“De Vlaamse Letteren tussen gisteren en morgen” verscheen i n 1963 en werd uitgegeven door ‘Uitgeverij Heideland-Hassselt’.
In hoofdstuk I “Van 1930 tot de Tweede Oorlog” / “Nationalisme schrijft Kemp hetvolgende over Nand (blz. 34-36):
“Ferdinand Vercnocke (geb. 1906) leunt aan bij de heldencultus uit het nationale verleden, en staat het dichtst bij Rodenbach. Niet altijd is zijn gedicht aan een dwingende inspiratie te danken, zodat zijn uitspraken en oproepen meestal programmatisch klinken. Hun ontroeringskracht ligt meer in de verontwaardiging en de opwinding dan in artistieke volkomenheid of diepmenselijkheid. Op enkele schone gedichten na hebben zijn bundels Zeeland (1934), Koning Skjold (1935), De gesel Gods (1936), Kolga (1938), Heervaart (1941), Hansa (1943) en Het eiland Antilia (1951) dan ook vooral historische waarde.”


