Derde Brief

(blz 1)

DERDE BRIEF

———————

Lieve Patricia,

Hebt gij ooit wel eens naar den sterrenhemel opgekeken, niet zo maar in ’t voorbijgaan als men eens omhoog ziet  om te raden wat voor weer het wordt, maar met den bewusten blik die rekenschap geeft van de volledige werkelijkheid? Hebt gij dat gedaan? Dan kan ik U meteen zeggen dat het was met een gevoel van onbeschrijfelijke verbazing. Het kan niet anders. Men moet den stralenden nachthemel zien op zee b.v., of in het open veld, op de heide, ver van het stadslawaai, en daarbij roerloos stil blijven, zoadt heel de ontzagwekkende stilte van het Al tot U kan doordringen…
Dwars door den hemelkoepel heen, van kim tot kim, snijdt het nevelig licht van den Melkweg – een band van duizenden en duizenden sterren, zo dicht bezaaid dat zij tot een onafzienbare waas vervagen. Tracht U voor te stellen dat deze Melkweg de buitenste rand is van een onmetelijk wiel, waarvan wij slechts de helft kunnen zien, en dat wentelt en wentelt, immervoort de ruimten in. Dat is onze “sterrestad”, bevattend zowat één miljoen sterren. Daarnaast, daarboven, daarrondom, in de zwarte verten van het Al, wentelen nog een paar miljoen dergelijke wielen, sedert eeuwen en eeuwen, als een geruisloos uurwerk tot het einde der tijden. Aan onzen hemel komen de onzeglijk verre heelal-eilanden voor als nevelige stipjes.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *