Maandagmorgen 16 oktober Nand 25ste brief

Maandag morgen 16.10.50
Liefste,
Het is maandagmorgen. Mijn voorgenomen werk stel ik tot vanavond uit – jij ben nog te veel hier .. Het is een grauwe morgen. De zonnebloemen kijken nog altijd in de richting waarin wij samen van hier zijn weggegaan, zij zien je zonnig en treurig na .. Mijn ogen en mijn hart staan als de zonnebloemen naar jou gericht. En zoals aan hun gouden petalen de regendruppels hangen als klare, bevende tranen, zo zie ik ook ontroerd mijn kamer rond, naar den zetel en de werktafel en het gezellig hoekje waar jou lichte ogen schitteren schitterden en je frisse mond en tanden in een helderen glimlach glinsterden .. Je bent nog te veel hier, te veel, en te weinig o Liefste mijn! Het zijn de rode najaarsbloemen aan het raam en vóór mijn zwijgenden Beethoven (bloemen voor jou gelezen en gegaard .. ) die het mij toeroepen. Wat zal hij schoon zijn, deze herfst, zoveel te schoner om al wat wij hebben gemist, schoner dan ooit een lente zijn kan, omdat de lente geen lijden kent, geen vergaan, geen “ijlte”. De vreugde die ons bindt en ons beiden doorhuivert als een zeldzame dronk doet ons bloed tintelen met een gloed de jeugd onbekend, omdat zij gekruid is met veel gemis en eenzaamheid. Slechts wie werkelijk dorstte weet wat het betekent gelaafd te worden. En daar is niets in mijn leven waarnaar ik zó gedorst heb als naar een schone liefde, de liefde die jij mij schenkt, mijn eindelijke, zonnige Embla, de liefde die jij in mij hebt gewekt, waarvoor ik je ontroerd en innig dank. Ik herleef in gedachte de intieme uren van dit week-end. Vervoerend was het jou levende aanwezigheid tastbaar te voelen in de eenzaamheid van mijn gewonen werkkring. Ik heb je reeds zo menigen avond hier gewenst als de grote stilte van te lande alle dingen zo doet zwijgen dat ons binnenste heftig en diep aan het leven gaat. Het was tot nu toe niets dan verlangen. Gister is het werkelijkheid geweest. De plaats waar ik werk en denk en droom is door jou tedere en aanhankelijke vrouwelijkheid gewijd. En zó heeft je spontane mededeelzaamheid allen geboeid dat vandaag hier een grote leegte in huis is, en wij over niets anders praten dan over mijn Simone en haar innemende aanminnigheid. Je hebt het hart van de mijnen stormenderhand veroverd, van mijn moeder die je jou een lieve dochter vindt, van den ruigen zeebonk mijn vader die trots bij vrienden en bekenden over mijn aanstaande spreekt. Bij de boeren in het ronde – dat heb je zelf kunnen vaststellen, is het een hele gebeurtenis dat ik met een “meisje jong” wordt gezien .. Dit alles is nog niets, het is maar een begin. Een hele wereld, mijn wereld zal ik met je her-ontdekken .. Weet je, Liefste mijn, wat het aller kostbaarste ogenblik was van dit voorbije week-end? Het was toen wij zaten voor de grauwe, ontketende zee, met de wilde grillige wind om ons heen, de brekende baren vóór ons, de smaak van zee-zout op onze lippen. In dat moment, met jou in mijn arm, vreemd en levend element onder de bewegende en kampende elementen, leefde ik volledig en opgetogen. Zee en wind en de geliefde vrouw: zij zijn voor mij de hoogste vervulling, en God weet dat nooit iemand in mijn leven zo het kind van mijn verlangen geweest is als jij. “Ik zie U, in mijn handen voel ik U bewegen: gij zijt mijn.”
Ik zoen je zacht. Nand.

P.S. Laat mij eens definitief weten of je in ’t wit trouwt. Dan laat ik onmiddellijk een habijt maken, en dan ga ik fier met mijn blonde lief (ja, zo wird es bleiben ..) naar ’t bal v. VEV. (In de radio hoor ik: “in eine kleine Konditorei …” Tango ..)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *