bereikte, dus ‘to be on the safe side’ post hij nog een kaartje naar het juiste adres. Zijn eerste brief was wel degelijk op het juiste adres aangekomen, want Sim schrijft onmiddellijk terug, haar brief kruist zijn kaartje. En daarmee is de toon gezet: een niet aflatende stroom van heen en weer schrijven, soms als antwoord, soms uit ongeduld kruisende brieven.

Leeswijzer: Voor het gemak heb ik de brieven een nummer gegeven, maar de chronologie is verraderlijk.
Soms schrijven beiden op dezelfde dag, bv.: brief nr. 26 volgt op brief nr.25 maar kan er geen antwoord op zijn, want beide brieven zijn gedateerd op 17 oktober, een dinsdag.
En brief nr. 24 is door Nand gedateerd op “Maandagmorgen 18.10.50”, maar 18 oktober is een woensdag. Het is dus soms uitkijken welke brieven elkaars antwoord zijn. Als de data dicht bij elkaar liggen schept dat soms verwarring, dan kan de inhoud uitsluitsel brengen.

Een hulpmiddel is de dag- en maandkalender hiernaast te raadplegen die ik voor het gemak heb ingesteld op het jaar 1950/1951, iedere datum in het rood verwijst naar één of meer brieven op een bepaalde dag. De kalender is zo ingesteld dat hij verwijst naar de maand met de laatst gepubliceerde brief.

De post werkte toen ook verbazend snel: een brief die met de morgenpost vertrekt uit Gistel komt soms ‘s avonds al aan in Schaarbeek, en omgekeerd!
Tussendoor zijn er dan ook nog telefoongesprekken, waarvan de inhoud (of de toon en het effect ervan) soms kan afgeleid worden uit de daaropvolgende brief.

Naast de brieven zijn er ook telegrammen en prentbriefkaarten die niet zijn opgenomen in de nummering, maar wel in de chronologische volgorde.  Zij vormen aparte categorieën (zie “Overzicht”).

Op maandag 28 augustus, de 11de brief in de uitwisseling,  zal Nand Sim voor de eerste keer aanspreken met “Liefste”, en kan niets nog de liefdesstroom stuiten.

Dit is ook de enige brief waarvan een kladversie bewaard is, wat doet vermoeden dat Nand meestal eerst een klad schreef.  De uitroep “Liefste, liefste..” ontbreekt hier nog. Het klad is geschreven op doorslagpapier, zodat ook de achterzijde zichtbaar wordt. Ik heb een uitsnede gemaakt van het gedeelte dat ongeveer overeenkomt met de uiteindelijke versie hierboven:

Een drama vermeden…

Exact wee maanden voor hun huwelijk maakt Nand per brief een einde aan de verloving (zie de brief van 29 juni 1951): “indien ik nu nog moet ondervinden dat ik op mijn verloofde en aanstaande vrouw ook niet kan bouwen en dat zij achter mijn rug de waarden waaraan ik gehecht ben met de voeten treedt, dan heeft het geen zin dat wij nog verloofd blijven.” Sim is radeloos… maar gelukkig kunnen de brokken alsnog gelijmd worden twee weken later!

De stroom komt tot stilstand… 

Na hun huwelijk verdwijnen de liefdesbrieven in een doos die weggeborgen wordt, om pas 40 jaar later opnieuw geopend te worden door Sim, enkele dagen na het overlijden van Nand. In haar dagboek schrijft ze dan:

“Ik heb gisteren een paar dozen uit de ingemaakte kasten gehaald en plots werd ik hevig teruggegooid in de verrukkelijke verlovingstijd. Ik heb vannacht de brieven gelezen, bijna veertig… in je sierlijk handschrift. Het was heel laat of vroeg zoals je wil toen ik onrustig ben ingeslapen. Nu liggen ze hier op het salontafeltje en ik neem ze nu één voor één en herleef intens de dagen van toen, de herinneringen zitten vol zon en zeelucht zodat het me hier in huis te eng wordt.”

Sim, die zeker een begenadigd schrijfster was, legt wat verder uit waarom ze, zeker na zo’n intense briefwisseling en haar ontluikende dichterschap, het persoonlijke schrijven gedurende veertig jaar neerlegde:

“Toen ik mijn latere man leerde kennen betekende de correspondentie met hem het uiten van de hartstochtelijke en beroerende gevoelens die de jonge vrouw in die begenadigde tijd klaar maakte voor die nieuwe levensfase.
Toen de brieven werden opgeborgen legde ik door m’n huwelijk met de bewonderde kunstenaar, dichter, schrijver, schilder, mijn dagboek in de lade. Mijn man vertolkte in zijn werk alle emoties en gedachten die hij veel beter dan ik ooit kon verwoorden. Hij werd mijn klankbord en mijn weerbeeld: alle vormen van welbehagen, vreugden en ontreddering, angst, bewogenheid, ontgoocheling, verwondering, minachting – en machteloosheid. Het zoeken naar het waarom van dit bestaan. De ervaring van het nutteloze pogen om het vooropgestelde doel te bereiken – De droom voor het bestaan, voor de kinderen, voor je plaats in die korte tijdspanne van dit leven. Het gevecht tegen de ziekte en de aftakeling waarvan je weet dat de strijd hopeloos is. Op dàt ogenblik trok ik opnieuw de lade open en nam mijn dagboek. Mijn weerbeeld had immers het schrijfgerei opzij gelegd, de penselen verhardden op het palet –”

Dan volgt een opvallende opmerking: “Het leek me of ik nu maar pas het stadium der volwassenheid had bereikt” (Sim is dan 70!):

“De schakel brak. Ik voelde me stilaan weer belanden in die verwarrende tijd van een adolescentie toen ik met mijn emoties geen blijf wist. Ze aan niemand kon toevertrouwen als aan het bleke blank onder die levende hand. Toen was het de angst voor het leven dat me grijpen zou met alle facetten van mogelijkheden en verwachtingen, de grens tussen de kommerloze besloten jeugd en de grote levensuitdaging. Nu beleefde ik opnieuw  de angst voor die tweede grens: de nieuwe boord die ik alleen zou overschrijden, zonder het beleide houvast. Het leek me of ik nu maar pas het stadium der volwassenheid had bereikt. Ik zou nu zelf moeten beslissen over het verloop van dit verder korte bestaan. De dagen naar mijn eigen ritme indelen. De uren van werk en vertwijfeling van vertrek en aankomst. Blijde bevelen ontberen en de leegte van de avonduren met woordloze gesprekken. De nachtelijke beklemming verschalken door esoterische beschouwingen.
“Wat de mens ge-uit heeft is hij kwijt”, las ik ergens, “wat hij in zich houdt neemt toe aan kracht en macht”. Maar soms wordt deze stuwing in jezelf ondragelijk. Elke mens voelt in zich die drang zich te uiten: de pasgeborene huilt om het verlies van die veilige geborgenheid en uit zijn eerste verzet in de kille wereld. Het kind verwoordt gevoelens en ontdekkingen in tekens – gebaren, gestamelde woorden, de tekens van strepen en onsamenhangende figuren zijn de eerste geschreven uitingen – zoals de nieuwe schilderkunst teruggrijpt naar de zuiverste ongedwongen gevoelswereld van het ongecompliceerde kind zijn –”

Map waarin Sim de liefdesbrieven bewaarde, chronologisch geordend:
“De Roman van een grote liefde. Hoe het begon. Verlovingstijd”:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *