{"id":6302,"date":"2019-05-03T11:52:03","date_gmt":"2019-05-03T09:52:03","guid":{"rendered":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?page_id=6302"},"modified":"2024-03-15T20:34:48","modified_gmt":"2024-03-15T19:34:48","slug":"1968-jan-dhaese","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/","title":{"rendered":"1968 Jan D&#8217;Haese"},"content":{"rendered":"<p><strong>1968<\/strong><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/encyclopedievlaamsebeweging.be\/nl\/dhaese-jan\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">Jan D\u2019Haese<\/span><\/a> (1922-2005) was een vriend van Nand, na de oorlog ook medebeschuldigde in het proces &#8220;Volk en Staat&#8221;. Later schreef hij o.a. voor het weekblad &#8220;<a href=\"https:\/\/encyclopedievlaamsebeweging.be\/nl\/t-pallieterke\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"><span style=\"color: #0000ff;\">t Pallieterke<\/span><\/a>&#8220;. Ook hij heeft het, zoals vele anderen, over de &#8216;melancholische&#8217; kant van Nands karakter.<br \/>\nHet artikel verscheen in &#8220;VWS Cahiers, Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers, \u00a0Jaargang III, nr. 2A, Zomer 1968&#8243;nav het verschijnen van Nands duchtbundel &#8220;Moederzee&#8221;.<\/p>\n<p>Een <a href=\"https:\/\/ronnydeschepper.com\/2020\/01\/30\/controverse-over-controverse\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">interessante bijdrage<\/a> over D&#8217;Haese schreef Ronny De Schepper nav het tienjarig overlijden van D&#8217;Haese in 2015.<\/p>\n<p>Hieronder het middenstuk van zijn getuigenis, inleiding en slot die handelen over het artistiek aspect van Nand werk volgen daarna, evenals een opmerkelijke stukje manuscript waar D&#8217;Haese kon over beschikken.<\/p>\n<p><em>\u201d \u2018Terugkeren tot het authentieke bestaan\u2019 het zijn woorden die V. uitspreekt met een glimlach die melancholie laat vermoeden. Met een glimlach die tevens duidt op wijsheid, gewonnen uit jaren waarin de moeilijkheden hem \u2014 als gevolg van zijn houding en overtuiging, niet gespaard bleven.<br \/>\nWanneer ik hem soms\u00a0 ontmoet, midden in het gewoel van de grootstad Brussel, waar hij dagelijks heen-treint \u201com den brode\u201d dan valt het mij steeds op hoe deze stille melancholie hem heeft getekend. Op een straathoek \u2014 ergens rond het St.-Jansplein \u2014 staat hij: groot, breed en steeds verzorgd. omstuwd door de jacht van mensen en verkeer. Hij praat, hij filosofeert en de mensen glijden aan hem voorbij, glijden van hem af. En toch is hij zich ten zeerste bewust van deze mensen, van de dreiging van de grootstad, waarmee hij voortdurend \u201cmeer dan hem lief is\u201d in contact moet blijven: van het probleem Brussel.<br \/>\nZelden heb ik een mens ontmoet \u2014 en daar zouden de betweters wel eens mogen over nadenken, die zoals V. de tragische gespletenheid en de angstwekkende automatisering van de hedendaagse mens aanvoelt, maar terzelfder tijd met ziel en zinnen gebonden blijft aan het Westen. aan zijn land van herkomst. aan de herschepping van een verleden dat het heden helpt verklaren. en aan de\u2026 \u201cMoederzee\u201d.<br \/>\nEn er is nog iets. Wanneer ik de dichter op die straathoek ontmoet, dan denk ik aan zijn vers \u2014 dat te Brussel dubbel tragisch klinkt: \u201cZo heb ik altijd willen wonen : \/ aan \u2018t dapper hart van \u2018t ongeschonden duin; \/ geen straat omtrent, geen steedse tuin, \/ maar zand en helm, en schuine sparrebomen.\u201d Het kan romantisch klinken, maar midden in \u2018t Brussels gewoel staat F.V. z\u00e9lf als een duin en is de zee niet ver af. Stammend uit een geslacht van zeelieden en omringd door de dingen van de zee (zijn grootvader bezat o.m. een opgezette albatros. met de wieken wijd uitgespreid als in volle vlucht) was de zee voor V. niet zo maar een dichterlijk motief maar leven van zijn leven en vaak \u2013 familieleden werden vermist \u2013 werkelijkheid. De vader van de dichter was zeeloods. Kwam deze thuis dan vertelde hij over de schepen die hij in veilige haven had gebracht en over het leven aan boord. Was er storm dan liet moeder de kinderen bidden voor de behouden thuiskomst van vader. Ook met het kustland was V., van kind af aan, vertrouwd. De haven, Oostende zelf, strand en duin, de poldervlakte met haar geweldige luchten. het zat hem allemaal in oog, geest en bloed. Als knaap ging hij mee bedevaarten naar O.-L.-Vrouw-ter-Duinen of naar het heiligdom van Sint-Godelieve te Gistel waar een halve eeuw later zijn openluchtspel, ter ere van de zwartharige heilige geschreven, zou worden opgevoerd.\u201d<\/em><\/p>\n<hr \/>\n<p>Inleiding en slot:<\/p>\n<p><em>(na het artikel volgen nog een tiental gedichten van Nand en ook een bladzijde manuscript die D&#8217;Haese ter beschikking kreeg als illustratie van &#8220;de muzen van het dichterlijk proces&#8221;, zie verder.<\/em><\/p>\n<p><strong>Ferdinand Vercnocke: Tussen land en zee<\/strong><\/p>\n<p>In onze po\u00ebzie staat Ferdinand Vercnocke min of meer aan de zelfkant. Niet zozeer wegens zijn verzen. eerder ter wille van de manier waarop deze worden bekeken, bekritiseerd, over het hoofd gezien of gewoon doodgezwegen.<\/p>\n<p>Men heeft de dichter Ferdinand Vercnocke doorgaans \u2014 wanneer men hem niet opzettelijk vergat te vermelden in een speciaal kaderke gestoken. In de kringen waar de literaire esthetica en de literatuurbeschouwing-in-enkele-richting de voorrang kregen, heeft men steeds en uitsluitend een volks etiket op zijn werk geplakt en aan dit etiket bovendien allerhande beperkende conclusies vastgekleefd.<\/p>\n<p>Op die manier werd ieder werk van Vercnocke a priori beoordeeld en meestal ook&#8230; veroordeeld. Een\u00a0 rechtvaardigheid die treffender wordt naarmate men de thematiek in de verschillende verzenbundels van Vercnocke nader gaat bekijken en ontleden.<\/p>\n<p>Vercnocke neemt een humanistische en artistieke positie in die men duidelijk kan omschrijven, doch die niet zo enkelvoudig is als men wil laten uitschijnen. Over die positie heeft de dichter zelf volgende gegevens meegedeeld in een interview :<br \/>\n\u201cMijn eerste bundel verscheen in 1934. De titel \u2018Zeeland\u2019 hield verband met het kustland rondom Oostende \u2014 de stad waar ik op 14 december 1906 geboren werd en benoorden Brugge, het Zwin inbegrepen. \u2018Zeeland\u2019 bevatte mijn eerste verzen niet. Die had ik welbewust verbrand. Als jong advocaat aan de balie, meende ik dat het moest uit zijn met de po\u00ebzie. En op dat moment is het maar eerst begonnen, want het woord drong zich onweerstaanbaar aan mij op. Het streven van de vorige jaren, als studentenleider, was tot een bepaalde synthese gegroeid en dan nog in een vorm die geheel anders was dan die der verbrande verzen. Ik kan niet beter dan hier de terminologie van Heidegger te\u00a0 pas brengen. Zoals alle strijdbare Vlamingen had ik nu eenmaal een levenskeuze gedaan. Ik had geopteerd voor het authentieke bestaan tegen het niet-authentieke. Wie deze keuze gedaan heeft peilt dan ook de waarachtige grond van het wezen, waar het besef van een gelouterde gemeenschap kan beginnen te groeien. Verriest zei het kernachtig op zijn manier : dat Volk moet herleven. \u2014 Naar de geest ben ik een leerling van Verriest. Zijn visionair gedicht \u2018De Zee\u2019 heeft mij de richting aangegeven die ik nog altijd volg : het Zwin, grootheid en verval, de \u2018grote zee\u2019 die terugkeert, symbool van een bezielende toekomst, enz. Dat ik bovendien in de geest van Rodenbach leefde was vanzelfsprekend. Dat gold voor ons allemaal die de voortzetting van \u2018zijn studentenkamp\u2019 nastreefden. Toch ware het te simplistisch mij als een zogenaamde \u2018bard\u2019 af te schilderen, een soort levend fossiel, een wezen dat uit de tijd is. Ik sprak over Heidegger. Misschien zou het logischer zijn naar Gabri\u00ebl Marcel en het christelijk existentialisme te verwijzen. Neem bijvoorbeeld mijn laatste bundel , \u2018Moederzee\u2019 (1967). Die staat toch volledig in de geestesspanningen van vandaag. De moderne mens, bedreigd door de technische beschaving, zoekt naar zijn waarachtig wezen. Hij is op weg een robot te worden en wordt door robotten beloerd. Hij moet zijn ziel terugvinden en terugkeren tot het authentieke bestaan.\u201d<\/p>\n<p><em>(hier volgt het middenstuk, zie getuigenis)<\/em><\/p>\n<p>Zeeland ( 1934), Zee in het Westen (1954), De Stad in Zee, Moederzee (1967) zijn zoveel titels van verzenbundels die rechtstreeks de zee oproepen als symbool van onrust, inspiratie, avontuur.<\/p>\n<p>Maar ook in praktisch al de andere werken is de zee dwingend aanwezig. Is Kolga ( 1938) geen zeegedicht in zangen ? Klinkt de duistere stem van de noodlotszee niet op uit Ask en Enthla (1942) ? Is de Klokhofstee geen verhaal uit het kustland, over de liefde van een boerenmeisje voor een matroos ?<\/p>\n<p>Is het niet opvallend dat de dichter \u2014 na de persoonlijke lyriek in De Gouden Helm ( 1951 ) de zeesymboliek gebruikt om zijn tragische ervaringen uit de jaren der beproeving vast te leggen in Het Eiland Antilia (1951)? En vormt Land aan het Zwin (1961) g\u00e9en terugkeer naar het geliefde land van herkomst?<\/p>\n<p>In de evolutie van de mens en dichter Vercnocke moet voor de verzenbundel Zee in het Westen, verschenen in 1954 een aparte plaats ingeruimd worden. Inhoud en toon van deze bundel illustreren een nieuwe&#8230; start. De dichter is getrouwd, woont in een ruim landhuis met een boomgaard. Er is het eerste kind en het leven herbegint. Maar de dichter nadert de vijftig en kijkt met weemoed achteruit naar de dingen uit zijn jeugd, de dingen die voorbij zijn, maar&#8230; \u201cniet overgaan\u201d.<\/p>\n<p>Nooit kan Ferdinand Vercnocke zich losmaken van zijn oorsprong. Dit is zodanig waar dat de schilder Vercnocke (jaja. Ferdinand schildert, reeds als student te Leuven exposeerde hij zijn doeken en tekeningen) er nog steeds niet toe gekomen is Brabantse landschappen te konterfeiten. Ondanks het feit dat hij zich sedert jaren te Weerde, op een boogscheut van Mechelen, heeft gevestigd.<\/p>\n<p>Om een juist oordeel over het werk van Vercnocke te vellen, moet men beseffen hoezeer het in het teken van \u201cde mythe\u201d staat. Van in den beginne heeft de dichter aangevoeld dat de mens zijn eigen wezen beter begrijpt, naarmate hij zich op zijn oorsprong bezint. Bepaalde verzen uit \u201cZeeland\u201d vertonen reeds een mythische inslag. Overheersend spreekt deze inslag uit Koning Skjold ( 1935) en de reeds vernoemde bundels \u201cKolga\u201d en \u201cAsk en Emhla\u201d mythisch geziene, epische gedichten, waarvoor de stof uit een verre voortijd werd gegrepen. Tot in de roman Kapitein Kruyt ( 1960) wordt deze gedachtengang. met de &#8220;promethe\u00efsche&#8221; mens als middelpunt, doorgetrokken.<\/p>\n<p>Het is overduidelijk dat Ferdinand Vercnocke. ook al gaat hij zijn bloedeigen weg, de traditie van de Westvlaamse School ( Verriest, Rodenbach, De Clercq) voortzet. Als bewust Groot-Nederlander (zie zijn bundel Hansa, verschenen in 1943 toen elke toespeling op de hereniging der Nederlanden gevaarlijk was) overschouwt hij echter het hele deltagebied. Terwijl hij het Noordse verleden in zijn werk betrekt. vecht hij terzelfder tijd voor het behoud van de Westerse zielsgebieden en kan aan zijn heimwee niet ontsnappen. Hij zegt het : \u201e Na vijftien jaar in een Brabants dorp heb ik er nog geen wortel geschoten. Ik woon er, maar leef aan zee. in mijn geboortestreek.\u201d<\/p>\n<hr \/>\n<p>Omdat het het vroegste voorbeeld is van Nands handschrift dat ik kon vinden (ook in het archief), nl. 1938,\u00a0 laat ik hier een bladzijde volgen uit het artikel van D\u2019Haese die daar wel de hand op kon leggen. Blijkbaar moet Nand hem die gegeven hebben tijdens hun interview in 1968. D\u2019Haese toont dit omdat hij een voorbeeld wil geven van wat Nand zegt, nl.: \u00a0\u201cHet is \u00e9\u00e9n der zeldzame gevallen dat het vers zich zo intens aandient dat het rechtstreeks op de machine wordt getikt\u201d. Toch blijkt hij later aan het gedicht dat uit de machine rolt aanpassingen in handschrift te hebben toegevoegd.<\/p>\n<p>Scan van deze pagina:<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-1952 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg\" alt=\"\" width=\"195\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg 195w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan.jpg 656w\" sizes=\"(max-width: 195px) 100vw, 195px\" \/><\/a><\/p>\n<p>Tekst op de pagina:<\/p>\n<hr \/>\n<p>Ik zal komen langs kimmen van goud<br \/>\nik zal komen op den paarschen vloed;<br \/>\ngroot zal de vrede zijn van mijn gemoed:<br \/>\nmijn voorhoofd is met naderenden nacht bedauwd.<\/p>\n<p>Ik zal komen door mijn droom bewogen,<br \/>\nik zal komen op mijn hoop gedragen,<br \/>\nde nacht is nakend, &#8216;k wil van nacht gewagen,<br \/>\nen nacht ontwaren in uw haast geloken oogen.<\/p>\n<p>Ik zie U aan en spreek geen enkel woord,<br \/>\n&#8211; ziet gij in mijn oogen &#8217;t gloeiend goud der kim? &#8211;<br \/>\ndroomend waak ik als een schuwe schim<br \/>\naan uwe zijde: hebt gij mij gehoord?<\/p>\n<p>Ik sprak in &#8217;t lange zuchten van de verre baren<br \/>\nde donkre woorden die ik niet mocht vinden,<br \/>\ndieper dan smart, woorden van wie minden;<br \/>\nuw antwoord zal de zachte zee bewaren.<\/p>\n<p>Ik zal heengaan als een schim, bij nachte,<br \/>\nik zal heengaan in den nacht verborgen;<br \/>\nkomt er nog dieper nacht, komt er een morgen:<br \/>\nik zal aan duistere kimmen wakend wachten.<\/p>\n<p><em>(hier later toegevoegd stukje handschrift,<br \/>\ndaaronder de commentaar van D&#8217;Haese:)<\/em><\/p>\n<p>\u201cHandschrift\u201d van \u2018Stilte der Zee\u2019, 1938. \u201cHet is \u00e9\u00e9n der zeldzame gevallen dat het vers zich zo intens aandient dat het rechtstreeks op de machine wordt getikt\u201d (F.V.) De met de pen bijgeschreven strofe is de vierde van het gedicht (zoals het in de bundel <em>Kolga<\/em> werd opgenomen). \u00a0Deze vierde strofe schrijven we duidelijkheidshalve over:<\/p>\n<p>Ik sprak in &#8217;t lange zuchten van de verre baren<br \/>\nde donkre woorden die ik niet mocht vinden,<br \/>\ndieper dan smart, woorden van wie minden;<br \/>\nuw antwoord zal de zachte zee bewaren.<\/p>\n<p>evenals het eerste vers van de laatste strofe (hier de vierde getypte) :<\/p>\n<p>Ik zal heengaan als een schim, bij nachte,<\/p>\n<p>(N.v.d.R.)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>1968 Jan D\u2019Haese (1922-2005) was een vriend van Nand, na de oorlog ook medebeschuldigde in het proces &#8220;Volk en Staat&#8221;. Later schreef hij o.a. voor het weekblad &#8220;t Pallieterke&#8220;. Ook hij heeft het, zoals vele anderen, over de &#8216;melancholische&#8217; kant van Nands karakter. Het artikel verscheen in &#8220;VWS Cahiers, Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers, \u00a0Jaargang III, &hellip; <\/p>\n<p class=\"link-more\"><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;1968 Jan D&#8217;Haese&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":1978,"menu_order":259,"comment_status":"open","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-6302","page","type-page","status-publish","hentry"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v28.1 - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-wordpress\/ -->\n<title>1968 Jan D&#039;Haese - Raratonga<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"1968 Jan D&#039;Haese - Raratonga\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"1968 Jan D\u2019Haese (1922-2005) was een vriend van Nand, na de oorlog ook medebeschuldigde in het proces &#8220;Volk en Staat&#8221;. Later schreef hij o.a. voor het weekblad &#8220;t Pallieterke&#8220;. Ook hij heeft het, zoals vele anderen, over de &#8216;melancholische&#8217; kant van Nands karakter. Het artikel verscheen in &#8220;VWS Cahiers, Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers, \u00a0Jaargang III, &hellip; Lees verder &quot;1968 Jan D&#8217;Haese&quot;\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Raratonga\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2024-03-15T19:34:48+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"10 minuten\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/\",\"name\":\"1968 Jan D'Haese - Raratonga\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/10\\\/Jan-195x300.jpg\",\"datePublished\":\"2019-05-03T09:52:03+00:00\",\"dateModified\":\"2024-03-15T19:34:48+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/10\\\/Jan-195x300.jpg\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/10\\\/Jan-195x300.jpg\"},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/1968-jan-dhaese\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"De Zingende Ziel der Dingen\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Getuigenissen over Nand en Sim\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":4,\"name\":\"1906 -2019 over Nand: &#8220;\u00e0 charge et \u00e0 d\u00e9charge&#8221;&#8230;\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/de-zingende-ziel-der-dingen\\\/getuigenissen-over-nand-en-sim\\\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":5,\"name\":\"1968 Jan D&#8217;Haese\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\",\"name\":\"Raratonga\",\"description\":\"Biografie van een liefde\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-NL\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"1968 Jan D'Haese - Raratonga","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"1968 Jan D'Haese - Raratonga","og_description":"1968 Jan D\u2019Haese (1922-2005) was een vriend van Nand, na de oorlog ook medebeschuldigde in het proces &#8220;Volk en Staat&#8221;. Later schreef hij o.a. voor het weekblad &#8220;t Pallieterke&#8220;. Ook hij heeft het, zoals vele anderen, over de &#8216;melancholische&#8217; kant van Nands karakter. Het artikel verscheen in &#8220;VWS Cahiers, Vereniging voor West-Vlaamse schrijvers, \u00a0Jaargang III, &hellip; Lees verder \"1968 Jan D&#8217;Haese\"","og_url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/","og_site_name":"Raratonga","article_modified_time":"2024-03-15T19:34:48+00:00","og_image":[{"url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg","type":"","width":"","height":""}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschatte leestijd":"10 minuten"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/","name":"1968 Jan D'Haese - Raratonga","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg","datePublished":"2019-05-03T09:52:03+00:00","dateModified":"2024-03-15T19:34:48+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg","contentUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/Jan-195x300.jpg"},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/1968-jan-dhaese\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"De Zingende Ziel der Dingen","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Getuigenissen over Nand en Sim","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"1906 -2019 over Nand: &#8220;\u00e0 charge et \u00e0 d\u00e9charge&#8221;&#8230;","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/de-zingende-ziel-der-dingen\/getuigenissen-over-nand-en-sim\/1962-1990-a-charge-et-a-decharge\/"},{"@type":"ListItem","position":5,"name":"1968 Jan D&#8217;Haese"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/","name":"Raratonga","description":"Biografie van een liefde","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"}]}},"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/PbQXZk-1DE","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_likes_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/6302","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=6302"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/6302\/revisions"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/1978"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=6302"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}