Vrijdag 11 augustus Nand 4de brief

4de brief

Gistel, den 11.8.50
Kl. Warande 22

Beste Simone,
Een vreemde gemoedsopwelling dreef mij ertoe je brief niet onmiddellijk te openen. Ik stond buiten aan ’t hekken toen de bode hem bracht, en schoof de witte enveloppe in mijn binnenzak (aan mijn hart, hm!). Ongeopend weggeborgen als een schoon geheim, met lettertekens waarin zoet leven trilt, heb ik hem welbewust laten zitten en rondgedragen, en eerst in een ingetogen ogenblik heb ik de zegels verbroken. En zie – wat ik in openlucht niet zou hebben bemerkt – uit het opengevouwen papier steeg een aroom op als uit de rozentuinen van Ispahan… (1) een geur die mijn studio (2) met een aanwezigheid bevolkte, zo werkelijk en toch onwezenlijk. Zoete pijn van een parfum dat mij sinds dien nacht vervolgt en met zijn beminnelijke opdringerigheid bedwelmt!
Ik ben deze namiddag op mijn fiets gesprongen en heb mijn geliefkoosden rit naar de duinen gemaakt. (3) Ik ben n.l. ook een zonaanbidder, en loop gaarne met mijn worstelaarsromp in de zon… Het gebeurt echter nog zelden, daar ik te ver van het water afwoon. Het zijn fijne uren bij duinen en zee! Maar vandaag voelde ik rondom mij een onbehaaglijk tekort, een gemis. “Was zij maar hier…” zong het in mij. En de zee die mijn hart begrijpt zong ook: “was zij maar hier…”
Het is zoals je schrijft: de felle aandoeningen van de jongste jaren maakten ons gemoed al te ontvankelijk voor pijn en ontgoocheling. (3) Je vraagt mij of ik het vreemd vind dat je weemoed je niet verlaat? Vreemd zou ik het vinden ware het andersom. Jij, een dichteres, leeft dieper dan de anderen – acht jezelf gelukkig dat het maar een “zomeke” is.
Beklaag hen wie het haren kleed der totale eenzaamheid de huid en het hart vervreet, die te midden van drukte en vertier koud en vreugdeloos blijven, die weten, pijnlijk-helder, dat al wat begint een einde hebben moet, en beseffen, hoe ze ook meelachen en zingen, dat alles op den duur bitter smaakt omdat de smart onontkoombaar is en nutteloos. Hoe zou ik het vreemd vinden dat weemoed je overal vergezelt? Wie wezenlijk diep leeft kan dit gezelschap niet ontgaan. Hem vreet, gelijk bij Prometheus, een arend de lever op. (4) Maar den sterken is het gegeven om den barsen snavel te lachen, en trots hun smart, ja dank zij hun smart te groeien. Smart maakt elke vreugde heviger en rijker – uit smart schept de kunstenaar louter vreugde. (Beethoven!) (5)  En zo geleefd (daar zijn wij het eens) is leven schoon.
Het leven is een verbazend en huiveringwekkend wonder, en boeit uitermate. Een blik, een woord kan ons ineens de bodemloosheid van de ons omringende raadselen en het raadsel in onszelf doen aanvoelen, en zo vervoeren dat elke gereedgemaakte waarheid er armelijk en beklagenswaardig tegen afsteekt. Doch zulks te doorgronden is een genade waaraan weinigen deelachtig zijn..?. Zondag j.l.  (6) met jou gelaat zo dicht en vreemd tegen het mijne was het mij gegeven dit te beleven – en het werd tot een vers dat je hierbij vindt.
Ik moet je nog wat zeggen over je sonnet. Er steekt wel lyrische adem in, en het wint aan beweging en vaart naar het einde toe; het woordje “onuitgesproken” staat er treffend op zijn plaats. Wat mij vooral bekoorde en… ontroerde was het “beschroomd” gebaar waarmee het werd geschonken, en waarvoor ik slechts één antwoord ken, dat niet per brief kan worden verstuurd!
Wanneer zien wij elkaar weer? Brussel ligt zover van Gistel! Ben je vrij in de week, of alleen de zondag? Kan je alléén weg? Een rustige namiddag in Brugge, ver van alle drukte, bij Memling bv. ware niet slecht. Wat denk je ervan? Of ergens in een keurige dansgelegenheid? Vroeger was de Kursaal in Oostende voortreffelijk: nu is er niets meer. Is jou Knokke bekend? In Oost-Duinkerke wordt eerlang nog een feestje in ’t vooruitzicht gesteld. (7) Laat mij eens weten wat je het liefst hebt.
Met genegen groet, je
Nand

Nacht aan de Leie

Topazen maan, de bomen,
en boven ons de nacht;
‘k omvat uw hoofd met schromen:
uw wang is warm en zacht.

Diep-duistre stilte nadert,
omwindt ons lauw en loom;
beneden in ’t gebladert
glimt maan in tragen schroom.

En heel ons duister wezen
fluistert een heimlijk woord,
gelijk een bloem gerezen
aan donkren waterboord.

Waatren langs de bomen,
uw diep is stil en zwart,
maar zwarter dan uw stromen,
en dieper, is dit hart.

En aan zijn grond ontloken
bloeit stil een bloesem klaar:
een woord onuitgesproken,
een schoon en schuw gebaar.

Laten wij na dit lijden
weer aadmen, diep en zacht,
zalig-gedreven glijden
als waatren door den nacht.

Commentaar

(1) “de rozentuinen van Ispahan”: Isfahan, de tweede grootste stad van Iran (ook bekend door het gedicht “De Tuinman en de Dood“, van P.N. Van Eyck). Maar vooral bekend om zijn vele rozentuinen, met o.a. de “Rosa ‘Ispahan“.

(2) “mijn studio”: Nand schilderde al van jongsaf (autodidact), het was na zijn vrijlating de enige mogelijkheid om wat inkomen te verzamelen, vermits hem al zijn burgerrechten ontnomen waren door de rechtbank (proces dagblad “Volk en Staat“). Zijn studio, die hij ook gebruikte als atelier, bevond zich te Gistel in het ouderlijk huis waar hij inwoonde.

(3) zie opmerking 3 bij zijn (eerste) brief van 6 augustus.

(4) “Prometheus”: Griekse mythe, zie het verhaal hier

(5) “Beethoven”: een verwijzing naar diens “Ode an die Freude

(6) “Zondag j.l.”: Nand vergist zicht, de ontmoeting vond plaats op een zaterdag (5 augustus 1950), tenzij het al voorbij middernacht was toen…

(7) “In Oost-Duinkerke wordt eerlang nog een feestje in ’t vooruitzicht
gesteld”: Het tuinfeest van 5 augustus was georganiseerd door het Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond. Op de uitnodigingsbrief werd melding gemaakt van nog enkele feesten: “Verder is voorzien: Een gezellige bijeenkomst aan de kust te Oostduinkerke op Zondag 3 september a.s. In de wintermaanden zullen 3 diners ingericht worden, waar H.H. Lilar, oud-minister, Herman Vos, oud-minister en minister P.W. Segers zullen uitgenodigd worden hun standpunt inzake Amnestie te komen uiteenzetten”.

Albert Lilar: (liberaal) Minister van Justitie (o.a.  1946-1947, 1949-1950, 1954-1958 en 1960-1961)
Herman Vos: “Belgisch Vlaams-nationalistisch en socialistisch politicus.”
Paul-Willem Segers:  “Belgisch politicus. Hij was onder meer minister voor de CVP. Hij was ook een van de vooraanstaande leiders van de christelijke arbeidersbeweging in België.”