1944 1ste internering Leuven Centraal

(Zie hierover ook Sims “Celdagboek 1” over de bevrijdingsdagen 1944, dat overeenkomt met de proces-verbalen uit haar strafdossier)

Sims 1ste internering verliep als volgt:

Aanhouding 1: woensdag 6 september 1944 ten huize (Sint-Joris-Winge)
Vrijlating 1: zaterdag 9 september (4 dagen)
Verblijf: gevangenis Tiensestraat, Leuven

Afschrift door Substituut Smeers afgeleverd op 9 september 1944:

“Wij vinden geen last die haar als verdachte in de zin van het Besluit van 12 oktober 1918 zou kunnen doen aanschouwen. Wij stellen haar in voorlopige vrijheid.”
Sim verklaart hier enkel dat ze lid was van het VNV, dat ze regentes is te Hasselt en geen propaganda maakte.

In haar Celdagboek beschrijft ze gedetailleerd en met het nodige sarcasme de ondervraging:

“Vier dagen zal ik daar (= gevangenis Tiensestraat, Leuven) verblijven tot ik na een onderhoor in voorlopige vrijheid wordt gesteld.
Procureur of Onderzoeksrechter (?) Smeets monstert me bij m’n binnenkomst.
– Wie zijt ge? (hij neemt m’n pas en we zeggen haast gelijktijdig) Simone Wolfs
– Waarom werdt gij aangehouden?
– Waarschijnlijk omdat ik lid ben van het VNV.
– Wie heeft u aangehouden?
– Een kerel in dronken toestand (naderhand weet ik hoe hij heet en dat hij voor den oorlog nog 2 jaar gevangenisstraf uit te boeten had Belgisch gerecht!)
– Maar wat is dan eigenlijk het V.N.V.?
– Mijnheer ik hoop dat de personen die meenen bevoegd te zijn onze menschen op deze oogenblikken te ondervragen en te oordelen toch alleszins hoeven te weten wat het VNV is en wat het doel en het plan is van deze beweging. Dat zij hoeven te weten welke bewegingen van nevenorganisaties er gedurende de bezetting tot stand gekomen zijn die de smartelijkste gevolgen hebben gehad op onze zuiverste doelstellingen. Ik bedoel De Vlag, Rex, SS.
– Waar is uw leider?
-Mijnheer, onze leider Dr. Elias komt voor, maar nu niet in den chaos van dezen tijd, waarin de krachten werken waartegen gij zelf niets vermoogt. Jammer genoeg. Hij Dr. Elias kon zich niet zoo gelijk een hond laten afmaken voor hij zijn eigene zaak en de zaak voor zijn volk heeft te bepleiten.
– Maar ge moet toch toegeven dat het VNV pro Duitsche propaganda heeft gemaakt en met den vijand meewerkte.
– Er komt een tijd dat er breedvoerig over deze vraagstukken zal gehandeld worden. Maar mijnheer indien gij onze politiek hebt gevolgd gedurende de bezetting weet ge hoe groot de wrijving was – opdat we de gaafheid van ons volk wilden bewaren. Daar we zelf wel wisten dat indien na een honderd jarige fransche invloed toch nog een elitekern in dit volk werd gevonden van echte Vlaamsche volksheid er na 25 jarige Duitsche overheersing het schoonste eigene van onze cultuur en taal er aan verloren zou gaan. Dan zouden onze kinderen en kleinkinderen hun taal niet meer spreken.
Mijnheer, dat wisten wij – Wij hebben ons doel behouden, en ons het woord van P. Callewaert: “De Vlaamsche zaak is zoo rechtvaardig, dat indien we ze door den duivel moesten halen, we ze zouden moeten aannemen”.
– Gij zijt regentes – Hebt ge in uw functie als dusdanig propaganda gemaakt?
– Neen. Getuigen zijn legio.
De heer Smeets tekent mijn voorlopige invrijheidsstelling en monkelt als wou hij zeggen en hij zegt het ook effectief:
– “Dat ideaal!”
Ik protesteer en zeg dat ik mij niet wil laten beledigen wijl ik mijn invrijheidsstelling bekom.
– O (zegt hij) Ge kunt gerust hier blijven en voor uw Vlaanderen lijden.
Ik wil op zoo ’n boosaardigheid niet meer antwoorden. Hij heeft een correct uiterlijk, jong, Germaansch blond – en ik beklaag hem omdat hij zoo voor ons volk verloren kijkt … (arrivisme)
(Ach vor der Dumheit der anderen nicht kapitulieren)
Zaterdagnamiddag begleidt me ‘n fiks piepjong soldaatje naar Winge het is hoogtijd voor Pa en Phineke die me zo starling aankijken, Ma is gisterenavond aangehouden en naar Tienen gebracht.”

De zaterdagnamiddag waar Sim het over heeft is dus 9 september waarin naar verwezen wordt bovenaan het afschrift. De ‘onderzoeksrechter’ heet niet ‘Smeets’, zoals Sim schrijft, maar ‘Smeers’.

Aanhouding 2: maandag 2 oktober 1944 ten huize, Sint-Joris-Winge
Vrijlating 2: (voorlopig) na 4 maanden op maandag 12 februari 1945
Verblijf: Centrale gevangenis Leuven, Cel 333D

Rijkswacht Leuven: bewijs van aanhouding Sim op 2 oktober 1944, wat overeenkomt met wat ze schrijft in haar Celdagboek.

Sims Celdagboek. De aangekruiste dagen zijn interneringsdagen: 1ste aanhouding: 6, 7, 8 en 9 september, 2de aanhouding: vanaf 2 oktober.

Haar beschrijving van toen:

“Het is October – ik trek mijn morgenraam open naar den Westkant en het oude huis tekent een lange zwarte schaduw op den versch geploegden akker voor het breede land. Het paard loopt er strak in de voren en snuift en mengt zijn warmen adem met de dampende klonten die vettig onder de ploeg begeven –

Ik sta voor m’n raam. Ik heb Pa zien vertrekken langs den veldweg er trekt wel een diepere groef langs zijn gezicht, Ja die laatste dagen waren doodend. Zijn omzwachtelde hand doet me immer zelf pijn –

Maar ’t duurt nooit lang m’n morgenontbijt. In ’n wip schiet ik naar boven, ‘k wasch me en kijk bij het gebel m’n venster uit. Daar schiet iets door me – twee rijkswachters – Ja dat is voor me – Adolphine roept me iets of wat bleek en ik maak me klaar.
’n Kwartier later rijd ik fijn in ’n zachtbruine limousine langs den stralenden weg naar Leuven toe – naar de gevangenis deze keer. Naast mij zit ’n heer dien ik in den loop van den dag beter leer kennen: Mr Nijs controleur? oud vliegenier. ‘k Interesseer me nu eigenlijk reuze voor vliegeniers en we babbelen samen, in de ongezellige wachtkamer van die kazerne, al de uren dood…
We kijken naar het binnenkoertje een recht? fonteintje kan maar geen hoogte nemen – daarnaast tusschen de steenen een stok en ’n triestig vermaak ’n Duitschen helm prijkt er tot jolijt van onze bewakers gekroond – Ik denk aan die houten kruisjes lijk er zoovelen staan over de vlakten nu.
‘k Denk ach nee niet alleen aan onze jongens ik kijk ruim naar den dood van den frontsoldaat die ligt met de getuigenis van zijn mensch en zijn soldaatzijn in den goeden schoot. Ik denk aan al de jongens die ik zelf ooit kende en een onzeggelijke weemoed komt over mij.
Het kan 6 uur zijn en met 5 andere vrouwen gaan we den tocht naar de Centrale gevangenis, de haat der menschen glijdt over ons heen…
De formaliteiten zijn vervuld. Met vijf vind ik me weer in een enge donkere cel 333!
‘k Herken de afbeelding in Borms’ gedenkboek: “Tien jaar in den Belgischen kerker”.
Ik weet dat Ma hier is maar waar. We zijn beschouwd als ’n uitschot de bevelen worden afgesnauwd. We zijn geen menschen we moeten samenhokken in deze enge ruimte. Men spreekt ons aan met Gestapo en Breendonk. Er zijn kinderen nog daarbij.
Ik krijg als laat binnengekomene een extra portie halfrauwe aardappelen en kool.
Ik kan niets verorberen. Mijn medekameraadskes bekijken me meewarig en ik kijk onderzoekend m’n cel rond – stroozakken op mekaar ja dat is wellicht onze slaapgelegenheid – een hekken en daarachter een stel potten. WC gelegenheid voor vijf vrouwen! Een waschkom voor de reiniging én van personen én van het eetgerei een kom en een lepel – geen boeken geen tijdverdrijf niets als wandeling -we zijn de gevaarlijken van den staat.
De inhechtenisname wordt op ruim een half millioen geschat.
Vlaanderen – Vlaanderen dat alles om die enkele onwaardige zonen die hun volk verraden maar die toch de straf die ons beschoren is nooit zullen ondergaan.
Maar wij zijn fier omdat we eerlijk zullen kunnen getuigen. Wie kan mij wijzen op een verraad?
Zonder vorm van proces zonder onderhoor zitten we hier en wachten wachten reeds weken. We zijn zonder nieuws van onze geliefden van huis.
De eerste nacht brengt me geen rust.”

Sim schrijft dat ze al weken geïnterneerd is zonder ondervraging of waarom. Dat klopt, getuige deze brief van haar uit haar dossier, gedateerd 11 november 1944. Ze bevond zich toen 5 weken in hechtenis.

“Geachte Heeren Comissieleden,
Ik ben op 2n October in de centrale gevangenis ter stede geïnterneerd geworden en ben er ter beschikking van het ministerie gesteld.
Mag ik U verzoeken voor Uwe Komissie te verschijnen ten einde te vernemen wat mij ten laste gelegd wordt.
Bij voorbaat dank ik U, en teeken ik met de meeste hoogachting.
Sim Wolfs
Geldenaakse Vest 62, cel 333
Leuven”

Pas op 6 februari 1945 verschijnt Sim voor de “Commissie”, in haar Celdagboek schrijft ze:  ” ’s Avonds beschuldigd D.M.S. en uniform”. Het Celdagboek eindigt op 12 februari 1945, dus waarschijnlijk werd Sim toen in voorlopige vrijheid gesteld.  In haar dossier vond ik hierover geen documenten.
Laatste notitie van 12 februari 1945, waaruit blijkt dat alle andere gezinsleden zich toen in vrijheid bevonden:

“12. ‘k Schrijf nog naar ons Phineke. Ze komt reeds te 4 uur terug en vrij. Onze Pa is hier en ze komt goeien dag zeggen. ‘k Ben onuitsprekelijk blij. Ik tors nog alleen de pijn voor ons huis dat troost me!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *