{"id":2523,"date":"2018-10-17T11:20:19","date_gmt":"2018-10-17T11:20:19","guid":{"rendered":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?page_id=2523"},"modified":"2022-12-21T20:24:03","modified_gmt":"2022-12-21T19:24:03","slug":"1939-mobilisatie-en-meidagen-1940","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/","title":{"rendered":"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940"},"content":{"rendered":"<p><em>(zie toelichting hierbij op de pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Ridder Dood en Duivel<\/span><\/a>&#8220;)<\/em><\/p>\n<p>Een zeer uitgebreide website behandelt alle aspecten van het Belgisch Leger tijdens de mobilisatie en 18daagse veldtocht, met ook het regiment van Nand (33ste Linie), zie: <a href=\"https:\/\/18daagseveldtocht.be\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">18daagseveldtocht.be<\/span><\/a>.<br \/>\nNand als soldaat tijdens zijn opleiding (1932-1934), 4de van rechts, knielend:<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-9074 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6-300x202.jpg\" alt=\"\" width=\"465\" height=\"313\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6-300x202.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6-768x517.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6.jpg 967w\" sizes=\"(max-width: 465px) 100vw, 465px\" \/><\/a><\/p>\n<p>M O B I L I S A T I E\u00a0 E N\u00a0 M E I D A G E N<\/p>\n<p>In september 1939 werd ik als zovelen gemobiliseerd.\u00a0 Ik was toen advocaat bij de balie te Brugge, en moest dus mijn praktijk opgeven.\u00a0 D\u00e0t in elk geval was geen grote beroving, vermits het aantal dossiers in mijn kabinet niet bijzonder indrukwekkend was.\u00a0 Ik woonde bij mijn ouders in op de Koninginnelaan te Oostende, stad die, zoals iedereen weet, een badstad is.\u00a0 Het huis lag op een boogscheut van de zee, \u2019s nachts hoorde ik het ruisen van ebbe en vloed \u2013 en in mijn laden liet ik de hand-schriften van een groeiend letterkundig werk.\u00a0 Ik had zopas het episch gedicht van de zee \u201cKolga\u201d laten verschijnen, een ode aan zon en zee en zomerduin, en men kan zich zowat voorstellen wat er in mij omging toen ik de klassieke plunje van de opgeroepene, muffige uniformjas en katoenen broek uit een oude koffer opdiepte.<\/p>\n<p>Oorlog \u2026\u00a0 Er waren al jongere dichters op slagvelden gevallen, een onvoltooid werk nalatend.\u00a0 Maar kwam het niet zover, ik kende het leger, en wat daar het woord \u201ccultuur\u201d betekent.<\/p>\n<p>Gelukkig wist ik toen nog niet dat de oorlog mij uit Oostende zou doen verhuizen, en mij wellicht voor de rest van mijn leven van de zee zou verwijderd houden \u2013 op enkele korte bezoeken na.\u00a0 D\u00e0t zou voor mij een grote beroving betekenen.\u00a0 De mensen zoeken vaak in zogenaamde horoscopen te weten te komen wat de toekomst hun zal brengen.\u00a0 Het is maar best dat ze niet beseffen wat hun te wachten staat.<\/p>\n<p>Hoe dan ook, ik nam tamelijk berustend afscheid van mijn bezorgde ouders.\u00a0 Ik was de laatste thuis van de vier kinderen \u2013 mijn twee zusters waren overleden, mijn broer, de oudste leefde met zijn gezin in de V.S. \u2013 nu ging ik ook.\u00a0 Maar ik deed heel gewoon, alsof ik overtuigd was dat ik spoedig weer zou thuis zijn.<\/p>\n<p>Op de trein dacht ik aan een ander uitzicht van deze gewone belevenis: de herinnering aan 1914 en de Vlaamse tragedie aan de IJzer, toen de bewuste Vlamingen zo onbarmhartig werden vervolgd.\u00a0 Wat zou het thans worden?\u00a0 Het toeval wou dat ik te Gent uit de trein stappend, botste op een vriend, een oud-strijder van 1914, en lid van het Bedevaartcomit\u00e9, waar ik hem ook had leren kennen.\u00a0 Hij bezag mij, kennelijk ontsteld.<\/p>\n<p>\u201cHebben ze jou ook gevonden?\u201d<\/p>\n<p>Wat moest ik antwoorden?\u00a0 Ik wist niet wat gezegd, vond niet eens een grapje om de onbehaaglijkheid van het geval af te schudden.\u00a0 Verward en mismoedig wendde ik mij naar de uitgang.<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leopoldskazerne-4.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-9070 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leopoldskazerne-4-300x191.jpg\" alt=\"\" width=\"448\" height=\"285\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leopoldskazerne-4-300x191.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leopoldskazerne-4.jpg 624w\" sizes=\"(max-width: 448px) 100vw, 448px\" \/><\/a><\/p>\n<p><em>(oude postkaart Leopoldskazerne)<\/em><\/p>\n<p>Al wie het kazerneleven heeft meegemaakt, kent de wee\u00efge geur van magazijnkleren en wapenvet.\u00a0 Of je eet of op je brits gaat liggen, het wil je niet uit de neus. Die geur vergezelde mij als een onafwendbaar noodlot toen ik met de mij aangewezen manschappen de<span style=\"color: #0000ff;\"> Leopoldskazerne te Gent<\/span> betrad, waar wij de stafcompagnie zouden vormen bij het hoofdkwartier van een legerkorps.\u00a0 Het waren allen Vlamingen: huisvaders meestal, met het tegendeel van een soldatenmentaliteit, goedig van aard, maar alles behalve opgetogen met de gedachte dat zij uit hun normaal bestaan waren weggerukt \u2013 en waarvoor?\u00a0 In elk geval, Gent lag dichter bij huis dan het Albertkanaal, en in een kazerne had je een bed in een kamer, geen strozak op de tegels van een school \u2026 of in een schuur.\u00a0 Wij zouden hier blijven totdat de toestand aan het front het in linie brengen van ons legerkorps zou vereisen \u2013 als het tenminste ooit zover kwam.<\/p>\n<p>Als waarnemend sergeant-majoor, was mij praktisch de zorg voor de manschappen opgedragen.\u00a0 De luitenants spraken behoorlijk Nederlands, de commandant was een eentalige Waal.\u00a0 Allen bejegenden mij voorkomend genoeg; ook de kolonel-stafoverste\u00a0 zou\u00a0 mij\u00a0 niet\u00a0 onheus\u00a0 bejegenen.\u00a0 Eerst\u00a0 later\u00a0 zou\u00a0 een eentalig Waalse luitenant opdagen, in het burgerleven een handelsreiziger, die, zo werd er gefluisterd, de Vlamingen niet in het hart droeg; met hem verscheen ook een Waals peloton onder het bevel van een Luiker onderluitenant, zodat de stafcompagnie dan uit Vlamingen en Walen samengesteld was.<\/p>\n<p>In den beginne was verstandhouding volkomen, al mengden zich twee groepen niet onder elkaar \u2013 de taal was al een hindernis.\u00a0 Wat mij betreft, ik had voor mijzelf al uitgemaakt dat ik, als soldaat opgeroepen, ook als soldaat zou handelen; dat betekent de bevelen uitvoeren, de dienst behoorlijk vervullen.\u00a0 Soldaat zijn is wel de hoogste vorm van solidariteit, allen moesten op allen kunnen rekenen.<\/p>\n<p>Een eed had ik niet afgelegd: maar dat was niet nodig.\u00a0 In de geest van de studentenbeweging waaruit ik stamde, was de \u201cKnape\u201d een \u201chele man\u201d, hij richtte zijn daden naar een ongeschreven wet: de wet van de eer.\u00a0 Rodenbach zelf, de vaandeldrager van de studerende jeugd, droomde van een soldateske levenshouding, had een soldatenziel.\u00a0 \u201cWeer Uzelf en eind als een soldaat\u201d riep hij zichzelf op het sterfbed toe \u2013 maar het gold meer dan een wekroep in \u2019t aanschijn van de dood.\u00a0 Het was een kreet des harten, een verlangen dat hij reeds lang voordien had geuit: Ha, ware ik een Duitse Bursche, hoe fier zou ik de degen aan de zijde aangespen: \u201cDe geest van Rodenbach leefde in Deprez, De Rudder, in heel de generatie van de IJzer waarvan er nog enkele keurmensen onder ons leven.\u00a0 De Vlaamse jongens die in het puin van het IJzerkruis begraven liggen, waren voorbeeldige soldaten.\u00a0 Van De Rudder getuigde zijn overste: ik heb mijn beste soldaat verloren.<\/p>\n<p>De bewuste Vlaming stond thans voor een moeilijke beslissing.\u00a0 Hij moest de staatsorde dienen die aan zijn volk nog zekere elementaire rechten onthield, en er zelfs zijn leven voor veil hebben.\u00a0 Hij zou strijden voor een regime dat hij niet in het hart droeg, maar dat nu toevallig ook de zaak van het volk verdedigde: zijn\u00a0 vrijheid en de ongereptheid van zijn grondgebied.\u00a0 Dat was de keuze van de soldaat.\u00a0 Aan de overzijde van de vuurlijn stonden wellicht mensen als J\u00fcnger voor eenzelfde tweesprong.\u00a0 Soldaat-zijn heeft zijn wetten, en al kon een dergelijke keus soms tragisch aflopen, dit had IK voor mijzelf uitgemaakt: wie ooit voor een defaitistische actie zou komen aandraven, zou aan dovemansdeur kloppen.\u00a0 Iets dat daarnaar zweemde is mij evenwel nooit voorgesteld geweest \u2013 ik heb er zelfs nooit een spoor van bemerkt.<\/p>\n<p>Het leven in de kazerne was eentonig genoeg, de korte permissies thuis, voor mij bij mijn ouders in Oostende, niet te na gesproken.\u00a0 De mannen dienden ervoor te zorgen dat de lokalen van het hoofdkwartier schoon gehouden werden, enz.\u00a0 Ik moest erover waken dat de troepenkamer altijd in orde was, bracht de mannen op rijen van vier naar het bad in de stad Gent.\u00a0 Bekenden die mij met de compagnie zagen opstappen, en luide bevelen hoorden schreeuwen, zullen wel vreemd opgekeken hebben.\u00a0 Niet zonder een wrang gevoel stapte ik voorbij het gastvrije huis in de Sint-Pietersnieuwstraat, waar ik in de voorbije jaren zo dikwijls de vergaderingen van het Bedevaartcomit\u00e9 had bijgewoond.<\/p>\n<p>Nooit meer oorlog?\u00a0 Woorden in de wind.<\/p>\n<p>Wij moesten de hele stad door.\u00a0 En het was geen kleinigheid een honderdtal piotten ordelijk door de straatdrukte te loodsen.\u00a0 De ene moeilijkheid die ik ooit ondervond, kwam vanwege een franssprekend heerschap in een hoge sjees, die voor een Vlaams sergeant niet opzij wilde gaan, en dan maar, zijn trappelend ros flink aanhalend, midden in de manschappen voortreed alsof wij zijn lijfwacht waren.<\/p>\n<p>Mijn kamertje in de kazerne was naakt als een cel (!), maar een oase van stilte, waar ik \u2019s avonds een beetje zelfinkeer en rust kon vinden.\u00a0 Daar ontstond, geheel onverwacht, misschien uit een bewustzijn van gemis, het episch gedicht <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/verlovingstijd-1950-1951\/ask-en-embla\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Ask en Embla<\/span><\/a>, dat ik voortaan als een schat bij mijn schrale soldatenvoorraden in mijn broodzak zou omdragen.<\/p>\n<p>De komst van de Waalse compagnie zou mijn plaats als eerste sergeant niet wijzigen.\u00a0 Wel stond ik voor een moeilijkheid.\u00a0 Zoals ik er de onderluitenant beleefd op wees, had ik mijn opleiding in het Nederlands gekregen.\u00a0 De bevelen kende ik enkel in die taal.\u00a0 Hij antwoordde nogal kortaf: \u201cVous croyez que les wallons sont plus b\u00eates que les flamands?\u201d\u00a0 Ik heb dan maar de hele compagnie in het Nederlands aangevoerd.<\/p>\n<p>Met de officieren had ik alleen contact in zover het de manschappen betrof.\u00a0 De bedrijvigheid van het hoofdkwartier zelf lag helemaal buiten ons wereldje.\u00a0 Het was trouwens nog geheel in wording.\u00a0 Even vingen wij een echo op van een koddig incident,\u00a0 toen een paar officieren die er geen recht op hadden,\u00a0 hun arm tooiden met de amaranten band die aan het uniform zo\u2019n superieur tintje verleent.\u00a0 Zij werden verplicht de sierlijke band te verwijderen.\u00a0 De mannen lachten in hun vuistje.<\/p>\n<p>Nu en dan kregen we een glimp van de bevelvoerende generaal.\u00a0 Hij was een rijzig oud man met een witte snor, die met grote schreden binnen en buiten ging zonder iemand een blik te gunnen, ons nederige leden van het schoonmaakpersoneel allerminst.\u00a0 Het was enigermate begrijpelijk, al had ik wel eens gehoord van generaals die bijwijlen een paar goedige woorden voor hun minderen over hadden, en derhalve zeer geliefd waren.<\/p>\n<p>Dergelijke en andere bejegeningen openden mij als het ware de ogen.\u00a0 Van lieverlede begon het bestaan van onderofficier met zijn vele kleine verplichtingen op mij te wegen.\u00a0 Vroeger had ik tijdens spreekbeurten mijn gehoor wel eens op de zinspreuk van de <span style=\"color: #0000ff;\">Gruuthuses<\/span> gewezen: \u201c<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Gruuthuse_(familie)\" target=\"_blank\" rel=\"nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">plus est en vous<\/span><\/a>\u201d.\u00a0 Ik kon het voor eenmaal op mezelf toepassen: op de duur kreeg ik er genoeg van de rol van een ondergeschikte te spelen.\u00a0 En toen ik vernam dat er een circulaire verschenen was waarbij aan onderofficieren aan het front de mogelijkheid werd voorgespiegeld in het officierenkader te worden opgenomen, vroeg ik de overplaatsing aan naar mijn regiment, het <span style=\"color: #0000ff;\">33<sup>ste<\/sup> Linie,<\/span> dat aan het <span style=\"color: #0000ff;\">Albertkanaal<\/span> gelegerd was.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr: zie <a href=\"https:\/\/18daagseveldtocht.be\/infanterie\/tweede-reserve\/33ste-linieregiment\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">geschiedenis van het 33Li<\/span> <\/a>voor en tijdens de 18daagse veldtocht<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Op mijn aanvraag werd gunstig advies uitgebracht, en in volle winter vertrok ik naar Paal.\u00a0 De reis was niet gemakkelijk en Paal viel niet mee.\u00a0 Toen ik eindelijk het bureau van de regimentsstaf had ontdekt, bekeek mij de dienstdoende officier met een onheilspellend lachje.<\/p>\n<p>\u201cWordt dat op het hoofdkwartier verteld?\u201d vroeg hij.\u00a0 \u201cHier verklaren wij die circulaire anders.\u00a0 Een bevordering kan niet in \u2019t vooruitzicht gesteld worden.\u201d<\/p>\n<p>Ik groette en ging.\u00a0 Alle woorden waren overbodig; en dat lachje achtervolgde mij.<\/p>\n<p>Ik had mijn overplaatsing aangevraagd: ik moest wel naar mijn compagnie; er bleef mij niets anders over dan mij op het rapport te gaan aanmelden\u00a0 Het bureau lag een heel eind buiten het dorp: het was al donker toen ik er aankwam\u00a0 Een blozend gezicht onder een schelle lamp: de commandant.\u00a0 Hij schonk mij niet veel aandacht.\u00a0 De bevelhebber van deze Vlaamse eenheid was een eentalige Waal \u2013 alles moest door tweetalige reserve-officieren, vaak in onderwijzers-Frans, worden uiteengezet.\u00a0 Ik werd zonder omhaal aan het onderofficierenkorps toegevoegd: onderkomen moest ik zelf zien te vinden, een strozak zou er niet meer bezorgd worden.\u00a0 Een van de aanwezigen, wie ik als letterkundig bekend was, wees mij ten slotte het huis van een mijnwerker aan, waar ik mit gaders het gezelschap van knagende muizen, tegen een klein huurgeld onderdak zou kunnen vinden.<\/p>\n<p><a id=\"Smook\"><\/a>Luisterend naar het nachtelijk maal van de muizen die met hun gekraak het hele huis leken af te breken, bedacht ik hoe vreemd \u2019s werelds loop toch was.\u00a0 En steeds weer hoorde ik de verwensing van de verbolgen G\u00e9ronte: \u201cQu\u2019allait il faire dans cette gal\u00e8re?\u201d<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr.: Citaat uit Moli\u00ebre &#8220;<span style=\"color: #0000ff;\"><a style=\"color: #0000ff;\" href=\"https:\/\/www.ralentirtravaux.com\/lettres\/textes\/theatre\/fourberies-scapin.php\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Les Fourberies de Scapin<\/a><\/span>&#8220;,\u00a0Acte II, sc\u00e8ne 7: &#8220;waar bemoeide hij zich ook mee?&#8221;<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Ik bleef dus onderofficier, gewoon sergeant, en moest dan nog wel zelf mijn logies betalen.\u00a0 <span style=\"color: #0000ff;\">Aan het Kanaal<\/span> moest ik in bunkers en holen nachtenlang met de piotten de wacht houden.\u00a0 De nachten waren koud.\u00a0 Wel hadden de mannen ergens het nodige gevonden om te stoken; maar in onze onderaardse krocht gaf de gebarsten Kempense\u00a0 kachel\u00a0 meer rook dan\u00a0 warmte.\u00a0 \u2019s Morgens stapten wij zwart als negers,\u00a0en gerookt als haringen naar het kantonnement terug.\u00a0 Het was telkens alsof ik een nachtmerrie beleefd had.\u00a0 De rook was niets vergeleken met de gesprekken die de \u201cinwonende\u201d sergeant tegen wil en dank moest aanhoren.\u00a0 Zij liepen onveranderlijk op hetzelfde uit.\u00a0 En liet men een zweem van afkeuring horen, dan was dat voor sommigen genoeg om er nog een schepje bij te doen.\u00a0 Vaak ben ik naar buiten geklommen in de koele nachtelijke lucht, diep ademend, stil bij het stille water.<\/p>\n<p>De sneeuw maakte de oefeningen en de marsen niet lichter.\u00a0 Het landschap met de zwaar besneeuwde sparren was enig mooi, maar weinigen schonken daaraan enige aandacht, ikzelf was te zeer door mijn uitrusting gehinderd om van het natuurschoon te kunnen genieten.\u00a0 Het was eerder een schaatsen dan gaan; meer dan \u00e9\u00e9n gleed uit en smakte onverhoeds met geweer en al tegen het ijsgladde wegdek \u2026\u00a0 Er werd gemopperd en gevloekt.\u00a0 Waarom moesten zij hier ver van hun gezin, met al dat ijzer beladen, dag aan dag hier in de sneeuw lopen ploeteren?<\/p>\n<p>En dan waren er de lange avonden.\u00a0 Voor mij persoonlijk was er in de schrale herbergen van Paal weinig heul te vinden. Ik bracht de kostbare avonduren dan maar door in de woonkamer van het mijnwerkersgezin.\u00a0 Ik tekende en schilderde voor de kleuters een kerststalletje, en knipte de figuurtjes uit.\u00a0 De verwondering in de ogen van de kleinen was een hele beloning.<\/p>\n<p>Wat mij teleurstelde was de stemming onder de manschappen.\u00a0 Hier ging het er geheel anders aan toe dan in Gent \u2013 misschien ook wel omdat wij dichter bij het vuur stonden.\u00a0 Niet zelden stootten wij, die de soldaten nochtans genegen waren, op norse onverschilligheid, om niet te zeggen op krasse moedwil.<\/p>\n<p>Corvees te doen opknappen was meer dan een corvee.\u00a0 Als je niet uit je ogen keek, werd je bedrogen waar je stond op te kijken.\u00a0 Het moreel liet veel te wensen over: algemeen sprak men slechts met verachting over begrippen als vaderland en plicht.\u00a0 Wie zou er hun de eerbied voor dergelijke waarden bijbrengen?\u00a0 De man die daarvan het symbool was, de commandant, sprak een andere taal dan de mannen.<\/p>\n<p>Met de tucht was het erg gesteld.\u00a0 Ik herinner mij hoe wij op een wintermorgen in veldkledij stonden aangetreden.\u00a0 Een officier schouwde de compagnie, en ik hoorde hem \u00e9\u00e9n van de mannen nogal scherp roepen: \u201cZet uw helm recht op uw kop!\u201d\u00a0 Even was er een stilte, toen antwoordde de man nors: \u201cIk \u2019n heb geen kop!\u201d\u00a0 Niemand nam het incident tragisch op.\u00a0 Er werd niet eens gegrinnikt.\u00a0 Men was dergelijke gedachtenwisselingen blijkbaar gewoon.\u00a0 Onverschilligheid was hier een levens-houding.<\/p>\n<p>Dat Paal zo ver van West-Vlaanderen lag, droeg er niet weinig toe bij om dit bestaan, dat al leeg was, nog verder te vergallen.\u00a0 Wie met verlof naar huis mocht, moest zich een onmogelijke reis getroosten, en verloor uren tijd.\u00a0 Ikzelf zag ertegen op.\u00a0 En wat gezegd van de terugreis?\u00a0 De zondagavond naar \u2019t kantonnement oprukken was alles behalve een pretje.\u00a0 Een zonderling toeval droeg er nog toe bij om die terugreis bijzonder onaangenaam te maken.\u00a0 Ik moest er telkens weer aan terugdenken.<\/p>\n<p>Ik had met de bekende \u201cgemengde gevoelens\u201d Oostende verlaten.\u00a0 Het was donker geworden.\u00a0 De regen sloeg tegen de ruiten van het rammelend Kempens treintje.\u00a0 Tegenover mij zat een allerkoddigst paartje: een kennelijk al oud man en een nog jong ding dat er al even oubollig uitzag als haar zalig lachende begeleider.\u00a0 Zij spraken niet, maar knuffelden naar hartelust en bleken dolgelukkig.\u00a0\u00a0 Ik had een boek uitgehaald en deed of ik niets merkte, tot het treintje eindelijk met een schok stilhield.\u00a0 Ik haastte mij naar buiten: wij moesten hier op een bus overstappen.\u00a0 Maar het weer werd hoe langer hoe slechter, en om niet kletsnat verder te moeten reizen wendde ik mij naar een herberg.\u00a0 De deur stond, vreemd genoeg, wagenwijd open en in de half verlichte gelagzaal met de modderige tegels zat geen enkele verbruiker.\u00a0 Toen zag ik waarom. In de vrije ruimte voor de toonbank lag op zijn rug het mannetje uit de trein, met glazig blauwe blik omhoog te staren, de gelukkige grijns nog op het paarse aangezicht.\u00a0 Het meisje zat aan een tafeltje, stom en radeloos in de aanwezigheid van de dood.\u00a0 Ik keek naar de waard: hij was glazen aan het wassen alsof zijn leven ervan afhing, en zag mij vluchtig aan: \u201cZe zijn om de dokter,\u201d zei hij schor.<\/p>\n<p><a id=\"Haardstede\"><\/a>De dokter?\u00a0 Ik dacht aan de onvermijdelijke zin in de krant: \u201chij kon enkel de dood vaststellen \u2026\u201d\u00a0 Ik voelde mij misselijk, en verkoos dan toch maar het winters weer daar buiten.\u00a0 Opgelucht stapte ik op de bus, maar de grijns van de dode vervolgde mij tot in het kantonnement.<\/p>\n<p>In die dagen stuurde ik een vers naar de redactie van het bataljonsblad waarin ik gepoogd had aan dit geestdodend bestaan in een verloren gehucht een zin te geven: \u201cHaardstede\u201d.\u00a0 Waarom stonden wij hier?\u00a0 Was het niet precies ter wille van hen die wij thuis achter hadden gelaten?\u00a0 Onze verwanten, de mensen van dit land, hun bezit, de grond waarop zij leefden, al wat zij en hun voorzaten hadden opgebouwd: d\u00e0t was de inzet.\u00a0 Misschien zouden wij eerlang daarvoor moeten vechten, ons leven moeten\u00a0 geven\u00a0 en\u00a0 terechtkomen in een\u00a0 soldatengraf.\u00a0\u00a0 Er waren waarden waarvoor zo\u2019n offer niet te klein was.\u00a0 De haardstede was dat waard.\u00a0 Het vers werd nogal stuntelig afgedrukt, als een soort van voetnoot, ik geloof zelfs dat mijn naam weggevallen was, toch hoop ik dat het hier of daar iemand een hart onder de riem gestoken heeft.\u00a0 De telkens terugkerende belijdenis: wij zijn bereid, vond in elk geval een echo in het bekende strijdlied.<\/p>\n<p>Hier volgt de tekst van \u201cHaardstede\u201d.<\/p>\n<p>Roept gij ons te velde, roept gij ons te weer,<br \/>\ndwingt gij in onze handen \u2019t zware geweer:<br \/>\nwij zijn bereid.<br \/>\nEn breekt gij alle banden, rooft gij onze rust,<br \/>\nwij hebben tot afscheid allen gekust,<br \/>\nwij zijn bereid.<br \/>\nWant gij zijt onze rust, en gij zijt onze waak;<br \/>\ngij zijt onze roem, onze grote taak:<br \/>\nwij zijn bereid.<br \/>\nGij stilt onze angst voor de gruwzame dood,<br \/>\nl\u00e9ven zult gij in der graven schoot!<br \/>\nwij zijn bereid.<br \/>\nEn wordt ons hart week om een huis en een haard,<br \/>\nwij blijven te wacht, gij zijt het waard:<br \/>\nwij zijn bereid!<\/p>\n<p>Het was een afrekening met het uiterste: dat het zo met ons zou kunnen aflopen was niet denkbeeldig.\u00a0 Tijdens een opdracht was ik eens getuige van een vliegtuig-ongeval met dodelijke afloop.\u00a0 Wij reden net voorbij op het ogenblik dat men de vliegenier uit de zwart verkoolde wrakstukken haalde.\u00a0 Een dokter greep in de rokende zwarte massa, en richtte wat van de piloot overschoot \u2013 een baron \u2013 zo hoorde ik fluisteren met een ruk op.\u00a0 De romp klapte als aan een scharnier omhoog \u2013 een romp zonder hoofd.\u00a0 De armen stonden wijd open gespreid als in een gebaar van aanbidding \u2013 armen zonder handen \u2026\u00a0 Alles was in de vlammen geroosterd en stonk afschuwelijk.\u00a0 Het was wreed, het was grotesk, een beeld van verschrikking dat alle verbeelding te boven ging.\u00a0 Zonder hoofd, zonder handen, zat de baron te midden van de walmende resten van zijn vliegtuig, en hief de armstompen ten hemel als in een stom gebed om erbarming.<\/p>\n<p>Met een wenk van het hoofd beduidde ik de chauffeur dat wij terug naar de wagen gingen.\u00a0 Geen van ons beiden sprak een woord: dat was nu een uiterste dat ons, soldaten, wellicht ook te wachten stond; een brutaal en ongenadig einde.\u00a0 Als een vers als \u201cHaardstede\u201d door een soldaat geschreven werd, dan was dat alles behalve \u201cliteratuur\u201d.<\/p>\n<p>Het gedicht werd gebundeld in \u2026 1941, tijdens de bezetting.\u00a0 \u201cMen\u201d heeft er nooit lucht van gekregen dat het geschreven werd in de tijd dat er ons een \u2026 Duitse dreiging boven het hoofd hing.\u00a0 In de grond had het niets van zijn diepere betekenis verloren: wij streden voort tegen elke poging om ons volk te verknechten.<\/p>\n<p>Zonder te veel ervan te verwachten, had ik mij tot het hoofdkwartier gericht.\u00a0 De overplaatsing naar mijn regiment had geen zin aangezien hier in Paal om de bewuste circulaire gelachen werd.\u00a0 In de kazerne beschikte ik over een kamertje, hoe kaal ook, waar ik mij aan mijn literair werk kon wijden.\u00a0 \u2019s Avonds kon ik in de stad het cultuurleven volgen, tentoonstellingen bezoeken, m.a.w. mens blijven.\u00a0 Niemand wist hoelang de mobilisatie zou duren: het vooruitzicht zoveel kostbare tijd te verliezen was alles behalve bemoedigend.<\/p>\n<p>Het 33<sup>ste<\/sup>, zo scheen het, liet mij niet gaarne los.\u00a0 En toch werd te Gent op mijn aanvraag ingegaan: het hoofdkwartier riep mij terug.\u00a0 Eigenlijk was ik daar goed op mijn plaats.\u00a0 Daar ik Frans kende, en daarbij ook nog Engels en Duits, kon ik daar diensten bewijzen.\u00a0 Het kon vooral onze jongens te stade komen.\u00a0 Zo heb ik o.m. eens voor tolk gespeeld bij een \u2026 geneeskundig onderzoek door een stafdokter die geen woord Nederlands verstond.\u00a0 Wel gaf het mij een onhebbelijk gevoel alsof ik in iemands intimiteit binnendrong \u2013 maar men had er mij nu eenmaal bijgehaald.\u00a0 Meer in de lijn van mijn vak was het optreden als pleister voor de krijgsraad \u2013 waar ik mij als advocaat had laten inschrijven.<\/p>\n<p>Op het hoofdkwartier teruggekeerd, vond ik veel veranderd.\u00a0 Van het monachale kamertje waaraan ik in Paal met zoveel heimwee aan gedacht had,\u00a0 was geen sprake\u00a0\u00a0meer.\u00a0 De onderofficieren lagen nu bijeen.\u00a0 Dat was geen meevaller.\u00a0 Er was ook meer spanning, meer zenuwachtigheid te bespeuren: de meidagen hingen als het ware in de lucht.\u00a0 Ik zou het persoonlijk ondervinden.\u00a0 Zonder dat mij iets positiefs werd medegedeeld \u2013 alles ging in het grootste geheim \u2013 kwam mij ter ore dat een of ander dienst (de Veiligheid?) inlichtingen over mij was komen inwinnen.\u00a0 Het nieuws stemde mij onbehaaglijk: dat moest al vanzelf een verdenking op mij werpen \u2013 een verdenking, zo mocht ik in geweten getuigen die ik hoegenaamd niet verdiende.<\/p>\n<p>E\u00e9n zaak werd mij duidelijk.\u00a0 Tijdens deze maanden werd het mij telkens weer bewezen: dat wij Vlamingen tegenover het leger een verkeerde politiek hadden gevoerd.\u00a0 Het antimilitarisme van de oud-frontsoldaten had een schaduwzijde waarvan wij nu de terugslag voelden.\u00a0 Wij hadden verwaarloosd voor een stand van keurig sprekende, Vlaamsvoelende officieren te zorgen.\u00a0 D\u00e0t behoort ook tot het cultuurpatrimonium van een volk: een eigen officierenstand hadden wij nodig \u2013 dat was in de eerste plaats een elite, maar vooral een factor van macht. \u00a0En wat waar was voor het leger, was ook waar voor de andere machten in de staat.<\/p>\n<p>Ik had een poging gedaan om uit de Assepoesterkelder te geraken en de trap op te klimmen naar een hoger verdieping: er bleek geen trap te zijn.\u00a0 Niet alleen was mijn poging mislukt: nu kreeg ook mijn loyaliteit een lelijke deuk.\u00a0 Ik dacht aan 1914.<\/p>\n<p>Zouden de Vlamingen opnieuw het mikpunt worden van hatelijke vervolgingen?\u00a0 Ik was als strijdend Vlaming goed bekend, de Uitgeverij \u201cDe Standaard\u201d had zopas een gedicht van mij \u201cMijn volk wordt groot\u201d op duizenden exemplaren verspreid (het hangt nu trouwens nog in veel huiskamers).\u00a0 In bepaalde kringen was Vlaming-zijn een smet, een soort misdrijf \u2013 daardoor alleen was je al verdacht.\u00a0 Wat zou het worden?\u00a0\u00a0 Een strafcompagnie?\u00a0 Ik achtte het weinig waarschijnlijk, aangezien ik mijn dienst zo onberispelijk mogelijk verrichtte.\u00a0 Een tijdlang hoorde ik niets, dan werd ik bij de Staf-overste geroepen.\u00a0 Het onderhoud was kort: hij wist nu wie ik was: ik wist waaraan ik mij te houden had.\u00a0 De waarschuwing was ten enen male overbodig: ik hoefde aan mijn gedragslijn niets te veranderen, zolang mij of de mannen geen onrecht werd aangedaan.<\/p>\n<p>Wel hoorde ik hen bijwijlen klagen, maar dan was het in hoofdzaak over de nadelige weerslag die hun langdurige afwezigheid op hun familieleven en hun zaken tot gevolg had.\u00a0 Ook ik moest ondervinden dat het voortdurend van huis zijn zeer hinderlijk was.\u00a0 Een verloving, die na aanvankelijke aarzeling nu officieel gesloten was, maar moeizaam van de grond raakte, leed in die maanden van vervreemding schipbreuk, en het was een wraak waaraan niet meer te kalefateren viel.\u00a0 Ten prooi aan een pijn waarvoor geen heul meer was, had ik onwenniger dan ooit de trein naar Gent genomen.\u00a0 Ik wist niet dat dat afscheid ook het vaarwel zou betekenen aan het ouderlijk huis, en aan Oostende, want dan brak aan de oostgrens de hel los.\u00a0 De Dulle Griet voer over het land, dood en vernieling zaaiend langs een spoor van puin.\u00a0 Ze zou ook in mijn leven hardhandig ingrijpen.<\/p>\n<p>De tiende mei werden wij gewekt door mitrailleurvuur uit de lucht en lagen nu in de lokalen van wat mij een school leek te zijn.\u00a0 Wij waren intussen van Gent naar Brussel verhuisd.\u00a0 Ik sprong van mijn strozak op, en schoot mijn kleren aan.\u00a0 Een beroepsonderofficier liep door de holklinkende lokalen met een grote bel in de hand\u00a0 \u201cAlarm, alarm!\u201d riep hij, en onderstreepte elke kreet met een zwaai van de bel.\u00a0 Ik keek door het venster: het was aan \u2019t dagen en de lucht was diepblauw.\u00a0 Boven de daken hing een donker vliegtuig dat vuur en hagel spuwde over de stad.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr: &#8220;&#8230; naar Brussel verhuisd&#8221;: In Sint-Gillis bevond zich het <a href=\"https:\/\/18daagseveldtocht.be\/grote-eenheden\/legerkorpsen\/vide-legerkorps\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">VIde Legerkorps<\/span><\/a>.<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Oorlog \u2026 De lichtkogels waaierden open als een macaber vuurwerk.\u00a0 Evere was even daarvoor gebombardeerd, zo vernamen wij, alle toestellen waren op de grond vernield.\u00a0 Wij bezagen elkander: een inval had men verwacht, en toch was het nog een verrassing.\u00a0 Het duurde niet lang of wij werden meegesleept in een koortsige drukte.\u00a0 Er dienden vooral voertuigen opge\u00ebist.\u00a0 Tot mijn verbazing wemelde het in de straten van allerlei mensen die hier en daar in groepjes bleven rondhangen.<\/p>\n<p>Lang bleven wij in Brussel niet meer.\u00a0 Wij belandden op een kasteel ergens op de weg naar Leuven, waar het hoofdkwartier een onderkomen had gevonden.\u00a0 Men had ons een reglement in de handen gestopt op het verweer tegen laagvliegende jagers, maar wat kon je met een karabijn en een paar F.M.\u2019s tegen die vliegende forten \u2026\u00a0 Aan de grens ging het warm aan toe, er werden zware gevechten geleverd: een paar mannen die de dans ontsprongen waren brachten onheilspellende berichten mee.\u00a0 Zij hadden het over vliegtuigen die onder vervaarlijk sirenegeloei naar beneden raasden met een reuzige bom die nooit haar doel miste.\u00a0 Het waren de beruchte stuka\u2019s.<\/p>\n<p>Hoofden, armen en benen vlogen de lucht in, mensen en dingen werden letterlijk uit elkaar gereten.<\/p>\n<p>Eens verraste de stafoverste \u00e9\u00e9n van die mannen toen hij met zijn verhaaltje bezig was.\u00a0 Met hoge stem voerde hij tegen de soldaat uit: \u201chij moest hier niet komen om de mannen te demoraliseren: dat konden wij hier missen!\u201d\u00a0 Nog nooit hadden wij de kolonel zo kwaad gezien; meestal was hij een waardige en beheerste verschijning, die eerbied inboezemde.<\/p>\n<p>Het leed geen twijfel, de zaken stonden slecht.\u00a0 De troepen van het Rijk beschikten over verrassende en modern bedachte aanvalswapens, hun strategie was op geheel nieuwe leest geschoeid.\u00a0 Wij hoorden wel eens de officieren de onstuimige vaart van de pantsercolonnes als \u201cal te vermetel\u201d bestempelen.\u00a0 Het was \u201ceen slechte tactiek\u201d, \u201cde achterwaartse verbindingen zouden doorbroken worden\u201d, \u201cde spitsen zouden afgezonderd worden\u201d enz.\u00a0 Maar anderen die vertrouwelijker met ons omgingen lieten zich vrij pessimistisch uit: het zou op een verbitterde oorlog uitlopen.<\/p>\n<p>Het leek of zij in \u2019t gelijk gesteld werden: het hoofdkwartier moest aan de terugtocht geloven.\u00a0 Zeer duidelijk staat mij nog het verblijf in Elewijt voor de geest, waar de officieren een bungalow betrokken \u2013 wij lagen in de buurt op een zolder.\u00a0 Het was wonderbaar weer.\u00a0 Alles bloeide.\u00a0 De lauwe nachten geurden naar de bloesems \u2013 en ik moest met een patrouille uit, op zoek naar \u201cparachutisten\u201d!\u00a0 De vreemdste geruchten deden de ronde.\u00a0 Er werden er overal opgemerkt, en in de zonderlingste vermommingen \u2013 zelfs in priesterkleren, beweerde men.<\/p>\n<p><a id=\"Rubens\"><\/a>In elk geval,\u00a0 onze verantwoordelijkheid\u00a0 was\u00a0 groot,\u00a0 ik heb in die lauwe nachten niet veel geslapen.\u00a0 Elk ogenblik kon ergens zo\u2019n reusachtig zweefvliegtuig neerstrijken, en als een paard van Troje zijn bemanning in de heldere nacht binnensmokkelen.\u00a0 De wacht diende scherp uit te kijken.\u00a0 En soms speelt de verbeelding je parten.\u00a0 In het schemerdonker kan een struik allicht de vorm van een gehurkte mensengestalte aannemen \u2013 en als je er lang genoeg op kijkt, gaat het bewegen ook.<\/p>\n<p>In deze streek was ik nog nooit geweest.\u00a0 Het was de buurt van het stijlvolle <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Het_Steen_(Elewijt)\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">Rubenssteen<\/span><\/a>, waar de meester in zijn laatste levensjaren gaarne verbleef.\u00a0 Het landschap leek mij schraal en zielloos: het zou mij de ascetische eindeloosheid van mijn geboortestreek niet doen vergeten. En toch, op een paar kilometer daarvandaan, lag in de kromming van de Zenne het verloren dorp waar ikzelf mijn laatste levensjaren zou komen slijten.\u00a0 Zo grillig is het spel der toevallen dat het leven van de mens beheerst.\u00a0 Had een astroloog mij moeten voorspellen dat ik in Weerde zou terechtkomen, ik had hem zeker uitgelachen.\u00a0 En toch, in d\u00e0t dorp, ver van zee en zeelandschap, zit ik nu te schrijven, teruggekeerd tegen wil en dank naar het uitgangspunt van de heilloze terugtocht in 1940.\u00a0 Een kwarteeuw later is de kringloop gesloten.\u00a0 Naar het Rubensteen ga ik thans wandelen \u2026<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr: &#8220;&#8216;Op donderdag 16 mei <a href=\"https:\/\/18daagseveldtocht.be\/grote-eenheden\/legerkorpsen\/vide-legerkorps\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">dient de 2de Divisie<\/span><\/a> zich langs Hofstade, Zemst, Spilt, Laar en de brug bij \u2019t Sas naar Humbeek, Ipsvoorde en Nieuwenrode te begeven, het<a href=\"https:\/\/18daagseveldtocht.be\/infanterie\/eerste-reserve\/28ste-linieregiment\/\" target=\"_blank\" rel=\"nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\"> 28Li<\/span> <\/a>maakt hierop een uitzondering en wordt via Elewijt en Eppegem over de Verbrande Brug naar Beigem gestuurd.&#8221;<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Boven het land waar de oude Rubens zich met zijn blonde jonge vrouw vermeide, raasden nu Duitse jagers en bommenwerpers.\u00a0 Ik herinner mij een hachelijk ogenblik vlak bij de kerk van Elewijt. En dan kwam weer het bevel: achteruit!<\/p>\n<p>Voortaan zou er geen ander bevel meer gegeven worden.\u00a0 Steeds weer werd ietwat verder achteruit een kasteel of herenhuis betrokken \u2013 althans door de officieren.\u00a0 Voor ons was het altijd de strozak ergens in een of ander landelijk bijgebouw.<\/p>\n<p>Te Astene werd ik altijd met een speciale opdracht belast.\u00a0 In Hansbeke diende er een konvooi munitie afgehaald en naar de frontlinie gebracht: ik moest hiervoor instaan.\u00a0 Het was een zwoele en vreemd heldere nacht.\u00a0 Een nacht om dichters en verliefden te vervoeren, maar de vrachtwagens vervoerden een ander ontvlambaar goedje.\u00a0 Boven ons hoorden wij voortdurend het manend geronk van vijandelijke nachtjagers die van uit de hoogte de slagschaduw van ons konvooi op de witte wegen zeker moesten opmerken.\u00a0 Elk ogenblik kon zo\u2019n kerel op ons afkomen \u2013 een lichte bom, en wij ontwaakten in de andere, en hopelijk betere wereld.\u00a0 En wij mochten niet te snel rijden \u2013 wat de nacht nog langer maakte.\u00a0 Heerlijk straalde de meimorgen boven het Leieland open.\u00a0 Maar boven onze hoofden gingen machinegeweren aan \u2019t ratelen: een luchtgevecht.\u00a0 Zo raakte de munitie veilig ter bestemming, en wij ook.\u00a0 Nooit gedacht dat na zo\u2019n slapeloze nacht een hoop stro op een zolder zo weldoende kon zijn.<\/p>\n<p>Immer verder werden onze strijdkrachten in de richting van het westen verdrongen.\u00a0 Langs de grote weg naar Deinze werden in allerijl troepen aangevoerd.\u00a0 Tanks daverden voorbij; lange slierten open vrachtwagens vol soldaten raasden zuidwaarts.\u00a0 De mannen stonden rechtop, dicht tegen elkander gedrukt; zij keken somber en strak voor zich uit.\u00a0 Aan weerszijden van de weg strompelden vluchtelingen: moeders met kinderen aan de hand en op de arm, ouden van dagen met pakken beladen, \u00e9\u00e9n oud moedertje had haar hebben en houwen op een kinderwagentje geladen, en stapte gelaten voort.<\/p>\n<p>Door het oorlogsgebeuren opgejaagd, liepen ze maar, voor het naderend onheil vluchtend, radeloos, niet wetend waarheen.\u00a0 Het onbezette Belgi\u00eb werd hoe langer hoe kleiner, en in die smalle strook van het grondgebied was een grote mensenmassa op de dool.\u00a0 Wij vernamen dat op zeker ogenblik een groep haveloze vluchtelingen tussen de frontlinies gekneld geraakten \u2026 &#8211; totale oorlog!\u00a0 Onweerstaanbaar uit het oosten rolden de pantsercolonnes aan: ijzeren grijparmen van een reuzige tang die niets loslieten.<\/p>\n<p>Zouden onze troepen, zouden al die mensen aan de greep van die ongenadige vangarmen ontsnappen?\u00a0 Alles werd verder teruggedrongen westwaarts, in de richting van de zee, ook het hoofdkwartier.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr: zie gedetailleerde beschrijving van de aftocht via Poeke en de capitulatie op d<a href=\"https:\/\/18daagseveldtocht.be\/grote-eenheden\/legerkorpsen\/vide-legerkorps\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">eze pagina over het VIde legerkorps<\/span><\/a>.<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Onderweg werd nog halt gemaakt in Poeke.\u00a0 Daar kwam het dorp onder het vijandelijk geschut te liggen.\u00a0 Een artillerie-colonne, met paarden en caissons, was over de hobbelige straatweg aan het hotsen, en d\u00e0\u00e0rop had een Duitse batterij, kilometers daarvandaan, het gemunt.\u00a0 Het vuur werd gericht door een Fieseler Storch, die ijverig boven ons hoofd ronkte zonder dat iemand hem verontrustte.\u00a0 Met een helse nauwkeurigheid spatten de kartesten open langs de weg door de colonne gevolgd.\u00a0 Toen ik even naar mijn mannen ging zien, was de dorpsstraat \u00e9\u00e9n hopeloze wirwar van verlaten caissons en bloedende paardenkrengen.\u00a0 Een paar artilleristen lagen levenloos in de greppels, van de levenden was geen spoor te bekennen.<\/p>\n<p>Nu begon onze eigen artillerie over onze hoofden te schieten.\u00a0 Wij hoorden de losbrandingen, en dan niets meer: van de inslagen werden we niets gewaar.\u00a0 Elk schot zo onder de loop zelf gaf een korte doffe knal, en de salvo\u2019s hamerden onafgebroken voort, ergens werd door onze jongens hardnekkig weerstand geboden.<\/p>\n<p>Ik kreeg het bevel mannen te verzamelen om alles op te ruimen en de weg vrij te maken. Het hoofdkwartier moest verder.\u00a0 Het was geen verkwikkelijk werk: er waren heel wat mannen nodig om de krengen weg te slepen, en ik had alle moeite om er het volk voor te vinden.\u00a0 Van nu voort werden de opgeschrikte huisvaders door \u00e9\u00e9n drang bewogen: een stevige schuilplaats te gaan zoeken voor de uren dat zij niet op dienst waren.\u00a0 De jagers scheerden haast rakelings over de grond: daartegen was een karabijn even doelmatig als een bezemsteel \u2013 onder \u2019t herladen was het vliegtuig al buiten schot.<\/p>\n<p>In Poeke lieten wij de Waalse luitenant achter die een lading schrapnel in de hersenen gekregen had.\u00a0 De withouten kist, die doorboog bij elke stap van de dragers, werd haastig naar het kerkhof gebracht.\u00a0 Met een paar man stapte ik achteraan als erewacht.<\/p>\n<p>Iets anders nog had ik in de brand gelaten: mijn broodzak met mijn rantsoenen, en (dit was heel wat erger) het handschrift van \u201c<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/verlovingstijd-1950-1951\/ask-en-embla\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Ask en Embla<\/span><\/a>\u201d dat in die maanden van geestelijke verdorring mijn grote vreugde geweest was.\u00a0 Het verlies was onherstelbaar daar ik mij alleen brokstukken van het gedicht in het geheugen kon roepen.\u00a0 En zo stonden de twee figuren mij voor de geest als twee deerlijk gehavende beelden, verminkt en geschonden: de gedachte was ondraaglijk.\u00a0 Maar we waren gevat in een razende dodendans, en al het andere werd tegen wil en dank naar de achtergrond verdrongen.\u00a0 Gelukkig zou ik zowat een jaar later op de man stuiten die het handschrift gevonden had, en zorgvuldig bewaard.\u00a0 Ik wist niet wat gezegd om hem te bedanken: er zijn nu eenmaal vreugden waarvoor je geen woorden vindt.\u00a0 Maar ik zie nog zijn lach \u2013 hij was even gelukkig als ik.<\/p>\n<p>Er werden veel liederen gedicht op de meinacht \u2013 maar zeker nooit \u00e9\u00e9n op de nacht die wij op de autostrade meemaakten.\u00a0 Deze lag namelijk onder het vuur van de vijand.\u00a0 Op een bepaald kruispunt werd met onveranderlijke regelmaat geschoten: wij moesten de pauze afwachten en dan in razend tempo de snelweg oprijden.\u00a0 Een officierswagen reed voorop om de weg voor de colonne te verkennen; ik had het bevel over de tros, en zat naast de bestuurder van de grootste vrachtwagen, die voor geen kleintje vervaard was.\u00a0 Als de laatste kartets uiteengesprongen was, schoten wij in topsnelheid vooruit.\u00a0 De grote wagen \u2013 een opge\u00ebiste beestenwagen \u2013 helde vervaarlijk als we de bocht namen, en de mannen die erin opgesloten waren, werden voorzeker flink door elkaar gerammeld: maar het kon niet vlug genoeg gaan.\u00a0 De andere wagens trachtten ons bij te houden.\u00a0 Even leek het of de laatste het niet zou halen, maar toch slaagde hij er nog in door te glippen: het was op het nippertje \u2013 \u00e9\u00e9n man was gewond aan het hoofd, maar niet ernstig.<\/p>\n<p>Op de autostrade moesten we uit alle macht remmen.\u00a0 In het schemerduister zagen wij ons niets dan grauwe gestalten in groepen en groepjes gelaten voortmarcherend, westwaarts voor de naderende vijand uit. De hele weg was \u00e9\u00e9n bewegende mensenmassa.\u00a0 Tussen de groepen in raasden wij vooruit, waar de doorgang enger werd moesten wij inbinden, dan ging het weer een stuk verder tot wij weer moesten remmen.\u00a0 Maar dat ook kon onheil stichten.\u00a0 Iemand had ons toegeroepen dat tussen al dat volk ook een colonne krijgsgevangenen marcheerden \u2013 zij zouden, zo heette het, in \u2019t voorbijrijden op de wagens kunnen springen \u2026<\/p>\n<p>Willen of niet: remmen, en hard remmen moesten wij meer dan eens.\u00a0 Over de brede weg gierden jagers; mitrailleurkogels gilden door de nacht, en telkens wierp zich alles wat hier voortspoedde languit op de grond, en bleef liggen als dood; terwijl aan weerszijden van de weg hoeven, hooimijten en woningen knetterend in brand vlogen.\u00a0 Na de raid was het weer: verder rijden, de zware vrachtwagen voortjagen door de halve duisternis, tot de volgende \u201chalte\u201d.<\/p>\n<p>Ik heb in die nacht de chauffeur bewonderd.\u00a0 Met gesloten gezicht stuurde hij schijnbaar roekeloos maar zelfverzekerd door de verwarring van al die opgedreven soldaten, alsof de duivel achter hem aanzat.\u00a0 Achter ons aan slingerde de lange tros van het hoofdkwartier, en had alle moeite om ons bij te houden.\u00a0 Rechts van ons lichtte, zuiver en rustig, de dageraad.<\/p>\n<p>De zonnige meimorgen vond ons gehurkt onderaan de toren en achter de grafzerken van een dorpskerk.\u00a0 Toen wij ons oprichtten riep een schrille stem: kom maar voor de dag: het is afgelopen! \u2026\u00a0 Wapenstilstand?\u00a0 De man had het bericht zo-even vernomen: de koning had gecapituleerd: voor ons was de oorlog ten einde.<\/p>\n<p>Nog maar half begrijpend bezagen de mannen elkander \u2013 dan begrepen zij.\u00a0 Er werd niet gejuicht, niet opgewekt gelachen.\u00a0\u00a0 Zij aanvaardden het nieuws met een ernst die al de gevolgen van die enkele woorden had overzien.\u00a0 Voorbij, het ontzenuwend opgejaagd worden: wij zouden weer kunnen leven als mensen.<\/p>\n<p>Aartrijke was onze laatste halte.\u00a0 Het was geen kasteel meer, maar een gewone dorpsschool.\u00a0 Daar verscheen een Duits officier in groen glimmende regenjas: alles was afgelopen.\u00a0 Onder onze officieren heerste een bedrukte stemming, sommigen hadden tranen in de ogen.\u00a0 Wij moesten allen aantreden, en de generaal hield een toespraak (in het Frans, als ik mij goed herinner): de strijd was niet beslecht, zo zei hij ongeveer.\u00a0 Het was de eerste keer dat ik zijn stem hoorde, en ook de laatste.<\/p>\n<p>Ieder dacht het zijne over het gebeuren.\u00a0 Zeker is, dat onder de manschappen geen enkel woord gesproken werd om de daad van koning Leopold af te keuren.\u00a0 Door zijn bondgenoten verlaten, was hij alleen komen te staan, met de rug tegen de zee, niet alleen met geheel zijn legermacht, maar ook met de duizenden vluchtelingen die achter de linies op de dool waren.\u00a0 De Engelsen konden dank zij hun brug van vrachtwagens naar hun schepen ontsnappen \u2013 voor ons was er geen ontkomen.\u00a0 De koning legde de wapens neer: zo vermeed hij een massale slachting zonder zin.<\/p>\n<p>Intussen betekende het voor ons allen krijgsgevangenschap.\u00a0 Op vrachtwagens geladen, keerden wij terug \u2026 oostwaarts.\u00a0 In Destelbergen bij Gent werden wij ontscheept \u2013 voor hoelang?\u00a0 dat wist niemand. \u00a0Een onderwijzer met wie ik daar kennis maakte bevestigde dat wij ondergebracht waren op de plaats zelf waar volgens het dierenepos de Borg van Reinaert de Vos had gestaan.\u00a0 Daar was een eilandje midden in een vijver: hier leefde verschanst in het beruchte Malpertuus, de Felle met de Roden Baarde.\u00a0 Dat gaf al een heel ander kleur aan ons verblijf!<br \/>\nDie onderwijzer had ik leren kennen in zijn klaslokaal zelf.<br \/>\nNiet wetend wat aangevangen met de lange uren van de dag, was ik met een paar anderen de klas binnengestapt.\u00a0 Het lokaal was leeg, maar op het bord, stond nog, netjes geschreven, het versje van Guido Gezelle dat de leerlingen vermoedelijk van buiten hadden geleerd.\u00a0 Terwijl ik in een ge\u00efmproviseerde les op de virtuoze taaltechniek van de zoetgevooisde zanger aan het wijzen was, had de onderwijzer bij toeval binnentredend, mijn uitleg aangehoord.\u00a0 Stomverbaasd bezag die sergeant van de piotten die het had over het wonder van Gezelles po\u00ebzie.\u00a0 Nog meer verbaasd was hij, toen hij vernam wie ik was \u2026<\/p>\n<p>Op zekere morgen hoorden wij op straat een door honderden mannenstemmen ritmisch gezongen marslied.\u00a0 Tot grote ergernis van de officieren liepen allen naar de poort.\u00a0 Het was een Duitse infanteriecolonne die voorbij marcheerde.\u00a0 Bloothoofds, maar zwaar bewapend, stapten de gelederen voorbij.\u00a0 Het waren geen rijzige, blonde Germanen, maar gewone mannetjes, klein en donker zoals de piotten zelf.\u00a0 Het zag ernaar uit dat zij al een aantal kilometers in de benen hadden, maar ze zongen uit volle borst met een blik in onze richting.\u00a0 Wij stonden er ontwapend en ontspannen bij te kijken \u2013 zij trokken \u201cnach Engeland\u201d.\u00a0 Het gezang verstierf in de verte: vreemd, dat wij kort geleden nog op elkander schoten, schoten om te doden.<\/p>\n<p>Ik kreeg de gelegenheid niet meer om het probleem van Reinaerts Borg verder te onderzoeken.\u00a0 Onverwacht werd de poort van onze borg wijd open gesteld: wij mochten\u00a0 naar\u00a0 huis.\u00a0\u00a0 Onze\u00a0\u00a0 krijgsgevangenschap\u00a0\u00a0 had\u00a0\u00a0 een\u00a0\u00a0 paar\u00a0\u00a0 weken\u00a0 slechts geduurd.\u00a0 Ik kon nog ergens een oude fiets bemachtigen, en weer zette ik koers naar\u00a0\u00a0het westen, naar Gistel, waar mijn ouders een onderkomen hadden gevonden.\u00a0 Ons huis in Oostende was door een bom beschadigd en onbewoonbaar geworden, zodat ikzelf niet meer naar die stad ben teruggekeerd, wat voor mij op een verbanning neerkwam.\u00a0 Het betekende dat een periode van mijn leven was afgesloten.\u00a0 Weggerukt van het water, zou ik voortaan het gevoel hebben geen thuis meer te bezitten.<\/p>\n<hr \/>\n<p>Op de website 18daagseveldtocht.be vond ik deze foto van Belgische krijgsgevangen uit mei\/juni 1940. De linker soldaat lijkt wel heel erg op Nand:<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-7.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-9072 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-7-300x217.jpg\" alt=\"\" width=\"456\" height=\"330\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-7-300x217.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-7.jpg 737w\" sizes=\"(max-width: 456px) 100vw, 456px\" \/><\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>(zie toelichting hierbij op de pagina &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8220;) Een zeer uitgebreide website behandelt alle aspecten van het Belgisch Leger tijdens de mobilisatie en 18daagse veldtocht, met ook het regiment van Nand (33ste Linie), zie: 18daagseveldtocht.be. Nand als soldaat tijdens zijn opleiding (1932-1934), 4de van rechts, knielend: M O B I L I S &hellip; <\/p>\n<p class=\"link-more\"><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;1939 Mobilisatie en Meidagen 1940&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":930,"menu_order":108,"comment_status":"open","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-2523","page","type-page","status-publish","hentry"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v28.2 - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-wordpress\/ -->\n<title>1939 Mobilisatie en Meidagen 1940 - Raratonga<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940 - Raratonga\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"(zie toelichting hierbij op de pagina &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8220;) Een zeer uitgebreide website behandelt alle aspecten van het Belgisch Leger tijdens de mobilisatie en 18daagse veldtocht, met ook het regiment van Nand (33ste Linie), zie: 18daagseveldtocht.be. Nand als soldaat tijdens zijn opleiding (1932-1934), 4de van rechts, knielend: M O B I L I S &hellip; Lees verder &quot;1939 Mobilisatie en Meidagen 1940&quot;\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Raratonga\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2022-12-21T19:24:03+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6-300x202.jpg\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"35 minuten\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/\",\"name\":\"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940 - Raratonga\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2020\\\/10\\\/Leger-6-300x202.jpg\",\"datePublished\":\"2018-10-17T11:20:19+00:00\",\"dateModified\":\"2022-12-21T19:24:03+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2020\\\/10\\\/Leger-6.jpg\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2020\\\/10\\\/Leger-6.jpg\",\"width\":967,\"height\":651},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Voorgeschiedenis\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Nand &#8211; Bio\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":4,\"name\":\"Memoires &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8221; 1939-1949 (mobilisatie, oorlogsjaren en gevangenschap)\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":5,\"name\":\"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\",\"name\":\"Raratonga\",\"description\":\"Biografie van een liefde\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-NL\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940 - Raratonga","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940 - Raratonga","og_description":"(zie toelichting hierbij op de pagina &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8220;) Een zeer uitgebreide website behandelt alle aspecten van het Belgisch Leger tijdens de mobilisatie en 18daagse veldtocht, met ook het regiment van Nand (33ste Linie), zie: 18daagseveldtocht.be. Nand als soldaat tijdens zijn opleiding (1932-1934), 4de van rechts, knielend: M O B I L I S &hellip; Lees verder \"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940\"","og_url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/","og_site_name":"Raratonga","article_modified_time":"2022-12-21T19:24:03+00:00","og_image":[{"url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6-300x202.jpg","type":"","width":"","height":""}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschatte leestijd":"35 minuten"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/","name":"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940 - Raratonga","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6-300x202.jpg","datePublished":"2018-10-17T11:20:19+00:00","dateModified":"2022-12-21T19:24:03+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6.jpg","contentUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/10\/Leger-6.jpg","width":967,"height":651},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/1939-mobilisatie-en-meidagen-1940\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Voorgeschiedenis","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Nand &#8211; Bio","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"Memoires &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8221; 1939-1949 (mobilisatie, oorlogsjaren en gevangenschap)","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/"},{"@type":"ListItem","position":5,"name":"1939 Mobilisatie en Meidagen 1940"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/","name":"Raratonga","description":"Biografie van een liefde","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"}]}},"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/PbQXZk-EH","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_likes_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2523","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2523"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2523\/revisions"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/930"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2523"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}