{"id":2533,"date":"2018-10-18T00:12:48","date_gmt":"2018-10-17T22:12:48","guid":{"rendered":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?page_id=2533"},"modified":"2023-10-13T23:45:32","modified_gmt":"2023-10-13T21:45:32","slug":"begijnenstraat-antwerpen","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/","title":{"rendered":"1946 Gevangenis Antwerpen"},"content":{"rendered":"<p><em>(zie ook toelichting hierbij en algemene inleiding op de pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Ridder Dood en Duivel<\/span><\/a>&#8220;.)<\/em><\/p>\n<p>Huidige toestand (Google Streetview):<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-2609 size-full\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg\" alt=\"\" width=\"907\" height=\"541\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg 907w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-300x179.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-768x458.jpg 768w\" sizes=\"(max-width: 767px) 89vw, (max-width: 1000px) 54vw, (max-width: 1071px) 543px, 580px\" \/><\/a><\/p>\n<p>rechts: de &#8220;grote poort&#8221; en het &#8220;binnenpleintje&#8221;:<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-Satellietfoto-Google.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-2611 size-full\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-Satellietfoto-Google.jpg\" alt=\"\" width=\"825\" height=\"443\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-Satellietfoto-Google.jpg 825w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-Satellietfoto-Google-300x161.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat-Satellietfoto-Google-768x412.jpg 768w\" sizes=\"(max-width: 767px) 89vw, (max-width: 1000px) 54vw, (max-width: 1071px) 543px, 580px\" \/><\/a><\/p>\n<p>D E\u00a0 B E G I J N E N S T R A A T<\/p>\n<p>Een grote poort, een binnenpleintje, en dan weer een poort.\u00a0 Een sombere gang: grauwe muren en lage ijzeren deuren, de verzuurde reuk van een gaarkeuken \u2013 wij waren aangeland.\u00a0 \u201cGezicht naar de muur!\u201d\u00a0 Weer was het wachten, wachten \u2026\u00a0 Wat werd er in die jaren gewacht!\u00a0 Wij wachtten, er was tijd genoeg.<\/p>\n<p>Een kort bevel ergens in het schemerduister: wij moesten voor de dokter verschijnen.\u00a0 Machinaal schuif je aan.\u00a0 Als ik binnentreed in het kleine vertrek, sta ik plots voor het grijnzend gezicht van een vriend uit de universiteitsjaren (er zaten er overal!), blijkbaar even verbaasd als ikzelf bij die ontmoeting.\u00a0 Dan naar het bad.\u00a0 Het bad?\u00a0 Ja, alle kleren uit voor het onderzoek \u2013 en welk een onderzoek!\u00a0 Alle zakken van alle kledingstukken worden buitenste binnen gedraaid, alle valiezen en pakken grondig omgewoeld. (En wij kwamen uit een concentratiekamp!)\u00a0 Naakt moet je staan wachten, wachten tot alles doorzocht is.<\/p>\n<p>Daarop ging het naar de cellen.\u00a0 Ik moest de ijzeren trap op, naar de eerste galerij waar een van de lage deuren werd ontsloten.\u00a0 Dit was het ogenblik dat ik sedert de dag van mijn aanhouding duchtte.<\/p>\n<p>Stel U voor, een ruimte van twee meter bij vier, een miezerig licht, een wee\u00efg zure geur.\u00a0\u00a0 Vier bleke\u00a0 gezichten\u00a0 waarop er te\u00a0 lezen staat dat een vijfde man in de reeds kleine ruimte alles behalve welkom is.\u00a0 Er is \u00e9\u00e9n opengevouwen bed (eigenlijk de tafel), daarop zit een man in onderbroek in een lijvig ouderwets kerkboek te lezen.\u00a0 Op de vloer liggen de vunzige strozakken al gereed voor de nacht \u2013 moet ik op de tegels liggen?\u00a0 Een van de bewoners die op twee zakken sliep, staat er een aan mij af.\u00a0 Nu is de hele vloer met strozakken bedekt, &#8211; er is nog net plaats in de hoek voor de roestige emmer.<\/p>\n<p>Ik ga zitten op de strozak: achter mij hoor ik de deur met een ruk dichttrekken en \u2019t knarsen van het slot.\u00a0 De cel: \u2026\u00a0 Op de vettige muren zie ik overal bruinrode vlekken \u2013 bloedvlekken, waar wandluizen platgedrukt werden.\u00a0 Te moe om nog veel te spreken, maak ik mij gereed voor de nacht; mijn pak kan als hoofdkussen dienen.\u00a0 Ik leg mij neer \u2013 er is geen plaats om mij behoorlijk uit te strekken.\u00a0 Dan maar de benen opgetrokken.<\/p>\n<p>\u201cPantser!\u201d<\/p>\n<p>Ik begrijp wat er gaande is: de wandluizen komen voor hun nachtelijke zwerftocht uit hun schuilhoeken.\u00a0 Een vlugge slag, een scherpe stank: weer \u00e9\u00e9n onschadelijk gemaakt \u2026 Ik onderdruk een gevoel van walg en probeer te slapen.\u00a0 In de halve duisternis moeten de mannen aan mij voorbij naar de emmer; telkens als het deksel opengaat \u2026\u00a0 Zo zal het zijn vannacht, morgen, voor hoeveel jaar?<\/p>\n<p>Het daglicht komt dan toch.\u00a0 Licht is veel gezegd: onze cel ligt in de hoek gevormd door twee vleugels van het gebouw, hier wordt het nooit helemaal dag.\u00a0 Vroeg in de morgen sluipt de scherpe lucht van de gevangenissoep onder de celdeur binnen: het is niet bijzonder verkwikkend, maar die geur kondigt de dag aan.\u00a0 Een troost.<\/p>\n<p>Elk heeft zijn beurt om celwacht te spelen, dat betekent: \u2019s ochtends de emmer buiten te zetten als de deur opengemaakt wordt, en de vloer van de cel dweilen.\u00a0 Dat dweilen is een ingewikkelde corvee: de strozakken dienen voortdurend her en der gesleurd, de vloer heeft geen tijd om te drogen, dan moet de onderste zak het maar bezuren.\u00a0 Een poetsemmer is er niet \u2013 maar wij gebruiken de tinnen waskom.\u00a0 Het water wordt zwart en vies, maar de schotel wordt omgespoeld, wees gerust, iedereen moet zich daarin wassen.\u00a0 (Ik had gelukkig al in Sint-Kruis een verlakte waskom laten komen \u2013 ik zegende mijn oudjes om hun liefderijke toewijding.)<\/p>\n<p>Op de galerij boven ons hoor ik de holle galm van voetstappen, de mannen van de derde verdieping dalen de ijzeren trappen af voor de wandeling.\u00a0 Ik klim op een stoel, en tuur naar buiten (\u201chet mag niet, maar als je je niet laat zien \u2026\u201d)\u00a0 In de nevel zie ik op het driehoekig pleintje een sliert van grauwe gestalten in een lange kronkellijn voortstappen.\u00a0 Tientallen getraliede vensteropeningen staren op hen neer.\u00a0 Ik denk aan het schilderij van Vincent van Gogh \u2013 ja, de cipiers staan er ook bij, want tijdens de wandeling is het verboden te spreken, je moet ook netjes achter elkaar lopen.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr. Schilderij Van Gogh: &#8220;Gevangenisbinnenplaats&#8221; (<a href=\"https:\/\/commons.wikimedia.org\/wiki\/Category:Prisoners_Exercising_by_Vincent_van_Gogh\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Wikimedia<\/a>):<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Van-Gogh.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3592 size-full\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Van-Gogh.jpg\" alt=\"\" width=\"487\" height=\"614\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Van-Gogh.jpg 487w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Van-Gogh-238x300.jpg 238w\" sizes=\"(max-width: 487px) 100vw, 487px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>De celgenoten zijn eenvoudige jongens.\u00a0 Fabriekswachten of zoiets, een SS-man, meen ik is er ook bij; de jongste is uit een tehuis kunnen geraken door dienst te nemen in een formatie.\u00a0 Hij zingt de hele dag een optimistisch liedje: \u201cHang er ne pekelhering an!\u201d<\/p>\n<p>De gesprekken in zo\u2019n cel \u2026\u00a0 Je praat maar over om \u2019t even wat, om niet te moeten denken; je betuigt belangstelling voor hun geval.\u00a0 Daar heerst een ruige geest van kameraadschap, je wordt er vanzelf in opgenomen, maar pratend denk je aan wat anders of je het wil of niet:\u00a0 moet het hier zo verder gaan,\u00a0 zal ik niet kunnen werken, schrijven, mens zijn?\u00a0 Thuis in Gistel had ik mij het celregime voorgesteld zoals in 1918; dat was slechts een na\u00efviteit bij al de andere gebleken.<\/p>\n<p>De toekomst is onzeker, niet het verleden; er is een blijvend bezit dat je altijd bijblijft: de herinnering.\u00a0 Hier, in deze sombere cel ontstaat het gedicht dat ik \u201cBrief aan de zee\u201d geheten heb: chaotisch, bij brokstukken, dienen de verzen zich aan \u2013 maar het is een band met die andere wereld, die achter dit boevenbestaan verborgen ligt.\u00a0 En dan, het betekent een motief waarop je je tijdens de wandeling kunt concentreren.\u00a0 De wandeling \u2013 twintig kostbare minuten beweging tussen hoge gevangenismuren, en het is een genade; ook al worden zij voortdurend vergald door het immer herhaalde \u201cachter elkaar goon!\u00a0 Zwaaigen!\u201d<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>nvdr. Gedicht &#8220;Brief aan de Zee&#8221;, manuscript uit po\u00ebtisch gevangenisdagboek: &#8220;15.12.45. Begonnen in cel 61 (Antw) afgewerkt in cel 231 \/ herzien 19.3.49 te Merksplas&#8221; (na vrijlating ingekleefd):<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Brief-aan-de-Zee.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3593 size-large zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Brief-aan-de-Zee-1024x760.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"390\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Brief-aan-de-Zee-1024x760.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Brief-aan-de-Zee-300x223.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Brief-aan-de-Zee-768x570.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Brief-aan-de-Zee.jpg 1250w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>Een ander genade is \u2026 het bad.\u00a0 Nu niet voor een vernederend onderzoek, maar een echt stortbad met stromend water, dat alle gevangenisgeuren van je wegspoelt.\u00a0 Wat een zaligheid dan het verse hemd van thuis te kunnen aantrekken, wit en fris door geliefde en liefderijke handen gevouwen en gestreken.\u00a0 D\u00e0t ook was een band met een andere wereld, een wereld waar nog menselijke gevoelens bestonden.<\/p>\n<p>Einde november worden wij opgeladen voor het gerechtshof.\u00a0 Sommige vrienden zijn blij dat zij daarmee uit de cel weg zijn, ikzelf vind de cel nog verkieslijk boven dat onverkwikkelijk vertoon.\u00a0 In stoet, man voor man aan een gendarme geketend, word je de grote assisenzaal binnengeleid.\u00a0 Heel dat proces te moeten meemaken \u2013 er zijn een dertigtal beschuldigden \u2013 het staat mij maar matig aan.\u00a0 Ook sluit ik onmiddellijk na aankomst mijn ogen en tracht mij op iets anders te concentreren.<\/p>\n<p>E\u00e9n bepaalde verslaggever van de pers verkeerde in de waan dat ik sliep, en maakte er in zijn relaas gewag van: \u201cV. maakt het zich behaaglijk voor zijn dutje\u201d.\u00a0 Het was geen \u201cdutje\u201d, veeleer een poging om door een weloverwogen yoga-oefening zoveel kostbare tijd niet te laten verloren gaan.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em><a id=\"Peleman\"><\/a>nvdr. Hier enkele geknipte fragmenten uit het artikel waar Nand het over heeft, het is een ironisch\/sarcastisch verslag uit &#8220;De Volksgazet&#8221;, januari 1946. Zijn familienaam wordt er verkeerd gespeld, evenals die van zijn advocaat, de afgedrukte foto (&#8220;De dichter-landverrader&#8221;) is van&#8230; <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Bert_Peleman\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">Bert Peleman<\/span><\/a>.<br \/>\nDat <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Volksgazet\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">De Volksgazet<\/span><\/a> de beklaagden niet goed gezind was is te verklaren: op haar persen werd tijdens de bezetting de collaborerende VNV krant &#8220;Volk en Staat&#8221; gedrukt. De krant was, samen met haar uitgeverij &#8220;Ontwikkeling&#8221; en drukkerij &#8220;Excelsior&#8221; in Antwerpen, burgerlijke partij tijdens het proces. Op bevrijdingsdag (4 september 1944) verscheen ze al opnieuw met een bevrijdingsnummer.\u00a0<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3607 size-large\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-1024x236.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"121\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-1024x236.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-300x69.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-768x177.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop.jpg 1212w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-3.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3605 size-large zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-3-1024x772.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"396\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-3-1024x772.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-3-300x226.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-3-768x579.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-3.jpg 1212w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<p>Tekst:<br \/>\n<em>&#8220;Het Proces &#8216;Volk en Staat&#8217;.<br \/>\n<\/em><em>Namiddagzitting.<br \/>\nIn den namiddag vat de krijgsauditeur het geval V. aan. Onze bachten-de-kupsche vaarzenfabrikant, die, bijna gansch het proces door, heeft zitten knikkebollen, de lange beenen ver voor zich uitgestoken, &#8211; kijkt thans af en toe naar dhr. Calewaert op en kijkt dan tegelijk kwaad en beduusd, omdat de krijgsauditeur hem en zijn werk niet den eerbied betuigt waarop het naar zijn bescheiden meening, recht heeft&#8230; Kort en goed, de krijgsauditeur verzoekt den krijgsraad den V.N.V. po\u00ebet ter dood te veroordelen. De man zit er onbeweeglijk, de armen over de borst gekruist, alleen misschien wat rooder dan gewoonlijk.<br \/>\nDe verdediging.<br \/>\nZoowat gansch het pleidooi door slaapt V. gemoedelijk voort. Hij kan zich dat permitteeren: hij moet er geen verslag over pennen. En Mr. Herkens (nvdr: = &#8216;Erkens&#8217;) vraagt Den Krijgsraad V. veel te vergeven, omdat hij zijn land hartstochtelijk heeft liefgehad. Daarop werd V. van de plotse stilte wakker&#8230; en voor dien dag was de school weeral uit.&#8221;<\/em><\/p>\n<p><em>Na Nands overlijden in 1989 heeft Sim een korte briefwisseling gevoerd met de in dit artikel genoemde krijgsauditeur: dhr. Calewaert, zie daarvoor <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/senator-willy-calewaert\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">deze pagina<\/span><\/a>. Zie ook verder voor de impact van dit vonnis op Nands ouders.<\/em><\/p>\n<p><em>Voor het proces in beroep (december 1947-januari 1948) zie <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/1948-pleidooi-advocaat-verdediging-in-beroep\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">deze pagina<\/span><\/a>, met een integrale versie van de uitgesproken pleitnota der verdediging en een krantenverslag (van een andere toon&#8230;).<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Na ettelijke tochtjes heen en terug in de dievenkar, kwam ook mijn geval aan de beurt.\u00a0 De ondervraging door de voorzitter.\u00a0 Ik moet bekennen dat hij daarbij een ander toon aansloeg dan het achtbaar orgaan van de wet tijdens het onderzoek.\u00a0 Ik meen zelfs dat ik hem hoorde zeggen: \u201cvoor een man als U\u201d \u2026\u00a0 Hij stelde ook vragen in verband met omstandigheden die enigszins ter ontlasting konden gelden: over het weigeren van steekpenningen, over het bedrag van mijn maandloon, over mijn ontslag bij de Zender Brussel in 1943.\u00a0 Hij scheen, heb ik, later vernomen, iets van mij gelezen te hebben dat hem getroffen had.<\/p>\n<p>In zijn requisitoir maakte de auditeur gewag van \u201ceen groot aantal artikelen in Volk en Staat\u201d.\u00a0 \u201cOnze Adelbrieven\u201d een belijdenis van Vlaamse trots, werd mij nogal zwaar aangerekend.\u00a0 Dat ik de mening had geopperd, dat de Russen de Poolse officieren in Katyn hadden omgebracht, eveneens.\u00a0 Na de opsporingen van de Amerikaanse commissie ad hoc tijdens de koude oorlog is zulks nu een onomstootbare waarheid gebleken.\u00a0 Toen schreven wij 1946<br \/>\n<em>(nvdr: zie ook hierover de pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1944-oorlogsjaren\/1943-ik-was-in-katyn\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Katyn<\/span><\/a>&#8220;over zijn reis in 1943, daar onderaan ook een nogal wanhopige brief van Nand uit 1952 aan de Amerikaanse Ambassade&#8230;).<br \/>\n<\/em><br \/>\n<a id=\"Nar\"><\/a>Hij vroeg de doodstraf.<\/p>\n<p>Het was niet alles.\u00a0 De advocaat van de staat die zich hier als burgerlijke partij had aangesteld, was ettelijke miljoenen schadevergoeding komen eisen, door ons allen solidair te betalen.\u00a0 De achtbare confrater had zich nogal tactvol over mij uitgelaten als \u201cde nar van de bende\u201d.\u00a0 Maar toen hij in de loop van zijn spiritueel pleidooi beweerde dat ik in een van mijn boeken \u00a0een opdracht \u00a0geschreven had voor een lied van de Sicherheitsdienst, sprong ik met manende wijsvinger op, en wees hem terecht \u2013 hierin door mijn raadsman bijgevallen.\u00a0 Ik was volkomen zeker van mijn stuk daar de bewuste persoon alles behalve een vriend van mij was, ik had trouwens het boek in mijn dossier gevonden, en de opdracht met de handtekening gezien.\u00a0 Het geschrift leek niet eens op het mijne.<\/p>\n<p>Het woord was nu aan de verdediging.\u00a0 Als raadsman had ik een vriend uit Leuven aangesproken.\u00a0 Ik dacht: hij kent mij goed \u2013 en wat ook van belang was: hij zal mij het hemd van het lijf niet stropen.\u00a0 Wat dit laatste betreft had ik mij zekere illusies gemaakt, zoals later zal blijken, maar het was niet de eerste keer in mijn leven dat mijn vertrouwen in de mens werd beschaamd.\u00a0 Hoe dit zij, het pleidooi sloeg in: het klonk af en toe als een improvisatie, maar dat gaf aan het geheel een klank van oprechtheid, daardoor leek het geval ook niet zo bijzonder belangrijk.\u00a0 Om die reden had ik bij voorbeeld ook geen getuigen gedagvaard.\u00a0 De stukken ter ontlasting maakten indruk, vooral de woedende brief van de Duitse directeur van de Zender Brussel, die, merkwaardigerwijze ook was bewaard.\u00a0 Van mijn kant had ik al bijeengegaard wat ik kon: de stroken van de postwissel waarop ik de \u2026 had teruggestort werden voorgelegd; en dat ik tijdens de mobilisatie loyaal geweest was, bewees een exemplaar van het bataljonsblad waarin mijn vers <span style=\"color: #0000ff;\">Haardstede<\/span> stond afgedrukt.\u00a0 <em>(nvdr.: zie het oorspronkelijke manuscript van 18 december 1939 <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1944-oorlogsjaren\/1939-1940-mobilisatie-briefwisseling\/#Haardstede\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">op deze pagina<\/span><\/a>).<br \/>\nDe<\/em> advocaat eiste voor de dichter een zekere vrijheid van spreken op, en las een vers voor van Claudel\u00a0 waarin deze in tempore suspecto Frankrijk vergeleek met een barak \u2013 \u00e9\u00e9n van de veertig onsterfelijken!\u00a0 De indruk was goed.<\/p>\n<p>Maar het proces ging voort \u2013 twee volle maanden zou het duren.\u00a0 Altijd weer hetzelfde vertoon: naar \u2019t gerecht met de dievenkar binnengeleid worden als misdadigers, elk aan een gendarme geketend.\u00a0 Requisitoir, pleidooien, de zielige stoet der\u00a0getuigen \u2026\u00a0 altijd hetzelfde scenario, een stortvloed van woorden waaraan geen einde kwam.\u00a0 Een paar getuigenissen verbraken de eentonige sleur van dit massa-proces.\u00a0 Een hoogtepunt was zeker de verklaring van Meester <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Hendrik_Borginon\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #000080;\"><span style=\"color: #0000ff;\">Hendrik Borginon<\/span><\/span><\/a>: met rake opmerkingen en scherpzinnige replieken wist hij het peil van deze lome debatten tot de hoogte van een schitterend steekspel-met-het-woord op te heffen. \u201cJaja,\u201d liet de voorzitter zich ontvallen, \u201cMeester Borginon vergeet zijn vrienden niet!\u201d\u00a0 De getuige maakte een plechtig gebaar met de rechterhand: \u201cIk denk aan mijn eed, Mijnheer de Voorzitter!\u201d\u00a0 Wij bekeken elkander, dat was prachtig gezegd, het deed goed zoiets te horen.<\/p>\n<p>Een geheel ander incident was de verrassende mededeling van de leider van het V.N.V. (<em>nvdr: = <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Hendrik_Elias\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">Hendrik Elias<\/span><\/a>)<\/em> dat hij weigerde wat ook te zeggen.\u00a0 Het wekte grote beroering: dit was een strafbaar feit, en het werd maar dadelijk door de krijgsraad in behandeling genomen.\u00a0 Het vonnis viel dan ook onmiddellijk; maar al deze drukte deed onder de omstandigheden eerder komisch aan.\u00a0 Erger was: dat wij het getuigenis van de leider moesten ontberen.\u00a0 Hij had de hele zaak in een heel wat gunstiger daglicht kunnen stellen, het lot van zoveel medestanders kunnen verzachten \u2013 een paar woorden over de door hem gevolgde politiek had de atmosfeer kunnen zuiveren die woog op het proces en op elk van ons.\u00a0 Hij verkoos te zwijgen.\u00a0 Dan moesten wij maar onszelf zien te redden.<\/p>\n<p>Afgezien van de bestraffing, was \u00e9\u00e9n van de meewarigste belevenissen in die twee maanden hardhandig strafgerecht dat smartelijk ogenblik op de vooravond van Kerstmis, toen wij in \u2019t donker van de dievenkar door de helverlichte straten van de Scheldestad\u00a0 naar de\u00a0 gevangenis werden teruggebracht.\u00a0 Door een spleet in de deur kregen wij een glimp van feestelijke vitrines, van mensen die rustig aan \u2019t winkelen waren.\u00a0 Ik stelde mij de kerstboom voor, de lichtjes, de geschenken, netjes ingepakt, heel de innige stemming van het liefdefeest \u2026\u00a0 Het was hard in het koude, troosteloze gebouw terug te keren, de zware sloten te horen knarsen, en te denken aan de onzen thuis.<\/p>\n<p>Alvorens de krijgsraad zich voor het vonnis terugtrok, werd ons allen de gelegenheid gegeven een laatste woord te spreken.\u00a0 Iedereen reageert volgens eigen inzichten en naar de maat waarin hij verzachtende omstandigheden mocht verwachten.\u00a0 Dat was ieders recht.\u00a0 Het kwam erop aan de sociale plaag die de repressie w\u00e0s zo spoedig mogelijk uit de wereld te helpen.\u00a0 Er waren er die schreiden, anderen schudden stom het hoofd, anderen weer stamelden hun spijt.\u00a0 Ik stond terecht met mijn gedichten, zij spraken voor mij: ik moest daaraan niets toevoegen, ik nam daarvan ook niets terug.\u00a0 Alleen wou ik een paar omstandigheden naar voren halen, waarop, naar mijn mening, geen nadruk genoeg was gelegd.<\/p>\n<p>En ik achtte mij ertoe gerechtigd vrijuit te spreken.\u00a0 E\u00e9n van de redacteurs had zich te mijnen opzichte erg aan de solidariteit vergrepen.\u00a0 \u201cZijn\u201d getuige was komen verklaren dat hij een werk van mij afwijzend had beoordeeld, wat hem ten goede moest gehouden worden.\u00a0 Na een dergelijke veeg uit de pan, meende ik ook te mogen zeggen wat mij op het harte lag, zonder daarom iemand iets ten laste te leggen, dat spreekt vanzelf.<\/p>\n<p>Zo wees ik erop dat ik voor Volk en Staat niet meer dan twee artikels per maand had geschreven, terwijl voor sommige redacteurs het tempo twee per d\u00e0g haalde: ik had, wat meer is, \u00a0gedurende twee jaar aan het blad niet medegewerkt.\u00a0 \u00a0Dat \u201cgroot aantal artikelen\u201d was dus met een korreltje zout te verstaan.\u00a0 Ik schreef in principe in de kunstrubriek, wat onder meer bewezen werd door de bijdrage waarin ik de lof zong van de (joodse) bijbel, zoals ik hierboven reeds heb verteld.<\/p>\n<p>Tegenover de beschuldiging dat men in het Belgisch leger aan sabotage gedaan had, stelde ik er prijs op te verklaren dat ik daarvan niets had gemerkt, dat ik loyaal mijn dienst had gedaan, en zelfs gevraagd had om naar het Albertkanaal overgebracht te worden, om op die wijze in het officierenkader te kunnen geraken.\u00a0 En zulks \u201cin tempo non suspecto\u201d.<\/p>\n<p>Bij de omstandigheid van mijn ontslag, voegde ik nog mijn weigering om met de aftrekkende troepen te vluchten.\u00a0 Ik had mij van de Duitsers gedesolidariseerd, en vertrouwde op de mogelijkheid van een objectieve rechtvaardiging.<\/p>\n<p>Wat nu de gedragslijn van het V.N.V. tijdens de oorlog betreft, ik meende hier in aller belang te moeten onderstrepen dat het naar een positieve houding tegenover de staat was ge\u00ebvolueerd.\u00a0 Ik kon op dat ogenblik geen teksten voorleggen, maar de verklaringen van Mr. Elias voor het krijgshof lieten in dat verbond niet de minste twijfel over.\u00a0 \u201cIk heb gestreden,\u201d zo getuigde hij, \u201cvoor het behoud van mijn volk en de Belgische staat in de ordening van het nieuwe Europa dat ik verwachtte, omdat ik in deze staat in de gegeven omstandigheden de waarborg zal van ons eigen wezen, als Vlamingen en als Nederlanders.\u201d<\/p>\n<p>Laat ik er ten slotte nog dit aan toevoegen, dat ik al maandenlang, om niet te zeggen van de aanvang af tegen dat ogenblik had opgezien.\u00a0 Als ik zeg dat het mij een geduchte\u00a0 overwinning\u00a0 op mezelf\u00a0 heeft\u00a0 gekost\u00a0 om\u00a0 op\u00a0 die\u00a0 wijze\u00a0 voor\u00a0 mijn deur te vegen, dan is dat geen overdrijving.\u00a0 Zoiets lag niet in mijn aard.\u00a0 Van nature ben ik eerder karig met woorden, en ik leef bij voorkeur in mezelf ingekeerd.\u00a0 Nu stond ik hier mijn eigen zaak te bepleiten, mijn persoon op de voorgrond te stellen, en dat kon licht uitgelegd worden als een blijk van zelfingenomenheid en eigendunk.\u00a0 En toch zocht ik het voetlicht niet, normaal kom ik eerder langzaam uit mijn schelp, maar nu hing er een zwaard boven mijn hoofd, en dat had voorzeker een bepaalde weerslag op mijn welsprekendheid.<\/p>\n<p>Nu, alles was gezegd \u2013 allen wachtten gespannen op de uitspraak.<\/p>\n<p>Ik was intussen naar een andere cel overgebracht.\u00a0 Een vriend-advocaat was toevallig op mij gebotst toen ik eens \u201cmet het gezicht tegen de muur\u201d bij het centrum te \u2026 wachten stond.\u00a0 Daar er een plaats in zijn cel open was (zij waren slechts met hun twee\u00ebn) vroeg hij of ik wilde verhuizen.\u00a0 Het aanbod was niet onwelkom.\u00a0 Ik had reeds een poging ondernomen om naar een cel overgeplaatst te worden waar ik mensen van mijn levenskring zou vinden, en meteen wat beter licht om te schrijven.\u00a0 Ik had in die zin een aanvraag tot de directeur gericht.\u00a0 Nogal onthutst kreeg ik enkele dagen het briefje terug: de directeur had er een zinnetje bij geschreven: \u201cvleugeloverste, tracht dat te regelen\u201d.\u00a0 De vleugeloverste had \u201cgetracht\u201d, hij had de aanbeveling naar de letter uitgevoerd.\u00a0 Zo verging het met aanvragen en verzoeken: alles bleef zoals het was \u2013 ik moest de gevangenis nog leren kennen.<\/p>\n<p>Ik greep dus de gelegenheid gretig aan, en aangezien hij goed stond met de aalmoezenier, was de verhuizing spoedig een voldongen feit.\u00a0 Het was een \u201cpropere\u201d cel, er waren namelijk geen wandluizen, en dat was heel wat.\u00a0 \u2019s Morgens scheen er de zon binnen,\u00a0 en vervulde de cel\u00a0 met een zalig licht,\u00a0 na de halve duisternis van nr. 61, was het geen kleine opluchting.\u00a0 Het was er soms koud \u2013 het was de noordkant, en verwarming was er niet; wij zaten er vaak met de mantel aan, en zelfs met de hoed op, zoals buiten op straat.\u00a0 Maar naarmate het betere jaargetijde naderde, kwam hier ook iets van de lente binnen: het was namelijk op de benedenverdieping, en op het pleintje waar wij wandelden stonden er waarachtig bloemen.\u00a0 Ik kwam hier als in een ander bestaan.\u00a0 De vreugde werd echter ietwat getemperd toen ik vernam dat ik thans in de vleugel van de ter dood veroordeelden zat; en het toeval wou dat ik nu zelf met het vooruitzicht op een doodstraf thuis gekomen was.<\/p>\n<p>Ik zat altijd maar aan mijn oudjes te denken \u2013 hoe zou hen dat schokken.\u00a0 Later heb ik vernomen hoe mijn vader het bericht las in de Volksgazet: hij moest bij vrienden binnenlopen om van de schok te bekomen; eerst dan dorst hij naar huis terugkeren, waar moeder op berichten wachtte.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>Titel artikel &#8220;De Volksgazet&#8221; januari 1946 (fragmenten zie supra):<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3607 size-large\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-1024x236.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"121\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-1024x236.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-300x69.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop-768x177.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Volksgazet-Kop.jpg 1212w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>Ikzelf had de indruk dat het geval bewust opgeschroefd was.\u00a0 Als ik tegen de paal moest, wat zou men dan aanvangen met hen die, laten wij zeggen, hadden gemoord?\u00a0 Het werd door meer gezaghebbende figuren erkend dat er in de strafmaat een schromelijke ongelijkheid te bespeuren was.\u00a0 De een kwam er tot de algemene verbazing met vijf jaar af, de andere bedachten ze met twintig jaar of meer, voor feiten die met het gemene rechts niets uit te staan hadden, waarmee niet eens z.g. verklikkingen waren gemoeid.\u00a0 Deze ongelijkheid was in de grond nog een zeker houvast: er was een kans dat de krijgsraad de auditeur niet zou volgen.<\/p>\n<p>Ik heb wel eens gevangenen erop horen pochten dat zij een auditeur hadden \u201comgekocht\u201d.\u00a0 Ik bleef tamelijk sceptisch bij het vernemen van dergelijke berichten.<\/p>\n<p>Toch is ons later het zeldzaam schouwspel te beurt gevallen een auditeur die zich werkelijk de handen had laten volstoppen, onder de \u201cboeven\u201d te zien opstappen, d.w.z. de gestraften van het gemene recht.<\/p>\n<p>Het is een feit, wie over geld, veel geld beschikte, kon veel bereiken wat ons, gewone stervelingen, de kleine man, ontzegd bleef.\u00a0 Voordelen allerhande, maar ook nog meer.\u00a0 Wij kregen eens geheel onverwacht een economische collaborateur in de cel binnen gegooid; dat betekende een vierde man, en dat was niet bijzonder prettig, maar wij werden daardoor een ervaring rijker.\u00a0 Hij moest letterlijk met geld, met kolen, met fijne sigaren verliezend onderweg, nou, je begrijpt ho\u00e8 \u2026\u00a0 Hij kreeg ook wel eens een stevige fles binnen gesmokkeld, hoe weet ik niet \u2013 maar ik heb wel een paar stukken van het dossier uit het Duits voor hem vertaald.\u00a0 Daarin las ik tekstueel: \u201cWir sind bereit im weitesten Sinne des Wortes mit zu arbeiten \u2026\u201d\u00a0 Hij werkte door zijn levering rechtstreeks aan de oorlogvoering mee.\u00a0 Hij is vrij uitgegaan.<\/p>\n<p>Het gebeurde tijdens de wandeling dat een bekend figuur onder de lotgenoten niet meer te zien was.\u00a0 De eerste keer dat ik zulks bemerkte, en naar hem vroeg, werd mij kort geantwoorde: hij is gefusilleerd.\u00a0 Er ging een akelige beklemming van dat woord uit.\u00a0 Als ik later opnieuw een afwezigheid gewaar werd, heb ik niets meer gevraagd: daarover werd best gezwegen.<\/p>\n<p>Het was begrijpelijk: de straf was op zichzelf al afschuwwekkend genoeg.\u00a0 Wat als een misdaad wordt geschandvlekt als het een individuele daad geldt \u2013 een moord- wordt hier door de overheid als \u2026\u2026\u2026\u2026\u2026<\/p>\n<p>Maar daar was ook de uitvoering.\u00a0 Het optreden van het executiepeloton werd door een bepaald publiek als een openbare vermakelijkheid opgevat.\u00a0 Men ging erheen per autobus, en het gezicht van de ter dood veroordeelde en zijn laatste stuiptrekkingen als hij bloederig neerzakt, lokte allerlei luidruchtige reacties uit.\u00a0 Een aalmoezenier, een jezu\u00efet, en naar het scheen z\u00e8lf een verzetsman, die de biecht van een der gefusilleerden had gehoord, en hem aan de paal had bijgestaan, schreef tegen dit vertoon een ophefmakend artikel, waarvoor de opgeslotenen en hun familie hem zegenden.\u00a0 D\u00e0t was humane, ja, christelijke taal.<\/p>\n<p>De Spaanse schilder Goya was ooit eens getuige van een fusillade.\u00a0 Het brutale geval had hem zodanig aangegrepen, dat hij het in een bekend gebleven schilderij moest uitbeelden.\u00a0 Deze van menselijke rechtsbedeling steekt inderdaad nogal schril af tegen de goddelijke gerechtigheid, die zelfs de goede moordenaar een plaats gunt in het hiernamaals.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em><a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Francisco_Goya\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">Francisco Goya<\/span><\/a>: &#8220;El 3 de mayo en Madrid&#8221; (&#8216;<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/El_3_de_mayo_en_Madrid\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">De derde mei in Madrid<\/span><\/a>&#8216;) &#8211; 1814 &#8220;toont de executie van Spaanse burgers na de Madrileense opstand van 2 mei 1808 tegen de troepen van Napoleon Bonaparte&#8221;.<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Goya.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"zoooom alignnone wp-image-7979 size-large\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Goya-1024x790.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"405\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Goya-1024x790.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Goya-300x231.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Goya-768x592.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Goya.jpg 1280w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>Ik heb een tijdlang in dezelfde cel gezeten als een jonge kerel die ter dood veroordeeld was.\u00a0 Alle middelen van verhaal waren uitgeput: hij kon elke dag gefusilleerd worden.\u00a0 De ontzettende morele marteling waaraan die jongen ten prooi was deed soms mijn hart ineenkrimpen.\u00a0 Ik had hem willen troosten, opbeuren \u2013 wat kon ik doen?\u00a0 Hij zat daar soms te zuchten, plots ging er een huivering door heel zijn gestel: hij rilde als had hij koorts.\u00a0 Ik trachtte hem te overreden, af te leiden, zette hem aan wat te eten, te hopen.\u00a0 Wat waren woorden?<\/p>\n<p>Een bewaarder heeft mij eens in een ogenblik van vertrouwelijkheid medegedeeld dat hij een nacht bij een gevangene heeft moeten waken die bij dageraad zou gefusilleerd \u00a0worden. \u00a0Met \u00a0een \u00a0paar \u00a0familielieden, \u00a0zijn moeder was erbij, \u00a0zat hij het fatale uur in de morgenschemering af te wachten.\u00a0 De bewaarder bekende dat hij haast zo erg leed als de veroordeelde zelf, en dat hij nooit meer iets dergelijks zou willen meemaken.\u00a0 Sedert dat gesprek heb ik de man met ander ogen bezien.<\/p>\n<p>Is het te verwonderen dat de dichter, wie de doodstraf boven het hoofd hangt, ook wel eens door het spookbeeld van de paal wordt geobsedeerd?\u00a0\u00a0 Dat die donkere ogenblikken een vers als de Dood van Sebastiaan hebben ingegeven, kan ik, op die tijd terugblikkend best begrijpen.\u00a0 Literatuur? \u2026\u00a0 Neen, de man die dat schreef, geloof mij, heeft in zijn gedachte niet \u00e9\u00e9ns, maar steeds weer aan die paal gehangen, en de \u201cpijlen\u201d zijn vlees voelen doorboren.\u00a0 En dat waarom?\u00a0 Omdat hij gemeend had dat hij in het uur van de nood, in het uur van het gevaar, zijn volk niet aan zijn lot mocht overlaten.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>Gedicht &#8220;Sebastiaan&#8221; in po\u00ebtisch dagboek (na vrijlating ingekleefd):<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Sebastiaan.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3613 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Sebastiaan-457x1024.jpg\" alt=\"\" width=\"349\" height=\"782\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Sebastiaan-457x1024.jpg 457w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Sebastiaan-134x300.jpg 134w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Sebastiaan.jpg 591w\" sizes=\"(max-width: 349px) 100vw, 349px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>Hij begreep als geen de nood van hen allen die hier, in deze overbevolkte cellen met hun vieren en vijven opgepropt, bij de mensen geen uitkomst meer zagen tenzij een gewelddadige dood.\u00a0 Hij verkeerde nu zelf in hun toestand\u00a0 Was het dan verwonderlijk dat hij zich richtte tot degene die zijn rouwmoedige gezel aan het kruis zijn genade niet weigerde?\u00a0\u00a0 De woorden kwamen niet onmiddellijk, maar het gedicht was klaar: hij wist hoe het zou luiden, het ritme was vanzelf gaan zingen, hij heeft het lang onuitgesproken in zich omgedragen.\u00a0 Het was \u00e9\u00e9n kreet om erbarming die dan vlak voor de behandeling van de zaak in beroep, als alles zou worden beslist, smartelijk tot woord geworden, uit de diepte van het onzegbare opwelde.\u00a0 Het werd geen gedicht, zo had hij het altijd aangevoeld, het zou een hymne worden, een zang met wijding doortogen, een gebed.\u00a0 En hij bad.<\/p>\n<p>\u201cErbarming, Heer, met hen die bloedig sterven,<br \/>\nVerstard en wreed in een te vroege dood \u2026\u201d<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>Gedicht uit po\u00ebtisch dagboek: &#8220;Erbarming Heer&#8230;&#8221;, geschreven v\u00f3\u00f3r het proces in beroep (januari 1948). Titel aanvankelijk &#8220;Gebed voor alle oorlogsdoden&#8221;, dan &#8220;Gebed in oorlogstijd&#8221;: (onderaan rechts: 16\/12\/47 = 2 dagen na Nands verjaardag, hij werd toen 41). In de gepubliceerde bundel &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/1945-1949-poetisch-gevangenisdagboek\/dagboek-3\/de-gouden-helm-dichtbundel\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">De Gouden Helm<\/span><\/a>&#8221; wordt dat uiteindelijk: &#8220;Boetegezang voor een goeden dood&#8221; (p. 60).<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Erbarmen.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3609 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Erbarmen-789x1024.jpg\" alt=\"\" width=\"350\" height=\"455\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Erbarmen-789x1024.jpg 789w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Erbarmen-231x300.jpg 231w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Erbarmen-768x997.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/11\/Erbarmen.jpg 958w\" sizes=\"(max-width: 350px) 100vw, 350px\" \/><\/a><\/p>\n<p>Het veertiendaags bezoek met het vooruitzicht op een doodstraf was geen verkwikkelijk halfuur.\u00a0 Te meer omdat mijn oude vader het onmogelijke deed om <u>mij <\/u>\u00a0gerust te stelen.\u00a0 Nu was dat eigenlijk niet zo nodig, er was immers nog geen uitspraak gevallen, en ik geloofde niet dat de krijgsraad op de eis van de auditeur zou ingaan.\u00a0 Er waren geen \u201cverklikkingen\u201d, ik had met de Duitsers last gehad; ik had mij in 1943 teruggetrokken: dat waren feiten.\u00a0 Ik hield hem het woord van Kant voor ogen: \u201cals de gerechtigheid verdwijnt, dan is er niets meer dat aan het leven der mensen waarde verlenen kan\u201d.\u00a0 Dat was een mooie spreuk, zij veranderde niet veel aan de werkelijkheid, maar ze hielp leven.\u00a0 Ten slotte konden beiden ietwat opgekikkerd scheiden.\u00a0 Dit dient erbij gevoegd: het bezoek in de Begijnenstraat had niet het benepene van Hemiksem.\u00a0 Je stond in een tamelijke ruime kooi van glas, achter het glas stond ook de bezoeker, en de klank was behoorlijk.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>Nand nam de spreuk ook op vooraan in zijn Po\u00ebtisch Celdagboek, geschreven onder de &#8220;Declaration of Independence&#8221;:<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Kant.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-7977 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Kant-300x260.jpg\" alt=\"\" width=\"367\" height=\"318\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Kant-300x260.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Kant-768x664.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/02\/Kant.jpg 1000w\" sizes=\"(max-width: 367px) 100vw, 367px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>Meer dan eens heb ik op bezoekdagen hier en daar zo\u2019n ruimte met mensen en mensjes gevuld gezien, moeders, jongens en meisjes, een tros gretige gezichten, opkijkend naar vader in zijn glazen kooi.<\/p>\n<p>Niet alle gevangenen kregen een dergelijk bezoek.\u00a0 Eens ging ik terug naar de cel met een lotgenoot, die er danig troosteloos uitzag.\u00a0 Zijn gezicht was grauw, de mond was \u00e9\u00e9n meewarige grijns.\u00a0 Ik vroeg hem of hij geen goed bezoek gehad had \u2013 slecht nieuws?\u00a0 Hij bezag mij niet.\u00a0 \u201cMijn vrouw\u201d, zei hij kort, \u201cis mij komen bezoeken.\u00a0 Ze had een bontmantel aan \u2026\u201d\u00a0 Ik begreep waar hij heen wilde, en liet het gesprek vallen.\u00a0 Een van de vele tragedies waarmee de opgeslotenen af te rekenen hadden, was de nood van de alleenstaande vrouw, die vaak voor onoplosbare problemen stond.\u00a0 De meesten bleven trouw door dik en dun, maar het gebeurde ook dat de echtgenote, die bemerkte dat het jaren duren zou eer de broodwinner weer thuis was, doodgewoon haar gang ging, of erger nog, hem aan zijn lot overliet.\u00a0 Veel kinderen van z.g. incivieken zijn aldus verkeerd gelopen.<\/p>\n<p>Na een drietal weken met het zwaard van Damocles boven mijn hoofd, werden wij opnieuw in de dievenkar opgeladen voor de uitspraak.\u00a0 Rechtstaande moesten wij het lang aanhoren \u2013 de toon was zeer streng.\u00a0 In een breedvoerige inleiding werd beklemtoond dat hier in naam van het humanisme werd rechtgedaan, tegen mensen die zich aan de humanistische traditie van het Westen hadden vergrepen.\u00a0 Dan volgden de straffen: verscheidene doodstraffen, verder tientallen jaren gevangenis, kwistig uitgedeeld \u2013 als een lawine stortte de noodlottige vloed van straffen door de doodse stilte\u00a0 van de\u00a0 grote\u00a0 assisenzaal.\u00a0 Voor een reeks\u00a0 medewerkers werden verzachtende omstandigheden aangenomen.\u00a0 Een sportredacteur had veel mensen geholpen, de redactiesecretaris had dienst genomen in een ontmijningsbataljon, enz.\u00a0 In mijn geval had de krijgsraad tot verzachtende omstandigheden besloten \u201cwegens zijn opstand tegen de verknechting van ons volk aan het nazi-imperialisme\u201d.\u00a0 Ik kreeg twaalf jaar.\u00a0 Bij het horen van het cijfer had ik een gevoel van onuitspreekbare opluchting: ik moest diep ademen en mezelf met alle macht in bedwang houden.\u00a0 De sportredacteur aan mijn zijde gaf een ruk van sympathie aan mijn mouw, maar ik kon niet naar hem omkijken: ik was precies in glas veranderd, dat bij de minste beweging zou breken.<\/p>\n<p>Bij het naar huis gaan (thuis bij manier van spreken) waren de gevoelens zeer \u201cgemengd\u201d.\u00a0 Bepaalde jongens waren te zwaar getroffen, dat leed geen twijfel.\u00a0 Ik, met mijn twaalf jaar, voelde mij wat onwennig \u2013 ik wist wat het was het was met de doodstraf te zitten en het vooruitzicht op het executiepeloton, de paal en de grinnikende menigte.\u00a0 Ik woonde nu al een tijd in die \u201cstraat\u201d.\u00a0 E\u00e9n van de zwaar getroffenen wreef mij, nauwelijks verbloemd de ongelijkheid van de strafmaat aan \u2013 alsof ik zelf het vonnis had geveld!\u00a0 Er was altijd een uitkomst: het krijgshof, wij hoorden inderdaad dat de auditeur in hoger beroep zou gaan, de hele zaak zou dus opnieuw te gronde worden behandeld.\u00a0 Was ik te licht gestraft, dan zou de straf weer verzwaard worden, de mensen die zich te zwaar gestraft achtten, kregen in beroep nog een kans.\u00a0 Maar eer de zaak in hoger beroep zou voorkomen zou het nog twee lange jaren duren, twee zomers en twee grauwe winters in de overbevolkte cellen van dat doods gebouw.<\/p>\n<p>De straf was een opluchting, maar er volgde nog een epiloog.\u00a0\u00a0 Ik had een vriend uit Leuven als raadsman aangesproken.\u00a0 Waarom?\u00a0 Ik meende dat het een voordeel was, veroordeeld te worden door iemand die mij ook als studentenleider gekend had, een bijkomende reden was het vertrouwen dat mij geen aderlating zou betekenen.\u00a0 Ik wachtte dus op de rekening.\u00a0 Maar hij sprak mij helemaal niet van een ereloon, en dat begon ik vreemd te vinden.\u00a0 Ter gelegenheid van een bezoek raakte ik het geval aan: toen vernam ik een nieuwsje dat mij trof als een slag in mijn gezicht.\u00a0 Mijn raadsman was al betaald \u2026 Betaald?\u00a0 Hoeveel?\u00a0 \u201c25.000 fr.\u00a0 Wij hebben wat geld moeten lenen, maar nu is toch alles afbetaald.\u201d\u00a0 Ik, zie nog altijd het doorgroefd gezicht van mijn vader, dat plots asgrauw geworden was; ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel, en kon geen woord meer uitbrengen.<\/p>\n<p>Twintig jaar geleden was dat een groot bedrag; vooral voor mensen die dan toch al getroffen waren.\u00a0 Ik was trouwens zelf een ingeschreven advocaat, en in dergelijke gevallen, houdt de raadsman daarmee rekening.\u00a0 Een lotgenoot, een ingeschreven advocaat zoals ik, heeft aan zijn verdediger, nooit \u00e9\u00e9n cent moeten betalen.\u00a0 Het eigenaardige van het geval was, dat de rekening niet naar mij was gestuurd.<\/p>\n<p>Hoe dan ook, als er ooit over de repressie in een geschiedkundige perspectief wordt geschreven, dan zal de historicus een hartig kapittel kunnen wijden aan het optreden van de advocaten voor wie deze jaren van menselijke nood een flinke bron van inkomsten hebben betekend.\u00a0 Er waren lofwaardige uitzonderingen, maar niet weinigen wisten flink toe te tasten.<\/p>\n<p>Het was een onderwerp te meer om tijdens de lange uren van achter slot en grondel uit te diepen.<\/p>\n<p>In die jaren, wachtend op de eindbeslissing die niemand kon voorspellen, heb ik de betekenis van Nietzsches woord aan den lijve ondervonden: \u201cSchaffen, das ist die grosse Erl\u00f6sing vom Leiden, und des Lebens leicht werden\u201d.\u00a0 Ik heb in die benauwde cellen als een bezetene gewerkt.\u00a0 Het hielp mij over alles heen: lichamelijke ongemakken waarover je liefst niet schrijft, wrijvingen in de cel (wij zijn allen mensen \u2013 alleen het voortdurend tegen elkander stoten in die beperkte ruimte is een zware proef voor de zenuwen), vlagen van moedeloosheid, pijn om het lijden van de familie daarbuiten, de eindeloze nachten met niets tussen U en de stenen vloer dan een klammige strozak \u2026\u00a0 Verzwakt als ik was, kon ik de inspanning van het schrijven soms niet meer dragen \u2013 tussendoor schilderde ik met waterverf om het even wat, ik maakte \u201cverluchting\u201d bij de gedichten die ik schreef, een spel met kleurtjes, een afleiding ten slotte.\u00a0 En dan waren er de ontwerpen voor drama\u2019s allerhande die zich in versneld tempo aandienden, \u201cOuders van Rubens\u201d, \u201cColumbus geboeid\u201d, \u201cAchnaton\u201d en nog andere die bij een ontwerp en een droom gebleven zijn.\u00a0 Alleen \u201cOuders van Rubens\u201d werd enigermate voltooid, en (later) tot een filmscenario uitgebouwd.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>Het citaat van Nietzsche: &#8220;Schaffen \u2013 das ist die gro\u00dfe Erl\u00f6sung vom Leiden, und des Lebens Leichtwerden. Aber da\u00df der Schaffende sei, dazu selber tut Leid not und viel Verwandelung&#8221; komt uit &#8220;Also sprach Zarathustra&#8221;, deel 2, &#8220;<a href=\"http:\/\/www.zeno.org\/Philosophie\/M\/Nietzsche,+Friedrich\/Also+sprach+Zarathustra\/Zweiter+Teil.+Also+sprach+Zarathustra\/Auf+den+gl%C3%BCckseligen+Inseln\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">Auf den gl\u00fcckseligen Inseln<\/span><\/a>&#8220;. <\/em><br \/>\n<em>Vertaald: &#8220;Scheppen (creativiteit), dat is de grote verlossing van het lijden, het is het lichtworden van het leven. Maar opdat de scheppende bestaan zal, is leed nodig en veel wezensverandering&#8221;.<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>In cel 231, de wijk van de ter dood veroordeelden, heb ik het episch gedicht \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">De Klokhofstee<\/span>\u201d, waarvan nog maar een paar paneeltjes gereed gekomen waren, tot een geheel van een twintigtal zangen uitgewerkt.\u00a0 Het gegeven voerde mij terug naar Het Schorre, de open vlakte bij Gistel, waar ik op het einde van de oorlog nog enkele maanden van ingekeerdheid gekend heb, en waar mijn ouders nog leefden.\u00a0 Ik bracht er jeugdherinneringen te pas \u2013 het kapelletje bij voorbeeld waar wij in bedevaart \u00a0heentogen om te \u00a0bidden voor allen \u00a0die bestendig hun leven waagden op zee \u2013 een paar ooms van mij liggen trouwens in zee begraven.\u00a0 De jonge held is een matroos op het schoolschip \u2013 zoals mijn vader in zijn jeugd ooit was geweest, en het meisje Aleidis, woonde op\u00a0 een klokhofstee \u2013 ik had namelijk thuis vaak gehoord dat mijn moeders moeder op een dergelijke hoeve ergens bij Zandvoorde verwanten had.\u00a0 Zo drongen zich onweerstaanbaar allerlei beelden uit mijn vroeger bestaan aan mij op, het hele verhaal wortelde in dat stukje polderland rondom Oostende, de zeehaven waar ik geboren was.\u00a0 Instinctmatig klampte ik mij vast aan wat mijn wezenlijk bestaan was, tegenover een ongewisse toekomst was het een doeltreffend zelfverweer.<\/p>\n<p>Het gedicht is nog altijd onuitgegeven \u2013 een uitgever zou ik er wel niet voor vinden.\u00a0 Epiek is niet meer van onze tijd hoorde ik eens een radio-criticus zeggen (hoewel de blinde Homeros het nog altijd doet!).<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>&#8220;De Klokhofstee&#8221;, blz 1 (met aquarel tekening bij aanvang van ieder hoofdstuk):<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Klokhofstee-2.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-3617 size-large zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Klokhofstee-2-653x1024.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"823\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Klokhofstee-2-653x1024.jpg 653w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Klokhofstee-2-191x300.jpg 191w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Klokhofstee-2-768x1204.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Klokhofstee-2.jpg 880w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<hr \/>\n<p>Twintig jaar later kijk ik op die tijd als een belangstellend toeschouwer terug \u2013 als toeschouwer, en toch niet zonder opnieuw door het doorleefde leed aangegrepen te worden.\u00a0 Mensen die nooit het binnenste van een gevangenis hebben gezien, en klaarblijkelijk van het scheppingsproces weinig of geen benul hebben, hebben mij er een verwijt van gemaakt dat ik \u201cniet in striemende strofen al dat onrecht\u201d heb aangeklaagd.\u00a0 <a id=\"Dagboek\"><\/a>Alsof een dichter schrijft wat hij zou willen schrijven!\u00a0 Zoveel van wat hij wou schrijven, blijft ongeschreven; zoveel dringt zich aan hem op, dat hij vaak in pijn en duisternis schrijven mo\u00e8t.<\/p>\n<p>Zo heb ik dan opgetekend wat zich in woorden aan mij opdrong \u2013 ik kon niet anders.\u00a0 En dat alles herlezend, ontdek ik in die po\u00ebzie iets meer dan een protest op het nationaal \u00a0vlak: er \u00a0wordt \u00a0hier \u00a0over ervaringen gesproken die zich tot om \u2019t even welk mens richten, en zelfs, zo lijkt het mij, tot het wereldgeweten.<\/p>\n<p>Daar schier alle gedichten gedagtekend werden, verschijnen zij nu als een curve, die de psychische spanningen aangeeft van een mens in de greep van een nooit aflatend lijden.\u00a0 Nu eerst geef ik er mij rekenschap van wat daarvan af te lezen valt.\u00a0 Na de eerste kennismaking met de cel (in de slechtst mogelijke omstandigheden, dat mag worden gezegd) komt, in een andere omgeving, en na de uitgesproken straf, het woord ongehinderd los. \u00a0Het is geen dagboek, feiten worden niet aangestipt, tenzij hier en daar in de vorm van een randbemerking \u201cbezoekdag\u201d of wat ook; wel zijn het spontaan opgewelde en in morele pijn neergeschreven reacties.<\/p>\n<hr \/>\n<p><em>De hieronder vermelde gedichten kunnen nagelezen worden op de pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/1945-1949-poetisch-gevangenisdagboek\/celgedichten-als-psychologisch-en-emotioneel-kompas\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Celgedichten als psychologisch en emotioneel kompas<\/span><\/a>&#8220;.<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>In cel 231 \u2013 in de wijk van ter dood veroordeelden \u2013 begint het met een paar macabere visioenen, kennelijk ontladingen van onderbewuste angst.\u00a0 Het eerste, van de half maart 1946 is \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Joa da Nova<\/span>\u201d waarin een bootsman de maats een beeld ophangt van het eiland der verdoemden, waar de zielen der gekwelde doden voort-dolen in de tijd; het andere \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Scheepspraat aan wal<\/span>\u201d, het demonisch verhaal over de gestorven matroos, in zee begraven, die geen rust vond omdat men hem van zijn laarzen had beroofd eer hij overboord ging.<\/p>\n<p>Humor, zw\u00e0rte humor, maar ze bevrijdt.\u00a0 De obsessie van de dood in \u201cJoa da Nova\u201d als een angstdroom beleefd, is in \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Scheepspraat<\/span>\u201d zoveel als overwonnen.\u00a0 Een veertiental dagen later is de demonie van de obsessie tot berusting bezonken.\u00a0 De winter is \u201cvergangen\u201d, het is mei \u2013 tijdens de wandeling word je het zoete jaargetijde gewaar, in de cel is er meer licht: de opgeslotene herademt, en in de maand der bloesems bloeit \u00a0ooit nieuwe hoop.\u00a0 In \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Diepzee<\/span>\u201d\u00a0 worden de donkere zeestromingen opgeroepen waar nooit licht doordringt.\u00a0 Daar heerst eeuwige nacht.\u00a0 Maar door het ondoorgrondelijke duister flitsen als op een schilderij van Jeroen Bosch de vreemdste wezens door elkander, schietende sterren van rood en blauw, en op de ongeziene zeebodem zelf straalt de zeldzame Isis, een schitterend onderzee vuurwerk van kleurige schichten \u2026\u00a0 Vreemd mysterie van die verborgen gronden: hoe donkerder het diep, hoe heerlijker ook het onderzeese leven.\u00a0 Zo ligt ook de onthechte vreugde in de uitzichtloze smart verborgen.<\/p>\n<p>Eerst door het lijden, en soms in de dood, wordt de lotsbestemming van de mens vervuld.\u00a0 De strijder, die sneeft in het gevecht, bereikt de volheid van de levensvervulling in dienst van de gerechtigheid.\u00a0 De titel van het vers \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Hidalgo<\/span>\u201d werd eerst bij het bundelen gegeven, en hoeft niet bepaald in d\u00e0t historisch perspectief gezien.<\/p>\n<p>Einde mei is de onthechting al in zo\u2019n mate werkelijkheid geworden, dat er van een \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Loutering<\/span>\u201d sprake is, een loutering die niet alleen een statische verworvenheid behelst, maar tot een lied uitgroeit: \u201cDieper verblijden \/ Dan schoon verdriet \/ Zingend te belijden \/ Is er niet\u201d.<\/p>\n<p>En dat lied baant de weg voor de humor \u2013 nu niet meer een macaber gegrinnik, maar een open lach waarin wel spot doorklinkt, maar geen boosheid.\u00a0 \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">De Bucentaur<\/span>\u201d <em>(nvdr. zie aquarel op de pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/1945-1949-poetisch-gevangenisdagboek\/1944-1949-celtekeningen-en-aquarellen\/#Buccentaur\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Celtekeningen<\/span><\/a>&#8220;)\u00a0<\/em>is een ballade waarin ook het breed orgelend vers de pracht en praal poogt op te roepen van de plechtige verloving van Veneti\u00eb met de zee.\u00a0 Het is een schitterend feest, maar de inrichters hebben buiten de waard gerekend, die waard is hier \u2026 de zee.\u00a0 Op het ogenblik zelf dat de Doge de gouden ring in het water werpt, breekt de bui die al een tijdlang\u00a0 aan de hemel dreigde,\u00a0 en jaagt het\u00a0 plechtstatig gezelschap in ontstelde verwarring naar het Groot Kanaal terug.\u00a0 Goedlachse humor, niet eens karikatuur, maar een schalks spel der verbeelding \u2013 een goedige glimlach van leedvermaak om het ijdel en grootsprakerig gedoe der mensen.<\/p>\n<p>Tot einde augustus loopt de leidgedachte door \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Dodenschip<\/span>\u201d, \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Moederogen<\/span>\u201d, om een orgelpunt te bereiken in het Mozartiaans bedoende \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Menuet<\/span>\u201d.<\/p>\n<p>Dan treedt er een stilte in.\u00a0 De laatste zomermaand verbloeit en het wordt herfst: de luchten wegen zwaar, de dagen worden korter \u2013 en met de herfst komen de donkere gedachten.<\/p>\n<p>In de cel wordt de enge ruimte nog enger: de vier muren lijken wel de wanden van een graf waarin de opgeslotene de doem ondergaat van het stervende jaar.\u00a0 Ja, de cel is een graf, en hij, een levende dode.\u00a0 Verbeten vecht hij tegen de machten van de ondergang, buiten hem, binnen hem, die het op zijn ziek gemunt hebben: het is de sombere noodkreet van \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Wade<\/span>\u201d.<\/p>\n<p>Is d\u00e0t het laatste woord: hier jaar na jaar te moeten \u2026 verrotten?\u00a0 Die en die van zijn lotgenoten zijn al naar een werkelijk graf overgebracht, en de gevangene die achter-blijft, vraagt zich af: zal hij het halen?\u00a0 Hij voelt hoe langzaam maar zeker het cel leven aan zijn krachten vreet; de opsluiting spant de getergde zenuwen tot het uiterste, de gevangeniskost doet het binnenste verstenen, het lichaam zwelt onnatuurlijk op: hoe zal het eindigen?<\/p>\n<p>Een typisch toneeltje duikt uit de herinnering op.\u00a0 Mijn ouders hebben de gevangenisdokter geschreven: of hij mij niet een dieetpak kon toekennen, wat dringend nodige fruit, bij voorbeeld? \u00a0\u00a0Hij is gekomen, \u00a0aan de deur van de cel.\u00a0 In het schemerduister van de gang heeft hij mij even met een sceptisch lachje bekeken, hij heeft mij de pols genomen, en mij dan met hetzelfde sceptische glimlachje weer in de cel gelaten.\u00a0 De deur knarste achter mij dicht \u2013 het onderzoek was afgelopen.\u00a0 Afgewezen.<\/p>\n<p>\u201cWade\u201d is een uiterste; maar het diepste gemoed zakt als vanzelf naar een evenwichtstoestand.\u00a0 De angst en de eenzaamheid klinken na in \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">Allerzielen<\/span>\u201d \u2013 het ontstond ook tijdens de middagwandeling op Allerzielen zelf, toen het schril geluid van doodsklokken ons, stom voortstappende gevangenen, begeleidde.\u00a0 Maar in \u201c<span style=\"color: #0000ff;\">De laatste blom<\/span>\u201d is de angst overwonnen.<\/p>\n<hr \/>\n<p><strong><em>Opmerking<\/em><\/strong>: Hier houden de memoires uit het typoscript op, net wanneer Nand schrijft: &#8220;Maar in &#8216;De laatste blom&#8217; is de angst overwonnen&#8221;:<\/p>\n<p><em>&#8220;Hier &#8216;memoires&#8217; afgebroken. Het &#8216;ging niet meer&#8217; &#8211; &#8216;angst&#8217; keerde terug!&#8221;.<\/em><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/Memoires-p.122.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone size-large wp-image-5576 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/Memoires-p.122-1024x734.jpg\" alt=\"\" width=\"525\" height=\"376\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/Memoires-p.122-1024x734.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/Memoires-p.122-300x215.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/Memoires-p.122-768x551.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2019\/04\/Memoires-p.122.jpg 1275w\" sizes=\"(max-width: 525px) 100vw, 525px\" \/><\/a><\/p>\n<p>Pas na het typoscript nauwkeurig vergeleken te hebben met het manuscript bleek er toch een weergave te bestaan van de tijd na augustus 1947. Het gaat om een periode van 1 jaar en 8 maanden vanaf februari 1948 (het verblijf in de <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/gevangenis-merksplas-februari-1948-september-1949\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">gevangenis te Merksplas<\/span><\/a>) tot zijn <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/september-1949-na-de-vrijlating\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">vrijlating<\/span><\/a> op 15 september 1949. Dit ontdekte manuscript is gedateerd op een erg symbolische dag: &#8220;<strong>5 oogst 1966<\/strong>&#8220;. 5 augustus is namelijk de dag waarop hij en Sim een koppel werden in 1950 (zie de pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/verlovingstijd-1950-1951\/voorspel\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Het Tuinfeest<\/span><\/a>&#8220;).<\/p>\n<p>Nand heeft deze bladzijden uit het manuscript nooit overgetikt.<\/p>\n<hr \/>\n<p>vervolg &gt; &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/gevangenis-merksplas-februari-1948-september-1949\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Gevangenis Merksplas<\/span><\/a>&#8220;, provincie Antwerpen.<\/p>\n<hr \/>\n<p>&nbsp;<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>(zie ook toelichting hierbij en algemene inleiding op de pagina &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8220;.) Huidige toestand (Google Streetview): rechts: de &#8220;grote poort&#8221; en het &#8220;binnenpleintje&#8221;: D E\u00a0 B E G I J N E N S T R A A T Een grote poort, een binnenpleintje, en dan weer een poort.\u00a0 Een sombere gang: grauwe &hellip; <\/p>\n<p class=\"link-more\"><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;1946 Gevangenis Antwerpen&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":930,"menu_order":113,"comment_status":"open","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-2533","page","type-page","status-publish","hentry"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v27.7 - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-wordpress\/ -->\n<title>1946 Gevangenis Antwerpen<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"1946 Gevangenis Antwerpen\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Een grote poort, een binnenpleintje, en dan weer een poort.\u00a0 Een sombere gang: grauwe muren en lage ijzeren deuren, de verzuurde reuk van een gaarkeuken \u2013 wij waren aangeland.\u00a0\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Raratonga\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2023-10-13T21:45:32+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:width\" content=\"907\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:height\" content=\"541\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:type\" content=\"image\/jpeg\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"39 minuten\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/\",\"name\":\"1946 Gevangenis Antwerpen\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/10\\\/Begijnenstraat.jpg\",\"datePublished\":\"2018-10-17T22:12:48+00:00\",\"dateModified\":\"2023-10-13T21:45:32+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/10\\\/Begijnenstraat.jpg\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/10\\\/Begijnenstraat.jpg\",\"width\":907,\"height\":541},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/begijnenstraat-antwerpen\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Voorgeschiedenis\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Nand &#8211; Bio\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":4,\"name\":\"Memoires &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8221; 1939-1949 (mobilisatie, oorlogsjaren en gevangenschap)\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":5,\"name\":\"1946 Gevangenis Antwerpen\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\",\"name\":\"Raratonga\",\"description\":\"Biografie van een liefde\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-NL\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"1946 Gevangenis Antwerpen","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"1946 Gevangenis Antwerpen","og_description":"Een grote poort, een binnenpleintje, en dan weer een poort.\u00a0 Een sombere gang: grauwe muren en lage ijzeren deuren, de verzuurde reuk van een gaarkeuken \u2013 wij waren aangeland.\u00a0","og_url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/","og_site_name":"Raratonga","article_modified_time":"2023-10-13T21:45:32+00:00","og_image":[{"width":907,"height":541,"url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg","type":"image\/jpeg"}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschatte leestijd":"39 minuten"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/","name":"1946 Gevangenis Antwerpen","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg","datePublished":"2018-10-17T22:12:48+00:00","dateModified":"2023-10-13T21:45:32+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg","contentUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Begijnenstraat.jpg","width":907,"height":541},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/begijnenstraat-antwerpen\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Voorgeschiedenis","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Nand &#8211; Bio","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"Memoires &#8220;Ridder Dood en Duivel&#8221; 1939-1949 (mobilisatie, oorlogsjaren en gevangenschap)","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1939-1949-ridder-dood-en-duivel\/"},{"@type":"ListItem","position":5,"name":"1946 Gevangenis Antwerpen"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/","name":"Raratonga","description":"Biografie van een liefde","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"}]}},"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/PbQXZk-ER","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_likes_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2533","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2533"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2533\/revisions"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/930"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2533"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}