Dinsdag 3 oktober Nand 21ste brief

Gistel den 3.10.50

Liefste,
Het schoot mij gisteravond door de gedachte (ik was eventjes van je weg .. je zag er treurig uit, alleen in het wagentje .. ) dat ik, als ik je brief moest afwachten, je niet meer tegen de 5e (onze familieverjaardag) zou bereiken. Ik haalde dan maar mijn notaboekje voor den dag en schreef – ziehier wàt ..
Heb ik je al gezegd, Liefste mijn, dat ik een vreemde gewaarwording ondervind sedert ik jou ken? Het is mij dat ik jou op straat, en overal waar er gedrang is, meen te ontdekken en onwillekeurig uitkijk of jij het werkelijk niet bent .. Soms heb ik den indruk dat je mij, door de mensen heen, tegemoet komt, stralend en mededeelzaam, met een schone, vreemde vrouwelijkheid die mij deugd doet aan ’t hart. Zo leef je in mijn geest en bewustzijn dat jou beeld mij schier tastbaar nabij blijft, en inderdaad onder de gestalten rondom mij herleeft. In de jongste weken, nu wij dieper en dieper in elkaars eigen wereld doordringen, ervaar ik je, elk ogenblik, obsederend nabij – obsederend en pijnlijk terzelfdertijd, omdat ik weet dat wij door zoveel verte gescheiden zijn.
Wat woon ik niet te Brussel, zodat wij elkander niet telkens door een onwillige afstand voor dagen moeten kwellen! Ik troost mij met de gedachte dat het gescheiden zijn elk beleven een afstand verleent in den tijd; elk samenzijn wordt door zijn “voorbij-zijn” zelf, met een glans van louterende schoonheid overtogen en doorstraald, die het verlangen scherpt en maakt tot nieuwe kracht. Liefste, ik ben twee dagen met je samengeweest, en elk opgetogen ogenblik ben ik je innig dankbaar. Wat was het schoon op het gladde dansvloertje in de “Caroussel”(1) waar zelfs mijn voortijdelijk gewicht scheen op te zweven .. Geen drukte, stemmingen, voorname atmosfeer. Dat was een vorm van communie waarvan wij sedert 5 oogst van droomden .. (Waarom kunnen wij er den 5e oktober niet heen? Omdat een nijdig “Schiksal” (2) mij geen betrekking gunt. Er lag hier weer zo’n brief: ik ken al de formule van buiten: “veel vriendelijkheid, veel spijt..”) Wij hadden in alle geval een schone voorsmaak van onze huwelijksreis. Onbekommerd, onbezwaard, langs landse wegen, over de deinende heuvelen van jou geboortegrond, jou klare ogen en je zonnige lach aan mijn zijde, als was het maar voor een paar uurtjes .. het was een droom, een droom ..
Nu zit ik weer voor mijn vensterke .. “Onze” vulhaard heb ik zoeven aangemaakt, voor jou, want mijn liefste komt zaterdag .. Ik zal haar tegemoet reizen tot in Brugge: dat maakt voor haar den weg wat minder eenzaam. Ik zal op haar wachten zowat “omstreeks” het middaguur aan, vermoedelijk? (Heb je bemerkt, Liefste, dat ik deze zinnen al zingend heb neergeschreven? Zoals mijn zonnige verloofde wel eens doet?)
Ik zoen je op den mond voor den 5e

jeNand

P.S. 1) Ik vond hier een fijn doekje voor Mr. Claes. En behoorlijk ingelijst, zodat je geen kosten zult hebben. Moet ik het opsturen of neem je het zaterdag mee?
2). Ga deze week vroeg slapen!
3). Bedank je lieve moeder voor haar bezorgdheid – niettegenstaande zij het zo druk had. Ik hoop dat je mij zaterdag zult kunnen berichten dat vader heel wat beter is. Ik heb van hem geen afscheid kunnen nemen, groet jij hem dan voor mij, zoals jij dat alleen kunt.


(1) “Caroussel”:  waarschijnlijk is deze foto daar getrokken (het menuboekje  voor Sim op de tafel vermeldt “Cabaret Dancing”‘):

(2) “Schiksal”: noodlot

Dinsdagavond 3 oktober Sim 22ste brief

Dinsdagavond, 3e Oct 1950.

Geliefde Nand!
Langs de herfstlanen ben ik zoeven uit de drukke “Voedingssalon” (1) weergekeerd. Ik voel je nog in mij spreken en .. zwijgen. Ik beleef het wonder dat ik in het leven ontdek in dit stervend seizoen. Hoe heb je in jou geconcentreerd, alles wat ik ooit verlangde en elk nieuw verlangen dat me sedert onze ontmoeting overweldigt, verbaast en verrukt terzelfdertijd!
Jij leert me bewust te leven, ons leven: het eeuwige? Ik kan je niet schrijven wat ik je te zeggen heb. Meer dan een leven lang zal ik nodig hebben je te danken om de ontroering die me, om jou, nog zó hevig doorrilt. Ik wou het kunnen uitzingen … “en nimmer zal ik rusten meer totdat ik rust in jou”. Ik kon zó moeilijk van je weg gisteren. Leef ik nog volledig nu je weer heenging? Elk afscheid is een nieuwe pijn. Ik voel me eenzaam en toch zó verbonden. Ik ben er ook bewust van hoe een leven lang niet zal volstaan je te bewonderen, je te vereren als mijn eigen heilig bezit – is dat geen begrijpen Nand? – omdat ik in je werk mag staan, in je verzen leven mag, omdat je me waardig acht dit oneindige gebied te betreden, omdat ik je voel, je benaderen mag, omdat je zo heerlijk bestaat. Daarom mag ik jou “de Grote Architect” aanbidden en danken om elk gevoel ook dat in mij ontwaakt en heersend rijpt!
Jij bent de herfststorm, die me heeft losgerukt van de boom der hunkering, der eenzaamheid, der oppervlakkige aanhankelijkheid van het dwaalwoud heb je me neergehaald, voortgewenteld, een wilde kastanje ligt weerloos voor je voeten! Ik weet hoe je kunstenaarshand ze heeft opgenomen, ze heeft beroerd met een ontroering machtiger nog dan de herfststorm die ze had afgerukt.
Ik dank je om de aaneenschakeling der onwezenlijke momenten die ons waren, tijdens dit week-end..
Ik breng de “remloze” wagen naar de garage. Ik hoop dat zaterdag ons mild zal wezen. Ik moet rekening houden met vaders toestand (2). Hij schijnt lichtjes aan de beterhand. Ik hou zó innig veel van hem en hem te zien lijden, hem te zien hunkeren naar dit leven doet me pijn vooral op dit ogenblik. Het is hard zó lief te hebben.
Telefoneer me in elk geval vrijdagavond op. Dan weet ik bepaald of afreizen kan. Elkeen groet je innig van hier uit.
Groet je ouders zeer hartelijk van me!
Ik zoen je goēn nacht, Nand, en noem me van jou in deze herfstavond,

Jouw weerloos-wilde kastanje!


(1) “Voedingssalon“: Jaarlijkse beurs op de Heizel in Brussel. Sim was aanwezig als vertegenwoordigster van de firma waarvoor ze werkte “Van Loo-Biscuits & Chocolade.

(2) “vaders toestand”: Sims vader was al een tijdje verzwakt, waarschijnlijk ging het om een longontsteking. Hij zou overlijden op 9 oktober van dat jaar, slechts een tiental dagen na het huwelijk van Nand en Sim.

Donderdag 5 oktober Nand Prent met Gedicht “Wilde Kastanje”

(afbeelding: “Rogier van der Weyden (1399-1464): ‘Portret van een jonge vrouw’ (Berlijn) )

(Opmerking: deze prentkaart is een antwoord op Sims brief van 3 oktober)

Aan een wilde kastanje.

Ik vond U in het woud,
ik vond U in de dreven,
waar broze blaadren zweven
van oud en kostbaar goud.

Een vrijgeboren vrucht,
die kwistig in de lanen,
en langs beboste banen
gloeit onder lauwe lucht.

o Hartje rond en rood,
ik hield U in mijn handen,
een herfstlijke offerande,
een avondlijk kleinood.

Want gij zijt wild en boud,
gij groeit niet in de tuinen,
maar hoog in eedle kruinen
van oud en eenzaam hout.

En ‘k schonk, kastanje wild,
U, lauw van mijn beroering,
aan haar die met vervoering
zoet aan mijn zijde rilt.

Aan mijn liefste opdat
zij ten allen tijde  mijn
(1)  “weerloos-wilde kastanje”
zou blijven.
Nand.
(1) Haar brief van
10.3., onderaan.

Donderdag 5 oktober Nand Prent met gedicht “Boreling”

Prentkaart “Memling. La Vierge à la Pomme (1) / Gedicht

Boreling (Een kinderversje)

– Een moeder zingt –
Uw mondje is een klaproos rood,
uw krullen zijn als wol zo wit;
gij lacht uw éne tandje bloot,
o wat een lief gebit!

Mijn rode roos, mijn witte lam,
gij slaapt, ik dek U toe met schroom ..
gij balt uw roze vuistjes gram :
wat ziet gij in uw droom?

Ik wieg U zachtjes, wang aan wang,
uw koontjes zijn zo koel en fris ..
en ‘k hoede met mijn zoet gezang
U voor benauwenis.

Voor mijn Liefste
ter gelegenheid van 5 okt. 1950
Nand


(1) Memling: “The Diptych of Maarten van Nieuwenhove is a 1487 painting by Hans Memling, showing on the left side the Virgin and Child, and on the right side Maarten van Nieuwenhove. It is now kept in the Old St. John’s Hospital in Bruges. It is unsigned, but has invariably been attributed to Hans Memling since the middle of the 19th century”

 

Donderdagavond 12 oktober Sim 23ste brief

Donderdagavond, 12/10/50

Nand mijn!
De eerste twee werkdagen dezer week heb ik gisteren en vandaag moeten goedmaken met hard doorreizen! Ook dinsdag bleef ik de ganse tijd nog moeder helpen. Maandagavond gaf de dokter nog bitter weinig vooruitzichten en toch is vader merkelijk aan de beterhand. We verademen allen. We hebben een kwade nacht doorgemaakt. We ontwaken in dees zonnedagen.  Het is goed mekaar weer te vinden in de schemeravond bij vaders bed. Hij lacht ons weer toe en vraagt naar de dagelijkse loop der zaken. Hij spreekt me telkens over jou, Nand, . Ik vind het zalig-goed!
Ik wachtte ’n paar avonden op een telefoon: “Men vraagt U uit Gistel” in vervanging verraste mij  je “kastanjevers” (1) bij de mooie jonge vrouw die me vanavond tijdelijk gezelschap houdt. Ik dank je, kon je bij me zijn om te voelen te zien en te horen hoe gelukkig ik ben. Het spijt me dat ik zó weinig moedig voor je was maandag, ik heb je zó nodig, Nand .. Ik heb gevoeld hoe ik me aan jou vergroeid weet en dat geen enkele gevoelsgolf me nog beroeren kan zonder dat jij er ook deelachtig aan wordt.
Gisteren schreef ik je een paar woorden ergens op weg door de Kempen (Oostmalle – Zoersel) Ik kon je bijna voelen omdat de dag zó helleklaar en herfstelijk was. Ik denk steeds aan jou, intenser wanneer ik wat schoons te zien krijg, omdat ik weet hoe jij van schoonheid genieten kunt. Jij moet me later dikwijls vergezellen. Onze wandeling door het bos maandag voor je afreis bracht me een toekomstbeeld voor ogen…
Je schilderij is door Bert hier tot morgen ten toongehangen. (ik zal ze morgen plechtig afgeven bij de fam. Cl.!) Iedereen is opgetogen over je werk. Het maakt me fier en ontroerd en weer bereikt me een toekomstbeeld…
Dank je ouders nog zeer innig van me. Spijtig dat die week-ends te Gistel zó onnoemelijk snel verlopen!
Wanneer kan ik je verwachten zaterdag? Misschien kruist je brief weer dit schrijven. Ik kijk verlangend uit!
Lieve groeten aan nichtje Simone (2).
Ik weet je op dit ogenblik in je studio zitten bij de schemerlamp en de behaaglijke haard. Ik lees je vers traag voor me uit, zo leef je steeds in mij.
Je liefste


(1) “kastanjevers”: zie prentkaart van Nand van 5 oktober

(1) “nichtje Simone”: dochter van de zus van Nands moeder.