Donderdag 21 september Nand 19de brief

Donderdag 21 Sept 1950.

Ik heb den helen morgen gewacht.. Een paar regels op de schrijfmachine.. een blik door ’t venster naar den weg met de wind-gebogen bomen waarlangs de bode komt.. En de morgen duurde lang. Om 11.45u. kreeg ik eindelijk je brief in handen. Zij gezegend, lieve, liefste Embla, om het opgetogen antwoord op de vragen die ik gisteren stelde – en die je bij voorbaat hebt bevestigd. Zie hoe liefde vanzelf den weg heeft gevonden! Hoe moet ik je danken omdat je mij lief hebt, zó lief hebt. Kan ik het beter zeggen dan met een vers dat onverwacht en zuiver uit mij “sprong”? Hier is het, den eersten dag van dezen, onzer herfst, voor jou.

Ik zal U beroeren
als een speeltuig broos en oud
van uitgelezen hout,
welks bevende snaren
diepe stilte vervoeren
en, na zalig ontroeren,
huiverend bedaren.

Een zwevend zachte toon
als uit voorbije tijden
zal door den schemer glijden,
weemoedig schoon.
En onze zielen zullen zingen
in één bedwelmd akkoord,
dat trilt in trage kringen
door ons alleen gehoord.

Liefste, de dag verstilt,
hoor, het snaartuig rilt.
Gij zijt de zuivre zang
die aan mijn vingren beeft,
en uit mijn zoeten dwang
ijl en tijdloos leeft.

Voor mijn zoete verloofde,
met een innigen zoen, je
Nand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *