{"id":848,"date":"2018-09-19T15:55:28","date_gmt":"2018-09-19T15:55:28","guid":{"rendered":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?page_id=848"},"modified":"2024-01-16T21:11:58","modified_gmt":"2024-01-16T20:11:58","slug":"eerste-brief","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/","title":{"rendered":"Eerste Brief"},"content":{"rendered":"<p>Voor een inleiding over en de betekenis van deze brieven zie de algemene pagina &#8220;<a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/1948-brieven-aan-een-kind\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">Brieven aan een kind<\/span><\/a>&#8220;.<\/p>\n<p><em>Opmerking: superscript verwijst naar de annotaties onderaan de brief, de cijfers tussen haakjes verwijzen naar de opeenvolgende pagina&#8217;s in het uitgetikte manuscript. In de handgeschreven versie (zie voorbeeld) ontbreekt de eerste paragraaf.<\/em><\/p>\n<p>Voorbeeld blz. 1 handgeschreven:<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone wp-image-851 size-medium zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a-300x235.jpg\" alt=\"\" width=\"300\" height=\"235\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a-300x235.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a-768x602.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a-1024x802.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg 2031w\" sizes=\"(max-width: 300px) 100vw, 300px\" \/><\/a><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>Voorbeeld bladzijde 1 (getypt)<\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0001-1.jpg\"><img decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-854 zoooom\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0001-1-214x300.jpg\" alt=\"\" width=\"214\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0001-1-214x300.jpg 214w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0001-1-768x1075.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0001-1-732x1024.jpg 732w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0001-1.jpg 1464w\" sizes=\"(max-width: 214px) 100vw, 214px\" \/><\/a><\/p>\n<p><strong>(1)<\/strong> Lieve Patricia, hier is de beloofde brief. Hij is voor mij helemaal geen last, zoals gij vreest, wel integendeel. Ik ga gaarne op uw wens in. Na jaren opsluiting, nu zoveel in ons is afgestorven, blijft ons niets anders over dan ons leven geheel te herbeginnen, te zoeken naar een nieuw vertrekpunt, naar een zuivere bron. En gij kunt mij \u2013 wees niet verbaasd \u2013 daarbij op den weg helpen. Wordsworth <sup>(1)<\/sup>, een Engels natuur-dichter uit de vorige eeuw wist het goed: \u201cthe child is father of the man\u201d\u00a0<sup>(1)<\/sup>. De vader van den man is het kind. Daar zult gij misschien om lachen. Maar hij had gelijk. Wij die naar een houvast zoeken, zien als het ware naar het kind op. Wij luisteren met spanning naar de taal van het volkomen argeloze, opdat de wereld voor ons opnieuw een zin verwerve. Daarom richt ik mij gaarne tot U, maar het is grootendeels om te vinden wat ik verloor: mijzelf!<br \/>\nToen ik, lieve Patricia, U zag voor het eerst, waart gij nog een kind, rijzig voor uw leeftijd en blond als het zand aan mijn geliefde zee. Uw rustige ogen, blauw als morgennevel boven water, keken mij schuldeloos aan. Een model voor Toorop <sup>(2)<\/sup> zo dacht ik verrast. Ik zag U en was ontroerd, al liet ik van dit gevoel niets blijken; een innige dankbaarheid welde in mij op. Gelukkig was ik, omdat het mij gegund was te leven, en in U, frisse bloesem aan \u2019s levens boom, God\u2019s wondere openbaringen te aanschouwen.<br \/>\n(Zo vergaat het den ontvankelijken mens, als hij onverwacht een glimp ziet van de verholen schoonheid die wij in de dingen weten \u2013 in den zang van een merel, in den bleken maannacht, in vers gevallen sneeuw \u2013 doch zo zelden in \u2019s mensen blik ontwaren.) Ieder mens draagt zijn ziel in zijn gelaat, en menig gelaat doet huiveren. Zoveel onnoemelijks staat erop geschreven, zoveel duisters en schijnheiligs, dat het afschuw wekt, en stemt tot angst. Van zulk een gelaat wendt men in der haast de ogen af. Het mensenaangezicht zoals men er duizenden ziet op de straten en pleinen van een grote stad, jachtig, grof zinnelijk en verlept, stemt tot treurnis en medelijden.<br \/>\nKent gij de Kruisdraging door Jeroen Bosch <sup>(3)<\/sup>? In het midden van het paneel , schrijdt onder het schandehout gebogen, de zwijgende lijdende Heiland. Over zijn trekken ligt een bovenmenselijk<br \/>\n<strong>(2)<\/strong> begrijpen en mededogen. En zie: hij sluit de ogen: want het gezicht van de huilende, hatende mensheid rondom hem kan men niet bekijken zonder gruw. Het zijn puilende ogen, schuimende monden, tanden bijtensgereed. Allen zwelgen in de wellust nu zij hem zien lijden, nog m\u00e9\u00e9r doen lijden. Voorwaar een verheven gelaat wekt de woede op van den medemens\u2026<br \/>\nDe schilder Bosch, zelf een bezielde, een door den angst voor de wereld bezetene, voelt dit schrijnend aan: deze bloed-belopen ogen, deze verwrongen bekkenelen<sup>(4)<\/sup> hebben niets menselijks meer. Of is dit juist de werkelijke mens, de mens in zijn ware gedaante?<br \/>\nLieve, voor het antwoord op deze vraag schrik ik terug\u2026 En toch, al had ik bijna \u201cja\u201d geschreven, ik weet dat ik ze mag ben\u00e9nen. Dien zonnigen zomerdag zag ik een ander aangezicht, met de klare, lustloze ogen van het kind, het uwe, Lieve, en dit was \u00e9\u00e9n onder de ogenblikken waarin ons geschokte geloof in het leven \u00e8n in de mens wordt hersteld en gesterkt. En daar kwamen woorden in mij los: gij wist het niet, ik was U niet, nog niet bekend. Het waren woorden uit de diepte van het wezen, waar zij onuitsprekelijk sluimerden, zingende woorden, den dichter wel bekend, die vervullen met vreugde en vrees \u2013 want daar is vrees voor het verlies in elk bezit. En ik schreed verder langs de drukke straat, alleen met mijn vreugde, dankbaar omdat ik \u00e9\u00e9n ogenblik had verwijld in God\u2019s koele verborgenheden.<br \/>\nDit is de vergissing van velen: dat \u2019s levens geheim zich in moeilijk te bereiken verten, in een land van sagen en sprookjes openbaart, en dat daar alleen na veel dolingen, het wonder te beleven valt. Niet in een onwerkelijke verte is het onbegrepene en onbegrijpelijke te zoeken, doch in onze onmiddellijke omgeving, in de kleine schijnbaar alledaagse verschijningen van het leven rondom ons. Het wonder is ons te allen tijden nabij, het is in ons. Doch men moet er oor en oog voor hebben. Meestal kan men ervan zeggen wat de dichter zegde van de sterren; \u201celles se font oublier en se montrant trop souvent\u201d<sup>(4)<\/sup>. Het is niet nodig, zoals de ouden dachten, een toverkruid in den mond te nemen om de zang der dingen te verstaan<sup>(5)<\/sup>. Alles zingt, alles \u201cspreekt een taal\u201d; het volstaat dat \u201cde ziele luistert\u201d<sup>(6)<\/sup>.<br \/>\n<strong>(3)<\/strong> En is er iets zo wonderbaar als een mensenaangezicht? Daar zijn de ogen, twee zeldzame, volkomen eendere juwelen, levende edelstenen, glanzend met de doorschijnende klaarte van een amethyst, topaas, lazuur<sup>(7)<\/sup>; daarin glimt en gloeit een kern, donker als agaat<sup>(7)<\/sup>, gevoelig voor licht en duisternis, voor vreugde, ontroering of angst \u2013 want ogen zeggen wat woorden niet vermogen. Hoe arm zijn woorden! Woorden zijn dode tekens. Doch ogen getuigen levend voor de ziel zoals het water verraadt wat waart op den bodem van meren. Zij kunnen met \u00e9\u00e9n blik, in \u00e9\u00e9n oog-wenk, een helen mens onthullen, zo volledig en aangrijpend, dat men verstomt van schrik. Ogen vertolken het meest verborgene, de onvatbaarheid van het leven, zodat men, ook bij geliefde wezens, bij de beminde zelf, de benauwende zekerheid heeft te staan tegenover een gans andere, een vreemde, eenzaam als wij. Waar woorden goed bedoelend verdoezelen en heimelijke gemoedsbewegingen verbloemen, daar zeggen de ogen alles, soms onbewust. Luister nooit naar woorden, Lieve, peil de ogen.<br \/>\nWel kunnen bij rijpen mensen de ogen een verschillende blik vertonen en een eigen uitdrukking. Het ene kan u meewarig aanstaren, het andere streng onderzoeken; dat heb ik al meermaals vastgesteld, en zeer bevreemdend is dat. Doch ogen bedriegen niet. Zij fonkelen van toorn, zij stralen van geestdrift, zij gloeien van haat; zij blikken soms vreemd en ondoorgrondbaar stil, zoals de diepe roerselen van ons wezen zijn. Is er iets geheimzinniger en schoner dan plotse tranen, die parelen aan de wimpers, zuiver als het helderste water, verwant met droevig ruisende regen, met dauw en diamant? Ogen, o klare, milde bronnen van mededogen!.. En ogen zijn zo liefderijk getekend en gebouwd: de tere wimpers, de sierlijke wenkbrauwbogen: alles spreekt van fijnbesnaarde gevoeligheid. Hoe zijn de vrouwen te beklagen die dit zuiver natuurschoon door schendende kunstmatigheid verminken en ontzielen. Zij maken van hun gelaat een verstarde masker waaruit God\u2019s levende adem verdwenen is.<br \/>\nEn de neus\u2026 de ranke rechte neus met de trillende vleugeltjes, van tussen de ogen uitspringend, snedig en streven als een beeld van koenen wil gestuwd door sidderend gevoel! Eigenlijk zijn er zoveel neuzen als mensen. Bosch en na hem Brueghel de Oude<sup>(8)<\/sup> kunnen ons dat diets maken. Haakneuzen, wipneuzen, framboosneuzen; neuzen als kurketrekkers, neuzen als<br \/>\n<strong>(4)<\/strong> mispels\u2026 en alle hebben hun eigen persoonlijkheid. Zij zijn koddig, luidruchtig, loens, loevend; zij liggen als in een pijnlijken knoop; er zijn neuzen die doen lachen, andere die u doen huiveren. Ja, er bestaat een vreemde samenhang tussen mens en neus\u2026<br \/>\nEn dan de mond?.. Er zijn monden als grove open wonden, als gemaakt op dierlijk te bijten en te slurpen, monden hard en streng van onderdrukte drift, monden waarnaar men liever niet kijkt. De mond is schrander of dom, grof of edel. Rood als bloed en beweeglijk, is hij gevoelig voor elke beweging van onbewuste gemoed. Hoe koestert hij bij het spreken elke levende klank!.. trillend met de trillingen van de stem, sprekend in edele stilte, glimlachend soms, innig en blijde, of wijd-open schaterend in onbeteugeld geluk. Zonderling nietwaar, deze lach, klinkklare uiting van vreugde, die onweerstaanbaar losbreekt uit opengebaande lippen, die zonnig lachend, een glinsterende rij helwitte tanden ontsluiten!<br \/>\nNeen, wonderen beleeft men niet alleen in sprookjes. Niets dan een mensengelaat kan U gedachten ingeven \u201cdieper dan alle ding\u201d<sup>(9)<\/sup>. Ik herinner mij een gelegenheid waar ik dit zeer scherp heb aangevoeld. Het was te Brussel in een tentoonstelling van schilderijen, werk van een vrouw \u2013 den naam ben ik vergeten. Dat was wel de meest verbijsterende verzameling doeken die ik ooit bijeen had gezien: ik zag langgerekte, bleke en bloedloze wezens, mannen en vrouwen bewegend in een grijze onaardse schemering; en zwevend in de ijle ruimte had de schilder allerlei fantastische voorwerpen uitgebeeld: cylinders, maskers, piramieden \u2013 kortom men kon raden dat het haar bekommernis geweest was het raadsel van het bestaan op te roepen. Ik moet bekennen dat deze droomgezichten mij volkomen onberoerd lieten: ik ging eraan voorbij zonder de huivering te gevoelen die elk diep en wezenlijk kunstwerk in de ziel doet natrillen. Ik ging ontgoocheld voort, doch even voor de deur, in den gang waar het kleiner en \u201conaanzienlijker\u201d werk was ten toon gesteld, ontdekte ik plots een doekje niet veel groter dan mijn hand, maar zo aangrijpend schoon dat het mij blij verraste. Het was het portret van een jonge vrouw, niets dan een aangezicht, en in de grote ogen las men zo duidelijk wat de breed opgezette werken met al hun kabbalistiek vergeefs poogden uit te drukken. Daar lag het voor het grijpen. De hunkering van het prille leven naar volheid en vervulling, de<br \/>\n<strong>(5)<\/strong> pijn van het niet bereiken, het zich omringd weten met raadsels, opgetogen levenslusten tevens de angst voor het bestaan. Ach, hoe kunnen schamele woorden dat uitdrukken? Alleen de kunst vermag het onverwoordbare te verwoorden, kunst door waarachtig leven bezield.<br \/>\nIn de ogen van het kind, zoals in uw ogen, Lieve Patricia, is dit ondoorgrondbare nog onbewolkt. Een blik uit kinderogen doet mij altijd denken aan het eerste lentegroen (dat zult gij nog wel gezien hebben in het bos..) als de witte berk haar eerste knoppen openvouwt tot een broze waas van goud-geel dat nog geen groen is, maar het zuiverste groen aankondigt. Deze kleur heeft nog de oorspronkelijkheid van de geboorte, de ongerepte helderheid van het prille zijn dat ontspringt aan het Niet. Zo blikt ook het kind.<br \/>\nHet is een klaarte zonder schaduwen en daarom nog meer betoverend. Den blik van een volwassenen kan men peilen, ontleden, doorgronden soms: de ogen van een kind zijn louter argeloosheid; zij zijn als het azuur, dat vlekkeloos en zonder grond, stemt tot vreugde, doch meteen u het gevoel geeft van uw machteloosheid. De blik van het kind voert ons terug naar den dageraad der dingen. Hij is klare aandrift. Het is waar: zekere wetenschap die er vooral op uit is om het dier in den mens op te sporen, heeft ook met de argeloosheid van den jongen mens schoon schip gemaakt. Altijd vindt men mensen die liever neerhalen dan verheffen. In hen is waarschijnlijk het kind zoekgeraakt?\u00a0 Nu wil ik niet loochenen dat met de reine aandrift van het kind ook mindere zuivere neigingen zijn vermengd; het is aan te nemen dat die aanwezig zijn, sluimerend meestal, om eerst later voorgoed aan de oppervlakte uit te breken \u2013 vooral als ongunstige levensomstandigheden ze aanwakkeren. Er zijn ook kwaadaardige kinderen, doch dat neemt niet weg dat algemeen gezien, de prille jeugd de tijd is waarin edelmoedige strevingen als vanzelf in het gemoed ontkiemen.<br \/>\nZo waar is deze vaststelling, dat zekere droombeelden uit de jeugd het hele verdere leven blijven bepalen. De mens is veelal de gevangene van de verbeeldingen uit zijn jeugd\u2026<br \/>\nVoor hoevelen eindigt het leven niet bij hun eerste jeugdige jaren, ja, bij de kindsheid? Wel bestaan zij verder in den tijd, doch slechts als schimmen van hun vroeger wezen, dat verstierf. Wij lezen van geniale begenadigden, dichters, toondichters, die reeds als kind de vaardigheid van rijpe en ervaren meesters<br \/>\n<strong>(6)<\/strong> aan den dag leggen, en werken scheppen waarop zij als man nog blijven teren. Ik las zoiets van Franz Liszt<sup>(10)<\/sup>, van Mozart ook<sup>(11)<\/sup>. Anderen keren in gedachte en met heimwee naar hun kinderjaren terug, zoals de zanger van \u201cZonder Zon\u201d: Moessorgsky<sup>(12)<\/sup>, die met ontroering weerom de kinderkamer betreedt.<br \/>\nBij den gewonen man is het niet anders. Voor de meesten is het leven niets meer dan een gestadig zoeken en dolen, een zich voortdurend vergissen; en met weemoed blikken zij terug naar de heldere dagen toen alles zo klaar voor hen uitgestippeld lag, en samenhang en zin vertoonde. Zij grijpen naar den kinderdroom als naar een hou vast. En dit mag ik, aan de hand van enige ervaring bevestigen dat de mens slechts een go\u00e8d mens bleef in zoverre hij iets van het kind in zijn handel en wandel, in zijn diepste wezen bewaard heeft. De schoonste mensen die ooit op aarde wandelden, zij die men pleegt \u201cheiligen\u201d te noemen en die met \u00e9\u00e9n woord, \u00e9\u00e9n gebaar wonderen konden verrichten, leefden met de eenvoud van het kind. Zij werden groot door hun goedheid, door de argeloosheid \u2013 wat men van veel erkende groten niet zeggen kan, vermits zij omhoog klommen langs paden door rode bloedsporen getekend.<\/p>\n<p>Het kind is groter dan koningen en machtshebbers, hoe luid hun naam in de geschiedenis ook klinke. Wat deed immers Hij die de wet der Liefde onder de mensen kwam verkondigen, toen men Hem vroeg wie het grootst was in het rijk der hemelen? Hij nam een kind en plaatste het in hun midden\u2026<\/p>\n<p>______________________________________________________________<\/p>\n<p>(<em>Het volgende gedeelte staat in het handschrift en volgt op het voorgaande, maar is weggelaten in het uitgetikte manuscript, het cijfer tussen haakjes verwijst naar de bladzijde in het handschrift)<\/em><\/p>\n<p>(10) en zegde: &#8220;&#8230;indien gij niet worde als kinderen&#8230;&#8221;. De uitspraak is zeer bekend, doch niet genoeg overwogen, en zelden toegrpast; het is een woord van diepe wijsheid, een heilswoord voor de mensheid.<br \/>\nGij hebt thans, Lieve Patricia, waarom ik U schrijf, schrijven moet. Dichters hebben, naast veel tegenstijdig en duisters, dat zij zelf nauwelijks begrijpen, ook veel in hun wezen dat in het kind te vinden is. Zij staan argeloos tegenover de dingen: zij hooren de prille stemmen die uit verborgen roerselen opslaan, en blijken weerloos voor het geweld van hun heimelijken dwang. Hun lied welt onweerstaanbaar op, en het is \u00e9\u00e9nzelfde geluid. Zij dichten zooals het kind zijn kinderrijmpjes zingt, veelal zonder te weten waarom of waartoe; zij zingen om de vreugde van het zingen, of uit nood, omdat zij niet zwijgen kunnen. De zangerige wartaal van het kind en de bebloemde verbeeldingen van den dichter zijn zoozeer verwant, dat bepaalde dichters \u2013 denk aan Engelman<sup>(19)<\/sup> \u2013 niets dan klanrijken onzin babbelen, net als de kleuters!<br \/>\nJa, de dichter heeft veel van het kind. Voor beiden is het leven niet veel meer dan een schoon spel, waarin zij met onnadenkende overgave opgaan, om zich op den duur deerlijk aan de naakte en hoekige werkelijkheid te kneuzen.<br \/>\n______________________________________________________________<\/p>\n<p>(<em>Vervolg uitgetikte manuscript)<\/em><\/p>\n<p>Voor het kind is het leven een schoon spel waarin het met onnadenkende overgave in opgaat. Het kind schept een eigen wereld, een droomwereld die het voor werkelijkheid neemt, niet zoveel wijl het buiten, de dingen leeft, doch wijl hij in het bestaande iets geheel anders dan het gewone ontdekt. Het leeft nog altijd in de eerste wonderrijke dagen der wereld. Het bezit het koperen lampje dat alles in goud veranderen kan. Het lampje omtovert gans het huis. Lange gangen worden kloosterpanden; de ruime schemerende zolder wordt een kerk, de verwilderde tuin een oerwoud. Het kind ziet in een bouwvallige hut een marmeren paleis; een rijshout wordt de toverroede waarmede het sprookjeswezens oproept.<br \/>\nEn opgroeiend bewaart het dit vermogen. De jongeling doet krachtens zijn wezen als de Araabse wichelaar die meent de stormwinden te kunnen keren met een pluim. Hij strijdt voor een<br \/>\n<strong>(7)<\/strong> \u201cbetere\u201d wereld, voor een \u201cnieuw\u201d bestaan; hij ziet de werkelijkheid anders, schoner dan zij is, en leeft in ene verte van droom en wens: het ideaal, het avontuur heeft de tovertuinen der kindsheid vervangen. Wassende krachten rukken hem uit lijdzame beschouwing en dwingen hem tot strijdhaftigheid. Ook het meisje ondergaat dezen drang, geheel anders geaard dan de jongen, gaat zij geheel in het alles-beheersend denkbeeld van het moederschap op \u2013 ten minste als een verworden maatschappij haar zuivere kern niet heeft aangetast en van haar bestemmingen heeft afgewend. De jonge man is van nature een strijder; maar beiden, jongen \u00e8n meisje, worden gedreven door de tovermacht van het kind in \u00e9enzelfden drang om het leven argeloos een na\u00efef te beleven.<br \/>\n______________________________________________________________<br \/>\n(<em>hier vervolg Eerste Brief in het handschrift, maar weggelaten in uitgetikte manuscript, zie onder de afsluiting)<\/em><br \/>\n______________________________________________________________<\/p>\n<p>Lieve Patricia, ik wil eindigen. Hier ligt uw brief. Hij zegt niets over koetjes en kalfje, dat ligt niet in mijn aard. Hij is wat lang uitgevallen \u2013 doch zoveel wou nog uit mijn pen. Dat is voor later, wellicht. Da-ag!<br \/>\nOnkel Theo<br \/>\n______________________________________________________________<\/p>\n<p><em>(Vervolg Eerste Brief in het handschrift, niet opgenomen in uitgetikte versie \u2013 bemerk oudere spelling-. De cijfers tussen haakjes verwijzen naar de geschreven bladzijden, de kleine cijfers -superscript- tussen haakjes verwijzen naar de noten onderaan)<\/em><\/p>\n<p>Doet de dichter iets anders? De dichter van \u201cTer Waarheid\u201d <sup>(13)<\/sup> zegde het onomwonden: \u201co zanger, echt en trouw gelijk een kind\u201d\u2026 Wel zijn er dichters \u00e9n dichters. Sommigen onder hen, zooals alle waarachtige kinderen, vermeien zich in een wereld die zij zelf optooveren, een levensvreemd natuurpark van hinden en kristallen; er zijn er die levenlang niets anders doen dan tranen storten \u2013 ook weer \u00e9chte kinderen! \u2013 om wat hen onbereikbaar kwelt: hen blijft de tegenstelling tusschen droom en werkelijkheid pijnigen tot den dood\u2026 Anderen, en tot deze laatste behoor ik zelf, Lieve, worden gedreven door den dwazen drang der jeugd om iets van hun droomboodschap tot werkelijkheid te smeden. Deze zangers dragen niet minder den doem van hun hart, zijn evenveel \u201cmensch\u201d als gelijk wie, doch staan met he\u00e9l hun hart in den vollen drijf van het bestaan. Zij zijn het voor dewelke \/ (p12) \/ de bezielde dichteres en strijdende vrouwe Henriette Roland-Holst getuigde: \u201cOns hart is ingescheept op \u2019t wereldwoelen, Haar stormen en haar stilten doen ons aan; Haar branding breekt op ons, en wij gevoelen Haar rillingen door onze diepten gaan\u2026\u201d<sup>(14)<br \/>\n<\/sup>\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 De dichtkunst, die, benevens het persoonlijk wel en wee van den dichter, ook den weerslag in zijn wezen in gebeurtenissen rondom hem, zoowel in de volksgemeenschap als in het wereldgebeuren van zijn tijd en van alle tijden verwoordt, heb ik, nadat de uitdrukking \u201cvoksch\u201d zoo verwarrend werd verklaard, in de jongste jaren als \u201ctotaal\u201d gekenmerkt. Dit woord drukt volledig mijn gedachte uit. En den dichter lijkt mij een volkomen gestalte \u2013 en ik schrijf waarachtig niet voor de eerste keer deze overtuiging neer! \u2013 die door het eigenlijk menschelijk beleven ja, doch ook door ontroeringen als gemeenschapsmensch, en, ruimer nog, door het \u201cwereldwoelen\u201d zelf wordt aangegrepen en tot zingen genoopt.<br \/>\nIk werd, van mijn eersten verzenbundel af, omwille van deze stelling \u2013 die vanzelfsprekend en natuurlijk is \u2013 uit de heimelijke schietgaten van veel Ivoren Torens overvallen. Zij hadden het op mijn hart gemunt. Ik was, gelukkig, tegen het gift van hun pijlen met staal gepantserd: ik hield mijn scheppingsvreugde gaaf. In het hart dat zij vruchteloos probeerden te treffen droeg ik de liefde die sterker is dan de ontgoocheling, sterker dan alle nood, sterker dan haat. Ik had de liefde die rijker wordt naarmate zij geeft \u2013 en ik werd steeds rijker.<br \/>\nIk was eenzaam, maar in mij zong het woord van andere eenzamen, uitspraken die als diep-orgelende klokken levend in mij bleven natrillen\u2026 \u201cPoets are the trumpets that sing to battle\u2026 Poets are the unacknowledged legislators of the world\u2026\u201d<sup>(15)<\/sup>. Klinkt zij niet heerlijk overmoedig deze opgetogen belijdenis van den jeugdigen dichter en wereldhervormer Percy Byshhe Shelley? Zij was mij uit het hart gegrepen.<br \/>\n\/p13\/ Ik heb mij altijd verwant gevoeld met de jeugdigen krachten der aarde, met de verre jeugd der wereld, den voortijd, met de jeugd der menschheid, met de jeugd van onze stam, met de jeugd als dusdanig. De leidspreuk van mijn eerste verzen was een spreuk van Tagore: \u201cAll the youth of land and water smokes like an incense in my heart\u201d<sup>(16)<\/sup>. In de volgende uitgaven is zij weggevallen, maar het deerde niet: zij was leven van mijn leven.<br \/>\nIs deze geaardheid een gevolg van geboorte of van de opvoeding? Wellicht heeft het \u00e9\u00e9n en het ander zijn belang; en onnaspeurbaar zijn de invloeden die den mensch maken tot persoonlijkheid. Vast staat dat ik als jongeling vooraan stond in den strijd voor de verheffing van ons volk, en dat ik mij, zonder iets te bedingen (\u201cdat ware klein en laf\u201d) <sup>(17)<\/sup> in volle gewoel had geworpen gedragen en gedreven door de hooggestemde liefde tot eigen aard en zede, die het beste en het grootste voor ons volk nog te gering acht. Ik heb in mijn jeugd veel voor de jeugd geijverd, ik heb haar mijn schoonste krachten gewijd, zoo onder \u2019t schooljaar als onder \u2019t verlof, en het heeft mij nooit berouwd. Jeugd loutert en straalt dien zij vereert en ten allen tijde heb ik op de genegenheid van jonge mensen kunnen rekenen. Gelukkig de mensch die door de jeugd op het schild word gezet: zij vereert alleen haarsgelijken. Voor mijzelf en voor mijn werk was deze gemeenschap een klare bron van immer vernieuwde scheppingsvreugde.<br \/>\nHoe heb ik voor deze vreugde moeten boeten!&#8230; Het heeft mij niet verrast, niet eens verwonderd: dat is het lot van alle voorloopers, van elken verkondiger dien het lot van zijn medemenschen beweegt. Men heeft altijd ongelijk uit louter liefde het leed van anderen ter harte te nemen: de massa is als de hond die bijt wie hem streelt. En niet alleen de massa. De ontwortelden, de zelfgenoegzamen, de kleinmoedigen, de giftigen, kunnen het krachtens hun beginselen niet gedoogen dat een dichter schrijft: \u201cMijn volk, uw lijden heeft mijn hart \/(p.14)\/ bewogen\u201d<sup>(18)<\/sup>.<br \/>\nMaar hij die deze belijdenis neerschreef, werd om die liefde z\u00f3o bejegend door hen aan dewelken hij zijn hart gaf, dat hij staat als \u00e9\u00e9n die geen weg meer weet, wiens stem verloren klinkt als een vraag waarop niemand antwoordt. Dit is voor den dichter den grootsten ramp: te beseffen dat de liederen die hij in vervoering zong, verklinken als over een barre land, en in geen enkel hart nog weerklank vinden.<br \/>\nWel weet ik dat dit noodlot zich over mij niet, nog niet, heeft voltrokken. Mijn werk, als de ongeboren oogst, leeft onder de winteraarde. Maar door de tralies van een cel tuur ik naar buiten en ik zie een wereld die voor mijn oogen\u00a0 verschemert en vergaat tot duisternis, en ik hoor een benauwende stilte die mij heimelijk besluipt, mij levenden doode in een grafkelder waar het daglicht nauwelijks in doordringt.<br \/>\nEn ik zie uw pril gelaat, Lieve Patricia, dat mij stil en begrijpend toelacht, en ik schrijf. Gij met de oogen en de ziel van het kind, verstaat den dichter: wij zijn, nietwaar?, verwant\u2026<br \/>\nLuistert gij?<\/p>\n<p><strong>Annotaties bij de Eerste Brief<\/strong><\/p>\n<p><sup>(1)<\/sup> Wordsworth: &#8220;<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/William_Wordsworth\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">William Wordsworth<\/a> (Cockermouth, 7 april 1770 \u2013 Ambleside, 23 april 1850) was een Engels romantisch dichter.&#8221;<br \/>\nHet citaat &#8220;the child is father of the man&#8221; komt uit zijn gedicht &#8220;<a href=\"https:\/\/en.wikipedia.org\/wiki\/My_Heart_Leaps_Up\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">My Heart Leaps up<\/a>&#8221; (ook gekend als &#8220;The Rainbow&#8221;) uit 1802:<\/p>\n<p><em>My heart leaps up when I behold<\/em><br \/>\n<em>A rainbow in the sky:<\/em><br \/>\n<em>So was it when my life began;<\/em><br \/>\n<em>So is it now I am a man;<\/em><br \/>\n<em>So be it when I shall grow old,<\/em><br \/>\n<em>Or let me die!<\/em><br \/>\n<em><span style=\"color: #0000ff;\">The Child is father of the Man<\/span>;<\/em><br \/>\n<em>And I could wish my days to be<\/em><br \/>\n<em>Bound each to each by natural piety.<\/em><\/p>\n<p><sup>(2)<\/sup> Toorop: &#8220;<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Jan_Toorop\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Johannes Theodorus (Jan) Toorop<\/a>, ook: Jean Theodor Toorop, (Poerworedjo (Nederlands-Indi\u00eb), 20 december 1858 \u2013 Den Haag, 3 maart 1928) was een van de belangrijkste Nederlandse beeldend kunstenaars uit de periode 1880-1910. Aanvankelijk schilderde hij in impressionistische stijl, maar via het pointillisme ontwikkelde hij zich tot symbolistisch schilder.&#8221;<\/p>\n<p><sup>(3)<\/sup> bekkenelen: doodshoofd, hersenpan<br \/>\n&#8220;<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Kruisdraging_(schilderij)\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Kruisdraging&#8221; van Jeroen Bosch<\/a> (ca 1450-1516):<\/p>\n<p><img decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-900\" src=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Hieronymus_Bosch_055-300x275.jpg\" alt=\"\" width=\"300\" height=\"275\" srcset=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Hieronymus_Bosch_055-300x275.jpg 300w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Hieronymus_Bosch_055-768x704.jpg 768w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Hieronymus_Bosch_055-1024x939.jpg 1024w, https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Hieronymus_Bosch_055.jpg 2048w\" sizes=\"(max-width: 300px) 100vw, 300px\" \/><\/p>\n<p><sup>(4)<\/sup> \u201celles se font oublier\u2026\u201d:<\/p>\n<p><sup>(5)<\/sup> toverkuid: bv zoals in \u201c<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Karel_ende_Elegast\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Karel ende Elegast<\/a>\u201d een voor-hoofs ridderverhaal uit de 13de eeuw. Elegast eet van een kruid en verstaat dan wat &#8220;hanen kraaien en honden blaffen&#8221;:<\/p>\n<p><em>&#8220;Elegast conste behendichede.<\/em><br \/>\n<em>Die hi proefde ter menigher stede<\/em><br \/>\n<em>Die was minlic ende mate.<\/em><br \/>\n<em>Hi trac <span style=\"color: #0000ff;\">een cruyt<\/span> uut eenen vate<\/em><br \/>\n<em>Ende deet binnen sinen monde<\/em><br \/>\n<em>Die sulc een hadde hi verstonde<\/em><br \/>\n<em>Wat hanen craeyen ende honden bilen<\/em><br \/>\n<em>Doen verstont hi ter wilen<\/em><br \/>\n<em>An enen hane an enen hont.&#8221; (r.760-767)<\/em><\/p>\n<p><sup>(6)<\/sup> \u201cde ziele luistert\u201d: gedicht van Guido Gezelle:<\/p>\n<p><em>&#8220;<span style=\"color: #0000ff;\">Als de ziele luistert<\/span><\/em><br \/>\n<em><span style=\"color: #0000ff;\">spreekt het al een taal dat leeft<\/span>,<\/em><br \/>\n<em>&#8217;t lijzigste gefluister<\/em><br \/>\n<em>ook een taal en teken heeft:<\/em><br \/>\n<em>blaren van de bomen<\/em><br \/>\n<em>kouten met malkaar gezwind,<\/em><br \/>\n<em>baren in de stromen<\/em><br \/>\n<em>klappen luide en welgezind,<\/em><br \/>\n<em>wind en wee en wolken,<\/em><br \/>\n<em>wegelen van Gods heiligen voet,<\/em><br \/>\n<em>talen en vertolken<\/em><br \/>\n<em>&#8217;t diep gedoken Woord zo zoet&#8230;<\/em><br \/>\n<em>als de ziele luistert!&#8221;<\/em><\/p>\n<p><sup>(7)<\/sup> amethyst, topaas, lazuur, agaat: edelstenen<\/p>\n<p><sup>(8)<\/sup> <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Pieter_Bruegel_de_Oude\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Brueghel de Oude<\/a>: Brabants kunstschilder, 16de eeuw,<\/p>\n<p><sup>(9)<\/sup> \u201cdieper dan alle ding\u201d: waarschijnlijk een Bijbelse verwijzing, bv &#8220;Want de Geest Gods doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods&#8221;(1 Corinthi\u00ebrs 3:10).<\/p>\n<p><sup>(10)<\/sup> <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Franz_Liszt\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Franz Liszt<\/a>\u00a0<sup>(11)<\/sup> Mozart: beide musici waren al op zeer jonge leeftijd muzikaal begaafd: Liszt gaf reeds op 9-jarige leeftijd zijn eerste concert, <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Wolfgang_Amadeus_Mozart\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Mozart<\/a> speelde op 3-jarige leeftijd al maatvast piano.<\/p>\n<p><sup>(12)<\/sup> \u201c<a href=\"https:\/\/de.wikipedia.org\/wiki\/Ohne_Sonne\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Zonder Zon\u201d, Moessorgsky<\/a>: Uit de (melancholische) zangen cyclus &#8220;Zonder Zon&#8221;, op tekst van de dichter <a href=\"https:\/\/en.wikipedia.org\/wiki\/Arseny_Golenishchev-Kutuzov\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Arseny Golenishchev-Kutuzov<\/a>. Eerste lied &#8220;Binnen vier muren&#8221;<\/p>\n<p>&#8220;My little room is tiny, peaceful, welcoming,<br \/>\nThe shadows are impenetrable and unanswering,<br \/>\nMy thoughts are deep and my song is melancholy,<br \/>\nYet in my beating heart hope lies hidden.<br \/>\nThe moments fly swiftly by, one by one,<br \/>\nWhile my eyes are fixed on distant happiness;<br \/>\nFull of doubts, I wait patiently,<br \/>\nThus it is, this night, my night of loneliness.&#8221;<\/p>\n<p><iframe title=\"Mussorgsky: Sunless - 1. Within four walls\" width=\"525\" height=\"394\" src=\"https:\/\/www.youtube.com\/embed\/SH2Ntwtv7Wk?feature=oembed\" frameborder=\"0\" allow=\"accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share\" referrerpolicy=\"strict-origin-when-cross-origin\" allowfullscreen><\/iframe><\/p>\n<p>(zie ook een andere cyclus: <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/De_kinderkamer\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">De kinderkamer: liederencyclus<\/a> &#8211; alle liedteksten in Engelse vertaling <a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2020\/11\/Mussorgsky-Sunless.pdf\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"><span style=\"color: #0000ff;\">hier<\/span><\/a>)<\/p>\n<p><sup>(13)<\/sup> <a href=\"http:\/\/cf.hum.uva.nl\/dsp\/ljc\/rodenbach\/waarheid.htm\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">\u201cTer Waarheid\u201d: gedicht van Albrecht Rodenbach, 1877, laatste regel<\/a><\/p>\n<p><em>\u201c(\u2026) Geen valsche zuchten en geen valsche tranen,<\/em><br \/>\n<em>geen mom op &#8217;t aangezicht des noordschen Zangers,<\/em><br \/>\n<em>geen nietig speeltuig van uw ziel gemaakt<\/em><br \/>\n<em>dat lacht of jankt naar men de wrange draait;<\/em><br \/>\n<em>maar, lijk gij &#8217;t leven in u leven voelt<\/em><br \/>\n<em>en rond u, dwing het in uw lied te leven,<\/em><br \/>\n<em><span style=\"color: #0000ff;\">o Zanger, echt en trouw gelijk een kind<\/span>.\u201d<\/em><br \/>\n<sup><br \/>\n(14)<\/sup><span style=\"font-size: 1rem;\"> uit een gedicht van <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Henriette_Roland_Holst\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Henriette Roland-Holst<\/a> (1869-1952)\u00a0<\/span><\/p>\n<p><em>\u201eWant er is altijd iets, waarvoor wij vrezen.<\/em><br \/>\n<em>Wij zijn als vrouwen van vissers op zee,<\/em><br \/>\n<em>Die dag aan dag water en winden lezen:<\/em><br \/>\n<em>Hun hele bezit deint op de golven mee!<\/em><br \/>\n<span style=\"color: #0000ff;\"><em>Ons hart is ingescheept op het wereldwoelen;<\/em><\/span><br \/>\n<span style=\"color: #0000ff;\"><em>Haar stormen en haar stilte doen ons aan,<\/em><\/span><br \/>\n<span style=\"color: #0000ff;\"><em>Haar branding breekt op ons en wij gevoelen<\/em><\/span><br \/>\n<em><span style=\"color: #0000ff;\">Haar rillingen door onze diepten gaan<\/span>.&#8221;<\/em><\/p>\n<p><sup>(15)<\/sup> \u201cPoets are the trumpets that sing to battle\u201d: &#8220;<a href=\"https:\/\/en.wikipedia.org\/wiki\/A_Defence_of_Poetry\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">A Defence of Poetry<\/a>&#8221; is an essay by the English poet Percy Bysshe Shelley, written in 1821 and first published posthumously in 1840 in Essays, Letters from Abroad, Translations and Fragments by Edward Moxon in London. It contains Shelley&#8217;s famous claim that &#8220;poets are the unacknowledged legislators of the world&#8221;.<\/p>\n<p><em>\u201cPoets are the hierophants of an unapprehended inspiration; the mirrors of the gigantic shadows which futurity casts upon the present; the words which express what they understand not; <span style=\"color: #0000ff;\">the trumpets which sing to battle,<\/span> and feel not what they inspire; the influence which is moved not, but moves. Poets are the unacknowledged legislators of the world.\u201d<\/em><\/p>\n<p><sup>(16)<\/sup> \u201cAll the youth of land\u2026\u201d: Rabindranath Tagore, 1916, \u201cFruit-Gathering\u201dLXXXII, I : (zie &#8220;<a href=\"https:\/\/tagoreweb.in\/Verses\/fruit-gethering-193\/i-feel-that-all-the-3009\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Fruitgathering<\/a>&#8220;)<\/p>\n<p><em>\u201cI feel that all the stars shine in me. The world breaks into my life like a flood. The flowers blossom in my body. <span style=\"color: #0000ff;\">All the youthfulness of land and water smokes like an incense in my heart<\/span>; and the breath of all things plays on my thoughts as on a flute\u201d<\/em><\/p>\n<p><sup>(17)<\/sup> \u201cdat ware klein en laf\u201d Henriette Roland-Holst:<\/p>\n<p><em>\u201eHet weten verloor ik nimmer,<\/em><br \/>\n<em>Dat Gij mensheid komt maken<\/em><br \/>\n<em>Zuiver, zacht en blij,<\/em><br \/>\n<em>En nimmer willigheid verloor ik,<\/em><br \/>\n<em>Als het moet zijn daarvoor te lijden,<\/em><br \/>\n<em>Alles, ook deze pijn&#8230;<\/em><br \/>\n<em>Kunt Ge alleen worden doordat wij vergaan,<\/em><br \/>\n<em>Dan komt het op geen verbruikte harten aan.<\/em><br \/>\n<em>Kunt Ge alleen bloeien zo ons hart verdort,<\/em><br \/>\n<em>En groeien wanneer het verbrijzeld wordt?<\/em><br \/>\n<em>Dan weet Ge immers, dat ik mijn hart gaf<\/em><br \/>\n<em>En niets bedong, <span style=\"color: #0000ff;\">want dat ware klein en laf<\/span>.<\/em><br \/>\n<em>Zo bid ik nimmer, dat Ge mijn hart spaart,<\/em><br \/>\n<em>Want op de andere schaal zweeft het geluk der aard.<\/em><br \/>\n<em>Hoeveel duizend harten daarvoor ook nodig zijn<\/em><br \/>\n<em>Gij moogt ze nemen en de prijs blijft klein.<\/em><br \/>\n<em>De prijs blijft klein voor het mensengeluk,<\/em><br \/>\n<em>Al gaan duizend maal duizend harten stuk.<\/em><\/p>\n<p>(ps: bovenstaande verzen komen uit haar<a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Henriette_Roland_Holst#Socialisme\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\"> \u201csocialistisch\/communistische\u201d periode<\/a><\/p>\n<p><sup>(18)<\/sup> \u201cMijn volk\u2026\u201d uit het gedicht \u201cMijn volk wordt groot\u201d, 1941, \u201cHeervaart\u201d, F. Vercnocke:<\/p>\n<p><em><span style=\"color: #0000ff;\">Mijn volk, uw lijden heeft mijn hart bewogen<\/span>,<\/em><br \/>\n<em>ik zie uw luister in uw leed vergaan;<\/em><br \/>\n<em>doch gij blijft immer roemvol in mijn oogen:<\/em><br \/>\n<em>gij zijt mijn moeder en mijn naam.<\/em><\/p>\n<p><em>Keerzang<\/em><\/p>\n<p><em>Mijn volk wordt groot, ik zal zijn roem beleven,<\/em><br \/>\n<em>ik zie de vanen op de torens slaan.<\/em><br \/>\n<em>Mijn volk wordt groot, \u2019t staat in mijn hart geschreven<\/em><br \/>\n<em>ik zie de toekomst aan de kimmen staan.<\/em><\/p>\n<p><em>Gij werd verraden door wie eens U minden,<\/em><br \/>\n<em>nu slaan uw kindren aan elkaar de hand;<\/em><br \/>\n<em>toch zal de broeder weer den broeder vinden,<\/em><br \/>\n<em>in \u2019t volk vereenigd, stand bij stand.<\/em><\/p>\n<p><em>Gij blijft geen dienaar, gij een volk van heeren,<\/em><br \/>\n<em>gij kind van edel, Dietsche voorgeslacht.<\/em><br \/>\n<em>Uw tijd is nakend, volk gij zult regeeren,<\/em><br \/>\n<em>uw zonen grijpen naar de macht.<\/em><\/p>\n<p><sup>(19)<\/sup>\u00a0Engelman: De Nederlandse dichter <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Jan_Engelman\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer nofollow\">Jan Engelman<\/a> (1900-1972).<\/p>\n<p>Waarschijnlijk wordt hier verwezen naar gedichten uit &#8220;De Tuin van Eros&#8221; (1932) zoals &#8220;En Rade&#8221;:<\/p>\n<p><em>&#8220;groen is de gong<\/em><br \/>\n<em>groen is de watergong<\/em><br \/>\n<em>waterwee, watergong<\/em><br \/>\n<em>groen is de gong van de zee<\/em><br \/>\n<em>Sulina, Bra\u00efla<\/em><br \/>\n<em>Sulina, Brest<\/em><br \/>\n<em>Sulina, Singapore<\/em><br \/>\n<em>achter de vest<\/em><br \/>\n<em>stem die mijn slaap doorzong<\/em><br \/>\n<em>waterklok, watertong<\/em><br \/>\n<em>koperen long van de ree<\/em><br \/>\n<em>Sulina, Bra\u00efla<\/em><br \/>\n<em>Sulina, Brest<\/em><br \/>\n<em>Sulina, Senegal<\/em><br \/>\n<em>wijd van het nest&#8221;<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voor een inleiding over en de betekenis van deze brieven zie de algemene pagina &#8220;Brieven aan een kind&#8220;. Opmerking: superscript verwijst naar de annotaties onderaan de brief, de cijfers tussen haakjes verwijzen naar de opeenvolgende pagina&#8217;s in het uitgetikte manuscript. In de handgeschreven versie (zie voorbeeld) ontbreekt de eerste paragraaf. Voorbeeld blz. 1 handgeschreven: &nbsp; &hellip; <\/p>\n<p class=\"link-more\"><a href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;Eerste Brief&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":851,"parent":842,"menu_order":98,"comment_status":"open","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-848","page","type-page","status-publish","has-post-thumbnail","hentry"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v28.2 - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-wordpress\/ -->\n<title>Eerste Brief - Raratonga<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Eerste &quot;Brief aan een kind&quot; - 1948 (gevangenis Merksplas)\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"De schrijver ( Nand) richt zich hierin tot een kind, Patricia, met de bedoeling haar enkele levenswijsheden mee te geven.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Raratonga\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2024-01-16T20:11:58+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:width\" content=\"2031\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:height\" content=\"1591\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:type\" content=\"image\/jpeg\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"26 minuten\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/\",\"name\":\"Eerste Brief - Raratonga\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/09\\\/Kind_0002a.jpg\",\"datePublished\":\"2018-09-19T15:55:28+00:00\",\"dateModified\":\"2024-01-16T20:11:58+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/09\\\/Kind_0002a.jpg\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2018\\\/09\\\/Kind_0002a.jpg\",\"width\":2031,\"height\":1591},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/eerste-brief\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Voorgeschiedenis\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Nand &#8211; Bio\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":4,\"name\":\"1944-1949 Gevangenschap, interneringscentra en processen\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":5,\"name\":\"1947-1949 Gevangenistijdschriften &#8220;Het Klein Kasteel&#8221; en &#8220;Opbouw&#8221;\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":6,\"name\":\"&#8220;Patricia: Brieven aan een kind&#8221;\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/voorgeschiedenis\\\/nand\\\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\\\/gevangenistijdschriften\\\/1948-brieven-aan-een-kind\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":7,\"name\":\"Eerste Brief\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/\",\"name\":\"Raratonga\",\"description\":\"Biografie van een liefde\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/www.antillia.be\\\/blog\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-NL\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Eerste Brief - Raratonga","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"Eerste \"Brief aan een kind\" - 1948 (gevangenis Merksplas)","og_description":"De schrijver ( Nand) richt zich hierin tot een kind, Patricia, met de bedoeling haar enkele levenswijsheden mee te geven.","og_url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/","og_site_name":"Raratonga","article_modified_time":"2024-01-16T20:11:58+00:00","og_image":[{"width":2031,"height":1591,"url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg","type":"image\/jpeg"}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschatte leestijd":"26 minuten"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/","name":"Eerste Brief - Raratonga","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg","datePublished":"2018-09-19T15:55:28+00:00","dateModified":"2024-01-16T20:11:58+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg","contentUrl":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Kind_0002a.jpg","width":2031,"height":1591},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/eerste-brief\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Voorgeschiedenis","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Nand &#8211; Bio","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"1944-1949 Gevangenschap, interneringscentra en processen","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/"},{"@type":"ListItem","position":5,"name":"1947-1949 Gevangenistijdschriften &#8220;Het Klein Kasteel&#8221; en &#8220;Opbouw&#8221;","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/"},{"@type":"ListItem","position":6,"name":"&#8220;Patricia: Brieven aan een kind&#8221;","item":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/voorgeschiedenis\/nand\/1944-1949-chronologie-gevangenschap-locaties-en-processen\/gevangenistijdschriften\/1948-brieven-aan-een-kind\/"},{"@type":"ListItem","position":7,"name":"Eerste Brief"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/#website","url":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/","name":"Raratonga","description":"Biografie van een liefde","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"}]}},"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/PbQXZk-dG","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_likes_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/848","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=848"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/848\/revisions"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/842"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media\/851"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.antillia.be\/blog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=848"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}