Woensdag 31 augustus Nand 13de brief

Gistel den 31.8.50

Liebes Gretchen!
Laat je dierbare Faust eerst en vooral de Aardgeesten danken dat zij je zo’n schoon zakencijfer hebben gegund. Dat zal zijn als beloning omdat je zo mild een dichter hebt gelaafd en gespijsd.. Had ik het je trouwens niet voorspeld? Las ik niet in je hand-je (o lieve Gretchen handje!) dat de commerciële lijn heel duidelijk was ingegrift?.. deze en ook de andere op den Venusheuvel onder den wijsvinger , in den vorm van een verrukkelijk helder kruis, zinnebeeld van een vurig en liefderijk hart? Bij mij is de Mercurius-lijn slechts wat duistere en cynieke broebeling.. De god met de gevleugelde hielen houdt al levenlang met mij den gek, en ontvlucht mij.. vliegensvlug. Dat heb ik deze week proefondervindelijk ervaren toen ik met mijn twee schilderijen uit het Gents Kunstsalon werd buitengewipt.. Hebben zij mijn waren naam ontdekt? Het is mogelijk. In alle geval, op zo’n wisselvallige broodwinning een huisgezin bouwen, dát durft zelfs de toverkunstenaar Dr. Faustus niet aan. Ik heb naar een paar adressen geschreven met de hoop ergens een voet in huis te krijgen – en wacht de antwoorden af.
Liebes Gretchen, met een flinke trap jaagt je Faust den spottenden Mefisto van zich af. Hij wendt zich (Hij = Faust) met al den gloed van de twintig jaar hem door de Aardsgeesten geschonken naar je toe. Wij zijn beiden twintig jaar en ervaren de duistere en verlokkende bedwelmingen van het leven voor het eerst. Wij roepen tot het vliedend heden: “weile doch, du bist so schön!” Elke ademtocht werd voor ons een wonder. Zo jong is nog ons gevoel voor elkaar, nog geen maand, en reeds is het als een heel verleden..
“Van alle tijden”, schrijf je roekeloos en ik begin het te geloven. Zo rijk is het aan genegenheid, zo rijk aan verlangen – ja ook verlangen maakt rijk. Het vult ons tot den boord zoals fonklende rode wijn den roemer; het druivensap van het verlangen maakt ons bestendig dronken, het herschept alles met zijn tintelende toverkracht (o St. Emilion!) Ik geef er mij goed rekenschap van, dat ook mijn bestaan gewijzigd werd. Verloren-gewaande gevoelsdraden verbinden mij weer met het leven. Ik kende alleen nog de wereld in mijzelf, ik leefde meer en meer naar binnen toe.  Doch de grenzen zijn verlegd. Jouw wezen liep als een vergezicht rondom het mijne en ik stel vast dat ik geen genoegen meer beleef aan wat ik schrijf of teken, indien jij er niet deelachtig aan wordt.. Ik wou dat ik je de tekeningen kon tonen voor Streuvels’ boek. Zij zijn voor mezelf een verrassing – ik wist niet dat ik het kon! Wanneer kom je eens alhier voorbij? Je weet dat mijn oudjes evenals ikzelf je bezoek gaarne tegemoet zien. Het zal niets “officieel” zijn, zij gerust. Je bent al door de mijnen als door Faust zelf geliefd, al kennen ze van jou slechts een snapshot. Het prentje staat hier trouwens vóór mij, in afwachting dat ik iets beters krijg! En mijn gedachten dwalen weg ons “verleden” in. Het tuinfeest, de plotse versmelting van ons innigste zijn, zo onverwacht, zo overrompelend… Je kleine hand met de ranke, nerveuze vingeren, als het ware met gevoel geladen, in mijn grote pol.. en zie: onzichtbare wateren namen ons op, onweerstaanbaar, en wij ademden naasteen in den nacht met het zalig bewustzijn van zijn beloftevol mysterie.. En dan kwam het eerste rendez-vous. Zoals je plots voor mij stond daar te Brugge, ietwat beschroomd, een schoon inwendig licht over, neen, in je gelaat, vergeet ik je nimmer. Hoe lief ik je in dit ogenblik had, durf ik mij nog niet voor te stellen. En toen ik, dicht tegen je aan, vóór Memling gezeten, voelde hoe de levende bloedgolf in jou arm zich met de mijne verwarde, wist ik dat wij een wonder beleefden, waarnaast alle kunst slechts een afbeelding is. Het schilderij is doek en kleur, wij leefden, diep en bewust: onze harten klopten dooreen; één adem, één ziel doortoog ons beiden. Zo waar was het dat toen ik je te Damme (bij brood en boerenhesp..) de foto reikte, je tot tranen toe bewogen was. Schoner ogenblik heb ik zelden beleefd. Dit plotseling opwellen van louterende tranen liegt niet. Woorden, gebaren kunnen – Godweet hoe! – misleiden; doch spontane vreugdetranen, omdat zij de dauw zijn van den weemoed, komen recht uit het hart. Dankbaar gestemd ben ik als ik op deze ogenblikken terugdenk – en op andere die nog iets te dicht bij ons liggen.
Het stemt mij ook tot dankbaarheid dat je bij den toneelgroep ontslag hebt ingediend. Ik hoop dat het voor jou geen al te grote beroving zal betekenen niet meer op de planken te verschijnen? Ik zal mij inspannen om je dit verlies veel-veelvuldig te vergelden.
Vooralsnog wordt het een eenzaam week-end. Maaseik ligt ook te ver voor mij. (+/- 400 fr voor de treinreis) Mocht je desalniettemin (!) je “man” staan vóór het voetlicht. Ter gelegenheid van de proefrit zal er van een ontmoeting ook wel niet veel in huis komen denk ik – je houdt mij wel op de hoogte. Kun je mij volgende week niet eens telefonisch oproepen – dan praten wij. Hier volgt mij jongste gedicht: Liefste mijn,
ik ben dijn!  Je Nand (die met ongeduld wacht op de practische toepassing van Goethe’s vers)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *