Brieven aan Nand mei 1989-april 1994

Opmerking: Na het overlijden van Nand is Sim begonnen met hem brieven te schrijven, net als in hun liefdesjaar 1950-1951, maar nu is er geen antwoord meer, hoewel… Het pijnlijke gemis blijft, en jarenlang zal dat zo blijven, tot Sim eindelijk opnieuw kan samen zijn met hem voorbij de dood, een kwarteeuw later, op vrijdag 13 maart 2015 (een vrijdag de dertiende…).
Helemaal uitgeput en verteerd, sterft ze op het middaguur in de armen van haar zoon en dochter. Sim werd 95 jaar.
Deze “brieven aan Nand” tonen op aandoenlijke wijze hoe verscheurend een gemis kan zijn, en kan blijven…

Van het manuscript vond ik enkel en getypte versie, geen handschrift.

(Ik heb een citaat van Nand dat Sim hieronder aanhaalt als titel gegeven, want  Nand wordt inderdaad herinnerd om één of twee gedichten die met zijn naam verbonden blijven, maar ik betwijfel of hij tevreden zou zijn over welke het uiteindelijk geworden zijn… deze bedenking viel me pas op bij het overtikken, want het citaat kende ik al lang. )

“Mocht ik maar blijven voortleven met één of twee gedichten, ik zou al tevreden zijn…”

manuscript blz. 1:

(blz.1)
Brieven aan Pips,                      mei 1989

Je bent weg pips, we hebben het al weken zien aankomen en jij wist het blijkbaar niet; of heb je toch mijn aanhoudend smeken gehoord in je heldere witte kamer: “Pips word beter, want we moeten in juni naar zee!”. ik had dit afscheid al vorig jaar gevreesd; maar je hebt toen gevochten tegen het onvermijdelijke. Jij hebt toch je hele leen gekampt; sterk en krachtig zoals een eik die niet valt maar splijt. Het is hier ontzettend stil in de kamer. Ik weet dat je niet schuivend de studio zult binnenkomen en vragen of de thee klaar is en of de merel fluit, neen ik zeg het zelf stilletjes voor me uit, nauwelijks hoorbaar, maar zeer bewust.

De nacht was “unheimlich”. Ik heb de schemerlamp laten branden in de galerij boven want er stond een vreemde auto vóór het  huis geparkeerd. Ik ben een paar keer gaan kijken tot ie omstreeks 1 u. verdwenen was. Het werd niet helemaal donker buiten en de meinacht was reeds zomerzwoel. We zouden op 1 juni naar zee gaan. Jij had er toch zo naar verlangd. Ik zie nu met angst de volgende maand tegemoet omdat elke dag me herinneren zal hoe het zou kunnen zijn zoals de vorige jaren. Ik heb mijn dagboek doorbladerd en bemerk dat het toch ook een kommervolle tijd was. Weet je nog die maanden vóór de ingreep en je geest dwaalde soms af; het was nog pijnlijker dan het feit dat je niet meer gezwind over de dijk kon wandelen. We hebben toen die rolwagen geprobeerd waarvan je vroeger zei: “als ik ooit daar moet inzitten, dan ben ik liever dood!”. Maar jij hing nog met alle vezels vast aan het leven met mij en de kinderen, al waren er die ongemakken van de laatste jaren.

Ik heb gisteren een paar dozen uit de ingemaakte kasten gehaald en plots werd ik hevig teruggegooid in de verrukkelijke verlovingstijd. Ik heb vannacht de brieven gelezen, bijna veertig… in je sierlijk handschrift. Het was heel laat of vroeg zoals je wil toen ik onrustig ben ingeslapen. Nu liggen ze hier op het salontafeltje en ik neem ze nu één voor één en herleef intens de dagen van toen, de herinneringen zitten vol zon en zeelucht zodat het me hier in huis te eng wordt. Ik ben daarstraks door het hoge gras gelopen, je weet dat we het de eerste jaren ook maar lieten wild groeien; de vader van Karel kwam dan hooien, misschien zal ik de nieuwe boer vragen. Jij had zo graag dat het grasperk er keurig uitzag zodat je ongehinderd kon wandelen tot beneden in de boomgaard of tot het schapenhok waarop je de witte zwaan had geschilderd.

Nu maar pas bemerk ik hoe jij in je brieven mij hebt opgevoed en doordrongen van je eigen visie op mens en maatschappij. Jij spiegelde er onze toekomst in voor verheven boven de trivialiteit van de
(blz.2)
gewone sleur. Het is of ik nu maar pas de dieper zin van je beschouwingen vat en mijn God, ik kan het je niet meer zeggen. Het doet afschuwelijk pijn, soms prangt een golf van weemoed mijn ademhalen dicht tot de verlossende snik.

Ik ben zoëven naar het gemeentehuis geweest met ons trouwboekje en mijn identiteitskaart, er moesten ook handtekeningen gelegaliseerd. Ik heb het trouwboekje teruggekregen en dacht dat je overlijden erin zou vermeld zijn. Men was het vergeten en het gaf me een gevoel van opluchting. Vreemd hoe kleine dingen je plots hevig treffen; zoals de nietszeggende berichten van medeleven naast de andere ontroerd en gemeend. Twee vermelden me als weduwe F. V. en dat doet weer zo’n pijn. Ik weet nu dat ik bij gelegenheid in een blijk van medeleven dat nooit zal schrijven.

De zon zit weer zomers te glooien al een hele week sinds jij verdween. Als ik straks buiten zat even in de zetel zomaar kwam je niet langs de achterdeur schuifelend en vragend een tikkeltje aarzelend “wanneer eten we”. Ik heb vorige week nog twee borden klaargezet; het was afschuwelijk ontnuchterend. Gelukkig komt Gd. het weekend hier doorbrengen. Ze heeft je atelier ingepalmd en zit aan je bureau. Gisteren was de familie compleet voor de verjaardag van G. Het werd weer het klassieke jarenlange ritueel maar jij zat niet meer aan je vertrouwde plaats. Niemand maakte er een opmerking over maar we communiceerden dezelfde gedachte. Weet je nog die meienamiddag toen G. zich aanmeldde? Tante stond mij bij maar jij verdween in het bos dat net tegenover de materniteit lag. Toen jij terug om cijf uur aankwam (je eerste was er al van drie uur) en je aarzelend je hoofd naar binnenstak en tante je proficiat wenste met je verse dochter klonk er wel een tikkeltje ontgoocheling door in je stem. Jij had een zoon verwacht. Hoe kon je weten wat een schat je toen in je forse handen hield? Twee jaar later ging je wens in vervulling en nu stoeiden gisteren je zes kleinkinderen onder de waterkraan proestend en hijgend van uitgelaten pret. Het was bijna hetzelfde tafereeltje als tweede paasdag toen jij met ons op het terras zat en je de kleine badmintonraket olijk als gitaar gebruikte. Zo sta je nu op de foto’s de laatste waarop we allen saam de volledige kring maken…

Ik heb de was opgehangen er was nog een pyjama van jou bij en je blauw onderlijfje dat je droeg toen we je op 10 april noodgedwongen moesten wegbrengen. Ik ben bijna die vreselijke weken vergeten dat je in coma lag, ik maak onwillekeurig de brug naar de tijd dat je nog hier met je boeken urenlang te lezen zat. Je boeken liggen er nog steeds en je brillendoos ligt er grijpensklaar. Overal liggen nu jouw bundels als het me te erg wordt lees ik één van je verzen; weet je dat mooie “Mijn blonde lief in het rijpend koren… en voel je mijn adem op je gezicht”. Het was ook het gedicht dat Anton Van Wilderode op de viering las.
(3)
Hij wou ook voorgaan bij de eucharistieviering van je laatste afscheid maar een aanval van diabetes en bloedstoornissen hebben het hem belet, toen hebben we een beroep gedaan op John van Echelpoel, je weet die oud-collega van Assumpta. je had er ooit esoterische gesprekken mee en hij was je zeer genegen.
Het was vorige donderdag één van de weinige zomerse dagen in mei, hoe dikwijls reden we met onze kustvakantie onder een druilerige sombere hemel, de weergoden hebben je stralend begeleid. Het intieme Duinenkerkje geurde naar de meibloesems en de zoele zeebries waaide strelend in mijn gezicht. Je was er meer dan ooit aanwezig, toen de kinderen de meiklokjes (ik had ze nog in de vroegte in de tuin gegaard… de laatste) op de sepiabruine urne legden. Ik had even hetzelfde gevoel als in de abdij tijdens je viering: een onwezenlijke werkelijkheid. Toch waren er een tiental, voor mij vreemde aanwezigen, die ontroerd de viering volgden. Achteraf bleken het nog verre verwanten van jou die het bericht van je bijzetting in Oostende ’s zondags in de mis hadden vernomen?. De kinderen waren er zeer van aangedaan en besloten een eerstvolgende tijd je stamboom op te sporen.
De grafkelder, waar je steeds zo bekommerd om was, hebben we gans laten vernieuwen. De bronzen lettertekens van de Vercnockenamen glansden hevig op uit het donkere marmer. We stonden ervoor verwezen en verstild zonder misbaar maar ik voelde toen jouw levenskracht in mij wegvloeien trager en trager tot er niets meer was dan “dor loof en uw verloren spoor”. We hebben het maal gebruikt in “De Kinkhoorn” op de dijk, het was er duf en benauwd, daarna zijn we uit Mariakerke naar Oostende gereden langs de Koninginnelaan 25. We hebben voor je oudershuis aarzelend gepoogd je beeld op te roepen in die tijd. Toen we langs het domein van de koninklijke villa het open water bereikten en de verkwikkende zeelucht de hete middaglucht temperde wist ik meer dan ooit hoe erg je moet geleden hebben om Oostende je thuishaven te verlaten. Heb je zelf niet dikwijls herhaald dat je in Weerde woonde maar er niet leefde?

In de avonduitzending riepen ze het bericht om van je afsterven: kort verwijzend naar je Noorse inspiratiebron. Ik heb het zelf niet gehoord vrienden zeggen het ons. Voor T.V. was je al zoals “De Standaard” het zaterdag schreef “Door de jongeren niet gekend en door de ouderen vergeten…” dus hier gaf men het bericht niet door. Ik denk maar steeds aan je woorden “Mocht ik maar blijven leven met één of twee gedichten ik zou al tevreden zijn…” Nu ik de vele brieven krijg waarin je heengaan zo oprecht wordt betreurd, weet ik dat je niet vergeten zult worden.
(4)
Ze liggen hier naast mij: sommige in onhandig en bevend geschrift de ouderen die je hebben bewonderd tijdens de mobilisatie, jongeren ook die je via mijn lessen in Assumpta hebben gekend. Het is ontroerend en troostend tegelijk. Ook vele telefoons (al zou ik ze liever niet beantwoorden) getuigen van een oprecht medeleven. Ik heb boven een paar dozen onder handen genomen. Het is zeer vermoeiend werk; ik weet dat je er eens aan begonnen was en je het opgaf want het is zenuwslopend. Dan nam ik maar je onvoltooide memoires ter hand. Het bracht me terug in de tijd van de mobilisatie, je schrijft daar over de eerste bombardementen; ik had het er ook over in mijn langzaam voortschrijdend boek (ik heb er sedert 12 mei niet meer aan voortgewerkt, mijn hoofd stond er niet naar).

Ik heb nu de foto’s saamgebracht voor het bedankkaartje. B. is binnengekomen en heeft er eentje uitgekozen. We hebben eigenlijk niet kunnen praten want er was burenbezoek.
Ik heb de tekst gekozen “Sterrennacht”, B. vond het ook goed. Ik denk dat ik ook iets zal schrijven, zoiets als een laatste brief aan pappie. Ik kan dan eens zeggen dat er nog zovele je kennen en in het hart dragen; het zal dan een repliek zijn op de Standaard waarin Hugo Vanhoof zei: “de jongeren kennen hem niet en de ouderen zijn hem vergeten”; daar heeft al een briefschrijver op gereageerd. Dat deed goed. Vanavond zal ik eraan verder werken als ik het kan zonder huilen want soms breekt de stroom buiten de oevers en moet ik mezelf in toom houden. Daarjuist zat ik even buiten, er waaide een frisse bries en het terras was wat afgekoeld. De bomen ruisten en als ik mijn ogen sloot was het alsof de zee in de kruinen zong. Ik vroeg me toen af waar is onze pappie nu, zou hij me nu zien en weten hoe ik voel, er besloop mij weer een ondraaglijk gevoel van ongeloof en verwarring, kon ik maar weten dat je ergens was, dat je ergens kon helpen, ik weet dat je het zou doen. Ik heb iets gedaan wat ik mij verboden had, ik heb overal je foto’s gezet, ik zal er een paar lijstjes voor kopen. Voor mij staat die van Kerstmis ’83 waar je me stevig vasthoudt en we lachen beiden beaat en gelukkig (ik had ook een flinke taart in de handen!), daarnaast stappen we beiden gearmd over de zeedijk in Oostende; het was een zondag en tante vergezelde ons. We hadden in de mis in Gistel onze naamafroeping gehoord “de eerste roep”. Ik denk dat dat nu niet meer gebeurt want ik hoor het niet meer in de zondagse mis, er is ook zoveel veranderd. Eigenlijk horen we niet meer in deze verdwaasde wereld thuis. Als ik even T.V. opzet kan niets mij meer interesseren, zelfs mijn geliefde “chiffres et lettres”, het boeit mijn niet meer. Misschien begin ik verder te lezen in Bodiffees “Ruimte voor Vrijheid”? Je kaartje steekt er nog in tot waar je las…

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *