1942-1950 Oorlogsjaren Bevrijding Repressie Gevangenschap

Opmerking: Net zoals bij de tekeningen uit haar Celdagboek valt ook hier op dat Sim deze periode als niet onprettig ervoer (in tegenstelling tot de dagelijkse notities in haar Celdagboek, zie de opmerking daarover bij de tekeningen). Ook niet vergeten dat het interview werd afgenomen in 1993, dus bijna 50 jaar na de feiten. Sim was toen 73.
Zinnetjes die terugkomen in haar terugblik: “tja… je was te jong, je besefte dat niet… hoe was dat immers toen…?” en “wij wisten van niks”…

(opmerking: over de toon van mijn tussenkomsten zie de pagina ‘Interview met Sim‘)

Sim als beginnend leerkracht. Ze was regentes Nederlands, Frans, Aardrijkskunde en Geschiedenis, kon piano spelen van het blad en zingen. Hier, 22 jaar oud,  in De Rijksnormaalschool te Hasselt in 1942. Ze woonde er op kamers en treinde wekelijks vanuit Sint-Joris-Winge heen en terug.. Zo begint haar verhaal. Maar in de zomer van 1944 werd het echter duidelijk dat de geallieerde troepen de Belgische grens naderden. En Sim was er niet gerust in… :

Deel 1 -“Meiske: blijf wat ge zijt!”: 1942 tot aanhouding september 1944 (over eerste jaren als leerkracht en aanhouding in 1944

1.  “Ik was mijn rechten kwijt”: bedoeld wordt “burgerrechten”, een gevolg van de rechterlijke uitspraak op haar proces van 1947. Daardoor kon ze niet meer lesgeven en moest ze op zoek naar andere jobs, een heleboel (zie deel 3).

2. Sim heeft het ook over Filip De Pillecyn (Wikipedia: “In mei 1941 werd de Pillecyn benoemd tot directeur-generaal voor het middelbaar onderwijs, wat hij tot aan de Bevrijding zou blijven… In september 1944 werd hij afgezet als ambtenaar en belandde hij in de cel op beschuldiging van collaboratie”). In Sims archief vond ik deze brief over haar aanstelling als lerares toen door hem goedgekeurd:

Opmerking: Ook Nand zou tijdens deze jaren in contact komen met De Pillecyn via de literatuur. Beiden waren bijvoorbeeld aanwezig op het dichtercongres in Weimar, in oktober 1941, zie daarvoor de pagina “Dichterreis doorheen het Duitse Rijk 1941“.

3.  De anekdote “Meiske, blijf wat ge zijt” klopt, ze is ook terug te vinden in “Celdagboek 1” in de notitie bij 6 september 1944: “Moeders sterke woorden trilden nog na: “Kind wees fier en blijft wat ge zijt”.

4. Tevens vermeldt ze een pennenvriend uit Duitsland die ze daar had leren kennen toen ze als begeleidster deelnam aan een zgn “Kinderlandverschickung”-reis. De Kinderlandverschickung (“verschickung” betekent verplaatsing) was door de Duitsers opgezet om kinderen uit steden naar het platteland te brengen, als bescherming voor de geallieerde bombardementen. Dat concept werd ook naar de bezette gebieden gebracht:

“In de zomer van 1941 organiseert de bezettende Duitse macht voor het eerst een reisje van 4 weken voor de kinderen van de Duits gezinde Vlamingen naar het veilige en mooie  binnenland van het rijk. Hoewel het concept verdacht veel gelijkenis vertoonde met de Kinderlandverschickung in Duitsland, werd het volledig anders aangebracht bij de Belgische bevolking.  De klinisch en zeer Duits aandoende naam werd vervangen door “KLV: Kracht; Leven, Vreugde”, en de propagandamachine deed beelden opbloeien van gelukkige, blozende en vooral gezonde Arische kinderen. Men speelde, net zoals in Duitsland, in op de bezorgdheid van ouders, die in de chaos van een oorlog vreesden voor de veiligheid en gezondheid van hun kinderen.”

Dit citaat komt uit de uitstekende scriptie hierover van Leen Schmücker (2003), die je hier kan inkijken. Deel IV gaat specifiek over de reizen waar Sim het over heeft.

In het archief vond ik nog een foto uit die tijd, met op de achterzijde vermeld: “Eifel Zomer 1941 met Germaine”. Dat was een “Kinderlandverschickung” reis. Germaine (rechts) was een hartsvriendin, die 3 jaar later haar celgenote zou worden…

En de pennenvriend die ze daar leerde kennen stuurde in zijn brieven (ik vond er een drietal, in tegenstelling tot wat Sim beweert over één brief) ook enkele foto’s mee, zijn naam was Heinz, hier samen in de Eifel:

 

foto van de pennenvriend uit 1937, Sim kreeg die bij een brief van Heinz in 1941

 

Deel 2: “zogezegd…”: september 1942 (over eerste aanhouding Tiense straat 4 dagen en vrijlating , Leuven Centraal, 4 maanden en vrijlating) tot december 1947 (derde aanhouding, Gevangenis Vorst 12 maanden en vrijlating):

1 Toen ik een kwarteeuw geleden deze opnamen met Sim maakte was het mij niet opgevallen, maar nu werd ik getroffen door één woordje, namelijk: “zogezegd” (op minuut 01:40). Sim laat het wat nonchalant vallen, maar ik wil er toch bij stilstaan.
Letterlijke transcriptie van Sims woorden vanaf 01:27, mijn tussenkomsten in cursief:
“Maar in ‘t begin van ’45 werd het weer een beetje warm… toen kwamen al die… toen kwamen die berichten door van Buchenwald… a jajaja… waar wij niks van wisten.. jaja.. en toen ineens kwamen die terug en al die die die… dingen eh zogezegd… ja… die mens die zei voilà  de gaskamers en zo.. en toen begon ineens die hetze terug.. terug ja.. ik zeg oeijejoei.. seg as dadier terug begint.. en dan.. ‘k herinner me nog altijd…” en dan volgt  de anekdote met de Engelse soldaten (de associatie is allesbehalve toevallig na wat net voorafging) .
Bemerk ook de klemtoon die Sim legt (niet voor de eerste keer) op “maar wij wisten van niks”.
Op dat ogenblik (Sim heeft het over de periode vanaf april 1945, toen Buchenwald door de Amerikanen bevrijd werd) kan ik begrijpen en geloof ik ook dat ze niets wist van deze gruwelijkheden (maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat ze nooit deportaties of verdwijningen heeft gezien of vermoed, maar daar heeft ze nooit over verteld, ik heb er ook nooit naar gevraagd, en, ik heb best wel empathie voor die jonge vrouw van toen).
Dit is de definitie van “zogezegd” in Van Dale:


Ik gebruik het woord steeds in de 3de betekenis, en voor mij wil ik daarmee uitdrukken: “het wordt wel gezegd, maar is het wel zo?”. Ik denk dat ik hiermee mijn punt gemaakt heb.

De geschiedenis van Buchenwald vind je hier. 

2 “Kelner in het groot café Industrie”: het Grand Café bestaat nog steeds, het is gelegen aan het Martelarenplein te Leuven, tegenover het station:

vroeger (rechts)

Nu

3 Het is interessant om haar ontmoeting met de auditeur te vergelijken met wat ze daar in “Celdagboek 1” over schrijft (notitie van 6 september 1944). Daar schrijft ze de letterlijke conversatie zeer uitvoerig uit. Zoals Sim het hier beschrijft (“die vroeg me bijna niks…”) stemt het niet overeen met haar notities en vooral haar pleidooi van toen. Tenzij  het om twee verschillende verhoren gaat, want het uitgeschreven verhoor is zeker anekdotisch genoeg om het te onthouden .
Daarom een chronologie met als leidraad (in cursief) de Celdagboeken:

+ nacht van maandag 4 september 1944 en morgen van 5 september: : “Maandagnacht doe ik waakdienst. Make ligt naast me, in den morgen word ik opgeschrikt door luide jubelkreten. Een reuzegroote driekleur verschijnt om den hoek… 9uur Duitsche pantsertroepen trekken nog af…”

+ woensdag 6 september 1944: wegvoering met vrachtwagen naar Leuven: “Tot de camion ons langs de lange asfaltbaan naar Leuven voerde. De Tiensche straat kon het volk amper slikken… Vier dagen zal ik daar verblijven tot ik na een onderhoor in voorlopige vrijheid wordt gesteld.”
Dan volgt de lange weergave van haar eerste “onderhoor” bij de auditeur.  Sim blijft dus vier dagen aangehouden (tot zaterdag 9 september), de juiste plaats vermeldt ze niet. In het interview heeft ze het over “de kazerne aan de Tiense Steenweg die nu afgebroken is”. Onderzoek leert dat het hier gaat om de “Kazerne De Bay…  gelegen tussen het Hogeschoolplein en de Tiensestraat, vandaag staat het Jan Cobbaertplein op deze plek”, en verder lezen we nog: “In de 2e wereldoorlog liep de kazerne zware schade op. Na de 2e wereldoorlog diende de kazerne als gevangenis voor Leuvenaars verdacht van collaboratie met de Duitsers. De kazernegebouwen werden progressief gesloopt. De kelders van de kazerne bestaan vandaag nog.” Deze info vind je hierEen chronologisch beeldverslag van 4, 5 en 6 september vind je hier. De historische beschrijving kom overeen met de herinneringen van Sim. Daar bv deze foto van weggevoerde vermeende collaborateurs met de armen hoog onderweg naar Kazerne De Bay:

Bovenstaande foto is getrokken aan het Hogeschoolplein, via Google Streetview (opname 2007) is te merken dat er weinig veranderd is, en… toevallig vloog een duif op voor de Streetview wagen!

+ zaterdag 9 september 1944: “Zaterdagnamiddag begleidt me ‘n fiks piepjong soldaatje naar Winge”. Sim wordt vrijgelaten en is opnieuw thuis.

+ dinsdag 19 september 1944: “Ondervraging door de Rijkswacht”

+ donderdag 28 september 1944: “In den vroegen avond bellen de Partizanen op en willen 3 bedden – slaapgelegenheid. Ze komen vrijdagavond “

+ maandag 2 oktober 1944: “ik trek mijn morgenraam open naar den Westkant… en kijk bij het gebel m’n venster uit. Daar schiet iets door me – twee rijkswachters – … ’n Kwartier later rijd ik fijn in ’n zachtbruine limousine langs den stralenden weg naar Leuven toe – naar de gevangenis deze keer. “

Na vier weken wordt Sim dus opnieuw aangehouden en zal pas vier maanden later, op 13 februari 1945 opnieuw vrijkomen (de dag voor Valentijn…). Om in januari 1947 alsnog te worden aangehouden “ter zitting”, dit keer voor 12 maanden in de gevangenis te Vorst (Brussel) tot einde december 1947, waar ze werkte, zo blijkt uit het interview, als telefoniste.

Deel 3: 1948 tot 1950 “zo onnozel als een geit…” (over werkhervatting na vrijlating, op zaterdag 5 augustus 1950 zal ze Nand ontmoeten, en begint een nieuwe episode, waarvan de liefdesbrieven getuigen)

1.  “het huis dat ze verkocht hadden”:     Na de bevrijding verhuisde het gezin van Sim in 1945 noodgedwongen vanuit Sint-Joris-Winge naar Schaarbeek. De Vlaamsgezindheid van het gezin werd hen kwalijk genomen en er waren bedreigingen.

2.  “Europe Amérique, een publiciteisagentschap”: Het enige wat ik kon vinden was dit magazine, hier een cover uit januari 1948

2. Op de #metoo anekdote avant-la-lettre (de Jood die avances maakt) is Sim daarna nooit meer teruggekomen. Ik heb er daarna ook nooit meer naar gevraagd, wat ik nu betreur. Dat Sim zegt “die ondervraging… ik was zo onnozel als een geit” waarschijnlijk een verkoopsgesprek waarop ze misschien nogal overtuigend, ontwapenend of grappig overkwam? Als we bijvoorbeeld teruggrijpen naar de tekening van het schaatsen rijdend koppel die ze in de cel maakte (zie: Celdagboek 4  1944 Tekeningen) lezen we daar, “Schaatsen rij’en stillekens vrijen ‘t gaat te samen wonderwel!..” kan ik me wel iets voorstellen bij “zo onnozel als een geit”… Waarmee ik zeker niet ‘uitlokking’ wil suggereren. Sim had trouwens, voor zover ik weet, geen ernstige relatie of iets dat naar een verloving zou kunnen leiden vooraleer ze met Nand in zee ging. Telkens als ze over de mannen sprak die in haar geïnteresseerd waren (en dat waren er wel wat) ging ze heel onschuldig een tijdje mee om dan, als ze voelde dat dat ‘meegaan’ wel tot iets meer dan vriendschap zou kunnen leiden, de boot af te houden, tot de vriend in kwestie het opgaf. Zonder het misschien echt te beseffen was ze, als ik het zo mag noemen, “hard to get”, wat haar waarschijnlijk nog meer interesse opleverde, want het reiken naar het onbereikbare is nu eenmaal een drijfveer die het verstand overstijgt. “Le cœur a ses raisons”… Een anekdote die dit overtuigend illustreert, en die ze vaak bovenhaalde als er over de liefde werd gefilosofeerd, gaat over J. Hij was één van diegenen die het uiteindelijk opgaf om Sim tot meer dan vriendschap te verleiden. Na een tijdje had hij zich verloofd met een ander meisje, en de dag voor zijn huwelijk kwam hij nog bij Sim langs met deze woorden: “Sim, als gij nu “ja” zegt, blaas ik mijn huwelijk morgen af!” Of dit werkelijk zo gebeurd is en of Sim dit met de jaren heeft aangedikt, ligt in de nevelen der tijd besloten…

Meer achtergrond over de eerste ‘seksuele’ ervaringen en de liefdesperikelen van Sim in haar jeugd, zie de pagina “Het Dorp aan de Wingerbeek“.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *