1934 Vroegste Dagboek 14 jaar

In het archief vond ik een schriftje met harde kaft dat het vroegste dagboek van Sim blijkt te zijn, getiteld “Kwastje”. Het vertelt in enkele bladzijden de geboorte van Kwastje, alias Sim , tot aan haar eerste communie, met aansluitende tekeningen over de grappige anekdotes.
Verder ook nog enkele potloodtekeningen (close-ups van gezichten) gedateerd op 1934, dus Sim was toen 14/15 jaar en zat op kostschool te Heverlee (Heilig Hart, Naamse Steenweg, Leuven).

Kaft van het schriftje:

Eerste pagina:

Opmerking: tekst overgetikt zoals geschreven, bv “Braband”. Naar Kwastje wordt op de twee eerste pagina’s in de mannelijke vorm verwezen.
Het is opvallend dat ook Nand (zij het op latere leeftijd) over zijn geboorte zal schrijven, zie de pagina “Over de drempel“.

Iste Hoofdstuk
Kwastje zag het levenslicht in een bescheiden dorpje van midden Braband. Van zoo-eerst het Babytje te vechten lag met zijn kleine oogjes tegen het felle licht, zag men in die kijkers iets schelmsch en kapoenachtig liggen, hetgeen oorzaak was dat Vader zijn kindeke noemde kwastje. Het was 19 Oogst van ’t jaar 1919.
In den achtermiddag werd het kwastje ten doop gedragen, Welke naam ging men ’t kindje geven! Tanteke die meter ging zijn, had geheel den voormiddag al de almanaken afgezocht welke naam men ging geven, tot men eindelijk tot besluit kwam het “Simonne” te heeten, tot groot protest van ’t zesjarige zusje die maar niet die lastige naam kon uitspreken en ’t bleef bij “mon” die laters “Kwastje” spotnaam werd.

Tweede pagina:

Na den doop werd een klein feestje gehouden. Kwastje lag in zijn fraai opgesmukte wieg somwijlen te schreeuwen en te spartelen totdat Broertje het te kwaad kreeg en dacht “wat is me dat voor iets, en naïef aan Maatje ging vragen, of dat montje geen katje was, daar het geschreeuw er toch hard betrekking op had.
(tekening koets)
Kwastje in zijn wiegje

Derde pagina

II Hoofdstuk
Toen “Simonne” 1 jaar geworden was, had men noch niets anders van haar gehoord dan schreeuwende stem. Rond dien tijd was men bezig aan den opbouw van ’t nieuwe huis, daarvoor moest Kwastje, zus en broer goed in ’t oog worden gehouden, daar elke plaats gevaar opleverde, daar een kuil, en zelfs in ’t pas gebouwde huis lag noch zoldering noch vloer dusdanig maar eenige dwars gelegde planken. Zekeren dag vond men nergens meer kwastje schoon roepen niets, toen men eindelijk, “Simonnetje” midden op een plank, vond gezeten tuschen een der dwars gelegde planken al slapende.

Vierde pagina

Natuurlijk dat hij een flinke pandoering kreeg, waarvan kwastje weende tot laat in de avond.
(tekening: “Kwastje vraagt vergiffenis”)
Het eerste woord dat kwastje zeggen kan was “Ezel” waar “mone” het gehoord had wie weet, doch op een zekeren namiddag, bij een dispuut met 5jarige broer, stond ze op haar dik waggelende beentjes te stampen van kwaadheid, wijl haar broer onophoudend zei “mon” “mon” en uit haar verrcht (?) mondje en haar braggeltaaltje kwam iets van “ezel”. Natuurlijk, Kwastje kreeg een pandoering van belang.

Vijfde pagina

Kwastje leerde goed, doch ze kon maar niet het lettertje “u” schrijven ’t waren altijd maar twee beentjes 1 1 , ze dacht en zegde tegen het bewaarschoolnonnetje dat dat 1 + 1 was dus 1 1.
Toen zij 4 jaar was mocht ze mee naar de kerk. Vader zette Kwastje voor zich op de stoel, ’t was juist een kermisdag en de paardenmolen stond op de dorpsplein, toen Kwastje het beeld van S. Joris zag staan die gezeten was op een paard, brak zij in snikken los en luid riep ze: “Patje, pastoor heeft een paardje gestolen van de paardenmolen.
(tekening: “In de Kerk”)

Zesde pagina


“Kwastje om 7 jaar”

Zevende pagina

8 IV Hoofdstuk
Toen Kwastje 7 jaar was mocht ze haar 1ste Kommunie doen goed werd ze voorbereid, ja zelfs mocht men bestatigen; eenigen lichten vooruitgang te zien, ’s avonds voor den grooten dag, kwam broer en zus in tweespalt
(tekening)

Laatste bladzijde met tekst:

Wat ongeluk dacht kwastje, morgen moet ik Lieve Heertje ontvangen.

Verderop in dit dagboek enkele tekeningen, alle gedateerd “2-12-’34”, een vruchtbare dag dus:

Peter Benoit

Marie